Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Signaleringen uit de rechtspraak over het sociaal domein: week 44

Een wekelijkse selectie van rechtspraak over de Participatiewet, de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Voor elk van deze wetten kiest advocate Emma van der Ploeg wekelijks één uitspraak omdat deze opvalt, een link heeft met de actualiteit of in juridisch opzicht interessant is.

7 november 2022

Participatiewet

Het blijft oppassen bij het hanteren van systemen waarin ‘meldingen’ en ‘aanvragen’ van elkaar onderscheiden worden buiten toepassing van de Wmo 2015. Deze uitspraak draait om een werkwijze waarin verzoeken om bijstand die via de website van het Uwv zijn ingediend en digitaal naar het college zijn gezonden, aangemerkt worden als ‘melding’. Naar aanleiding van deze melding worden betrokkenen uitgenodigd voor een aantal voorlichtingsbijeenkomsten en gesprekken die worden georganiseerd om hen te stimuleren werk te vinden. Pas na deze bijeenkomsten worden betrokkenen uitgenodigd voor een intakegesprek om het ingediende formulier te bespreken, te ondertekenen en in te dienen als zijnde een officiële aanvraag om bijstand. De Centrale Raad oordeelt echter dat het digitaal ingevulde aanvraagformulier dat het college in casu had ontvangen al aangemerkt moest worden als een aanvraag om bijstand en niet als melding. De omstandigheden dat een fysieke handtekening ontbrak en het formulier niet in persoon was ingediend, doen daar niet aan af volgens de Centrale Raad.

Wmo 2015

Deze week opnieuw een uitspraak van de Centrale Raad (zie hier en hier voor eerdere uitspraken) waarin een resultaatgerichte beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning strandt op het rechtszekerheidsbeginsel. Ondanks de gedetailleerde uitwerking van het vereiste resultaat aan de hand van een elementenlijst en het beschreven controlesysteem, kan de vereiste rechtszekerheid onder de huidige Wmo 2015 alleen behaald worden als de betrokkene bij de verstrekking in ieder geval weet hoeveel aanspraak bestaat op naar tijdseenheden bepaalde ondersteuning.

Jeugdwet

In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland wordt keurig toepassing gegeven aan het welbekende stappenplan van de Centrale Raad. De aanvraag strandt in dit geval op de ‘eigen kracht’ (stap 4 uit het stappenplan). Onder vigeur van de Jeugdwet staat de eigen verantwoordelijkheid van ouders en jeugdigen om problemen op te lossen voorop en ook in dit geval acht de rechtbank de mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de moeder toereikend om zelf de aangevraagde hulp en ondersteuning te kunnen bieden, ook al werd de aangevraagde zorg voorheen wel vergoed. 

Lees  hier  de eerdere signaleringen van Emma van der Ploeg.

Artikel delen