De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een landelijke pakketdienst een eis tot naleving op naar aanleiding van een onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie binnen de pakketbezorgingsbranche. Uit dat onderzoek bleek dat de werkgever de risico's van fysieke belasting onvoldoende had geïnventariseerd en passende maatregelen had getroffen om deze risico's te beperken. Volgens de minister handelde de pakketdienst daarmee in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet.

De werkgever werd opgedragen om:
De pakketdienst stelde dat zij al voldoende maatregelen had genomen om de fysieke belasting van medewerkers zoveel mogelijk te beperken. Volgens het bedrijf waren aanvullende tijdelijke maatregelen bovendien praktisch onuitvoerbaar en onevenredig belastend voor de bedrijfsvoering.
De rechtbank volgt het standpunt van de minister. Zij overweegt dat een volledige beoordeling van de fysieke belasting in de RI&E, in combinatie met een plan van aanpak, noodzakelijk is om vast te stellen welke structurele maatregelen de werkgever moet treffen.
Volgens de rechtbank moeten die maatregelen worden gebaseerd op dearbeidshygiënische strategie: risico's moeten zoveel mogelijk bij de bron worden weggenomen voordat wordt teruggevallen op organisatorische of persoonlijke beschermingsmaatregelen. Pas nadat de werkgever aan deze verplichtingen heeft voldaan, kan worden beoordeeld of daadwerkelijk aan de Arbowet wordt voldaan.
Ook de opgelegde tijdelijke maatregelen acht de rechtbank niet onuitvoerbaar of onevenredig. Zij zijn gerechtvaardigd om werknemers gedurende de onderzoeksperiode te beschermen tegen gezondheidsrisico's.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De eis tot naleving blijft volledig in stand. De pakketdienst moet zowel de RI&E en het plan van aanpak opstellen als de voorgeschreven tijdelijke beschermingsmaatregelen uitvoeren.
Deze uitspraak onderstreept dat werkgevers een actieve verantwoordelijkheid hebben om fysieke belasting op de werkvloer systematisch te inventariseren en te beperken. Een werkgever kan zich niet beroepen op de stelling dat bestaande maatregelen voldoende zijn zonder dat een deugdelijke RI&E en een daarop gebaseerd plan van aanpak aanwezig zijn.
Daarnaast maakt de uitspraak duidelijk dat de minister vooruitlopend op definitieve structurele maatregelen tijdelijke beschermingsmaatregelen mag opleggen wanneer sprake is van gezondheidsrisico's voor werknemers. Werkgevers zullen aannemelijk moeten maken dat dergelijke maatregelen daadwerkelijk onuitvoerbaar of onevenredig zijn; een algemene verwijzing naar organisatorische bezwaren is daarvoor onvoldoende.
Deze samenvatting is gemaakt met behulp van AI