Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Belang van het kind weegt zwaar bij woningontruiming

Wanneer een woning wordt ontruimd waarin minderjarige kinderen wonen, moet de rechter het belang van het kind expliciet meewegen. Dat volgt uit een prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 28 november 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1799). De uitspraak geeft duidelijkheid over de toepassing van artikel 3, eerste lid, van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) bij woningontruimingen. De zaak was aan de Hoge Raad voorgelegd door de rechtbank Noord-Holland naar aanleiding van een geschil tussen woningcorporatie Ymere en een huurder.

Redactie PONT | Zorg & Sociaal 3 August 2026

Jurisprudentie-samenvatting

Jurisprudentie-samenvatting

Het belang van het kind als eerste overweging

De Hoge Raad benadrukt dat het belang van het kind bij iedere beslissing die kinderen raakt een eerste overweging moet zijn. Dat betekent echter niet dat het belang van het kind altijd doorslaggevend is. De rechter moet een zorgvuldige belangenafweging maken, waarbij ook de belangen van de verhuurder, omwonenden en andere betrokkenen worden meegewogen. Wel moet uit de motivering van de beslissing duidelijk blijken dat de gevolgen van een woningontruiming voor de betrokken kinderen daadwerkelijk zijn onderzocht en serieus zijn meegewogen.

Betekenis voor de praktijk

De uitspraak onderstreept het belang van een integrale aanpak wanneer gezinnen met kinderen met huisuitzetting worden geconfronteerd. Voor gemeenten, woningcorporaties en professionals in het sociaal domein betekent dit dat zij de situatie van minderjarige kinderen vroegtijdig in beeld moeten brengen en waar mogelijk passende ondersteuning moeten organiseren. Denk daarbij aan schuldhulpverlening, jeugdhulp, woonbegeleiding of tijdelijke huisvesting. Hoewel de uitspraak geen nieuwe verplichtingen voor gemeenten creëert, bevestigt zij wel dat de belangen van kinderen een centrale plaats innemen bij beslissingen die kunnen leiden tot verlies van huisvesting.

ECLI:NL:HR:2025:1799

Deze jurisprudentie-samenvatting is gemaakt met behulp van AI.

Artikel delen