Gelijkheid op de werkvloer betekent dat werknemers en sollicitanten gelijke kansen krijgen en gelijkwaardig worden behandeld, ongeacht bijvoorbeeld geslacht, leeftijd, afkomst, godsdienst, seksuele gerichtheid of een handicap of chronische ziekte. Het gaat daarbij om de hele arbeidsrelatie: van werving en selectie en arbeidsvoorwaarden tot beloning, ontwikkeling, promotie en beëindiging van het dienstverband. Ook een inclusieve en sociaal veilige werkomgeving, waarin werknemers zich kunnen uitspreken en niet worden uitgesloten of gediscrimineerd, is hiermee nauw verbonden.
Gelijkheid betekent overigens niet dat iedere werknemer in iedere situatie hetzelfde moet worden behandeld. Verschillen kunnen onder bepaalde voorwaarden gerechtvaardigd zijn en soms zijn juist specifieke maatregelen nodig om bestaande achterstanden tegen te gaan. Centraal staat daarom de vraag hoe organisaties ervoor zorgen dat kenmerken die niet relevant zijn voor het werk geen ongerechtvaardigde invloed hebben op de kansen en positie van werknemers.
Het recht op gelijke behandeling is stevig verankerd in nationale en Europese wetgeving. Artikel 1 van de Grondwet vormt een belangrijk uitgangspunt. Voor de arbeidsmarkt wordt dit verder uitgewerkt in onder meer de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Ook het Burgerlijk Wetboek en arbeidsrechtelijke regelgeving bevatten bepalingen die relevant zijn voor gelijke arbeidsvoorwaarden en een veilige werkomgeving.
Werkgevers mogen zowel direct als indirect onderscheid in beginsel niet maken op wettelijk beschermde gronden, tenzij daarvoor een wettelijke uitzondering of objectieve rechtvaardiging bestaat. Daarnaast geldt het beginsel van gelijke beloning voor gelijk of gelijkwaardig werk. Europese regelgeving speelt hierin een steeds belangrijkere rol. Zo moeten nieuwe regels over loontransparantie beloningsverschillen beter zichtbaar en toetsbaar maken en de rechtspositie van werknemers versterken.
Hoewel het juridische uitgangspunt van gelijke behandeling helder is, blijkt de toepassing ervan in de praktijk complex. Ongelijkheid kan zichtbaar zijn in bijvoorbeeld beloning of promotiekansen, maar kan ook voortkomen uit minder zichtbare mechanismen, zoals onbewuste vooroordelen bij werving en selectie, functie-eisen die bepaalde groepen onbedoeld benadelen of verschillen in toegang tot opleiding en loopbaanontwikkeling. Ook kunnen verschillende kenmerken tegelijkertijd een rol spelen, waardoor vormen van ongelijkheid elkaar versterken.
Voor organisaties ligt de uitdaging daarom niet alleen in het voorkomen van verboden discriminatie, maar ook in het structureel bevorderen van gelijke kansen. Dat vraagt onder meer om aandacht voor objectieve werving en selectie, transparante beloning en functiewaardering, toegankelijke ontwikkelmogelijkheden en een inclusieve en sociaal veilige organisatiecultuur. Ontwikkelingen in wetgeving en beleid zorgen er bovendien voor dat van werkgevers steeds nadrukkelijker wordt verwacht dat zij kunnen uitleggen en onderbouwen hoe beslissingen over bijvoorbeeld selectie, beloning en loopbaanontwikkeling tot stand komen.