Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Op 1 januari 2022 is de nieuwe Wet Inburgering inwerking getreden. De nieuwe wet zorgt ervoor dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de begeleiding van nieuwkomers bij hun inburgering. Inburgering wordt straks onderdeel van het brede sociaal domein en staat daardoor niet op zichzelf, maar in verbinding met andere onderdelen van het sociaal domein met name participatie en werk.

Nederland hanteerde voor de inburgering en integratie van vreemdelingen sinds 2013 de Wet Inburgering (Wi2013). Uit verschillende evaluaties is echter gebleken dat deze wet onvoldoende werkte. Het stelsel vroeg teveel van de eigen verantwoordelijkheid van nieuwkomers. Inburgeraars beheersten de Nederlandse taal vaak niet binnen de door de wet gestelde termijn van drie jaar. Daarom is de nieuwe Wet inburgering gekomen. Deze wet moet nieuwkomers beter helpen bij het inburgeren.

De nieuwe wet inburgering

De Wet inburgering is op 1 januari 2022 inwerking getreden. Het doel van de wet is dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in Nederland. En dat ze daarnaast zo snel mogelijk werk vinden. De overheid wil dit op verschillende manieren bereiken namelijk:

  • De gemeente gaat inburgeringsplichtige nieuwkomers begeleiden bij hun inburgering.
  • Iedereen krijgt een  inburgering op maat. Dit gebeurt aan de hand van een brede intake en het maken van een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) door de gemeente.
  • Gemeenten gaan ook gezinsmigranten en overige migranten begeleiden.
  • Inburgeringsplichtigen leren de Nederlandse taal op een niveau waarmee ze zich goed kunnen redden in Nederland. Op deze manier hebben zij betere kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt.
  • Een combinatie van leren van de taal en meedoen aan de Nederlandse samenleving is een belangrijk onderdeel van het nieuwe inburgeringsstelsel.

Inburgering via 3 nieuwe leerroutes

Er zijn 3 nieuwe leerroutes om in te burgeren:

  • De B1 route; een route voor taal en (vrijwilligers)werk. Inburgeringsplichtigen spreken en schrijven binnen maximaal 3 jaar de Nederlandse taal op niveau B1. Tegelijk kunnen zij meedoen door (vrijwilligers)werk.
  • De onderwijsroute; een route vooral voor jongeren. Zij leren de Nederlandse taal op niveau B1 of hoger. Ook worden zij dan voorbereid op het volgen van een mbo-, hbo- of universitaire opleiding.
  • De zelfredzaamheidsroute; een route voor inburgeringsplichtigen waarvoor route 1 en 2 te moeilijk is. Zij leren de Nederlandse taal op een lager niveau (A1-niveau). Deze mensen worden voorbereid (op een eenvoudige manier) om mee te doen in de Nederlandse samenleving.

Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) maakt onderdeel uit van alle leerroutes.