Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

ECLI:NL:RBAMS:2025:2041

Warranty & Indemnity verzekering. Verkoper aandelen heeft disclosure garanties in overnamecontract niet geschonden. Er was geen zicht op dusdanige negatieve ontwikkelingen dat verkoper melding had moeten maken van de door haar grootste klant aangekondigde herverdeling van testen. Verzekeraars zijn niet gehouden dekking te verlenen voor de gestelde schade. De rechtbank komt niet toe aan de inhou...

Rechtbank Amsterdam 3 April 2025

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2025:2041 text/xml public 2025-04-03T12:00:20 2025-03-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-03-26 C/13/734209 HA ZA 23-500 en C/13/749783 HA ZA 24-466 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Proceskostenveroordeling NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:2041 text/html public 2025-04-03T11:59:36 2025-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:2041 Rechtbank Amsterdam , 26-03-2025 / C/13/734209 HA ZA 23-500 en C/13/749783 HA ZA 24-466
Warranty & Indemnity verzekering. Verkoper aandelen heeft disclosure garanties in overnamecontract niet geschonden. Er was geen zicht op dusdanige negatieve ontwikkelingen dat verkoper melding had moeten maken van de door haar grootste klant aangekondigde herverdeling van testen. Verzekeraars zijn niet gehouden dekking te verlenen voor de gestelde schade. De rechtbank komt niet toe aan de inhoudelijke behandeling van de vordering in vrijwaring van de verzekeraars op de verkoper.
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 26 maart 2025

in de hoofdzaak (zaaknummer: C/13/734209 / HA ZA 23-500) van

TRISKELION BIDCO B.V.,

te Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: Verzekerde,

advocaat: mr. G.J.R. Kalsbeek,

tegen

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

ARCH INSURANCE (EU) DAC,

te Dublin (Ierland),2. de rechtspersoon naar buitenlands recht

AXIS SPECIALTY EUROPE SE,

te Dublin (Ierland),3. de rechtspersoon naar buitenlands recht

LLOYD'S INSURANCE COMPANY S.A.,

te Bruxelles (België),

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: Verzekeraars,

advocaat: mr. S.P. Kamerbeek

en in de vrijwaringszaak (zaaknummer: C/13/749783 / HA ZA 24/466) van

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

ARCH INSURANCE (EU) DAC,

te Dublin (Ierland),2. de rechtspersoon naar buitenlands recht

AXIS SPECIALTY EUROPE SE,

te Dublin (Ierland),3. de rechtspersoon naar buitenlands recht

LLOYD'S INSURANCE COMPANY S.A.,

te Bruxelles (België),

eisende partijen,

hierna samen te noemen: Verzekeraars,

advocaat: mr. S.P. Kamerbeek

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FDI HEALTH B.V.,

te Delft,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Verkoper,

advocaat: mr. R.G.J. de Haan.
1De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 september 2024

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 4 februari 2025, met de daarin genoemde stukken

- de brief van mr. Kamerbeek van 7 maart 2025 met een reactie op het proces-verbaal

- de brief van mr. Kalsbeek van 11 maart 2025 met een reactie op het proces-verbaal.
1.2.
Het verloop van de procedure in de vrijwaringszaak blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 september 2024

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 4 februari 2025, met de daarin genoemde stukken

- de brief van mr. Kamerbeek van 7 maart 2025 met een reactie op het proces-verbaal

- de brief van mr. De Haan van 10 maart 2025 met een reactie op het proces-verbaal.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak.
2De feiten 2.1.
Verkoper is ontstaan uit het onderzoeksinstituut TNO en hield tot 20 oktober 2020 alle aandelen in Ducares B.V. handelend onder de naam Triskelion (hierna: Triskelion). Triskelion is een zogeheten contract research organisation (hierna: CRO) en voert onder andere testen en analyses uit op voedingsproducten, zoals babyvoeding en vleesproducten. Zij richt zich met name op high end testen, testen die veelal complex of nieuw zijn. In 2020 heeft Verkoper een veilingverkoop geïnitieerd van alle door haar gehouden aandelen in Triskelion.
2.2.
Verzekerde is op 23 september 2020 opgericht om de aandelen in Triskelion te verkrijgen. Alle aandelen in Verzekerde worden indirect gehouden door Levine Leichtman Capital Partners, Europe II SCSp, een in Luxemburg gevestigd investeringsfonds (hierna: LLCP). LLCP heeft als een van de bieders interesse getoond in een overname van de aandelen in Triskelion.
2.3.
In juli 2020 heeft de financieel adviseur van Verkoper, PricewaterhouseCoopers Advisory N.V. – Corporate Finance, het door haar namens Verkoper opgestelde Information Memorandum (hierna: het IM) en een addendum daarop met LLCP gedeeld. LLCP heeft vervolgens middels een indicatief bod laten weten geïnteresseerd te zijn in een overname van Triskelion, waarna zij op 10 augustus 2020 ten behoeve van het uitvoeren van een due diligence onderzoek toegang kreeg tot:

het Vendor Assistance Report (hierna: VA-Rapport) dat ten behoeve van Verkoper was opgesteld door EY Advisory Netherlands LLP (hierna: EY);

bepaalde kopjes uit de Virtual Data Room (hierna: Data Room), waarin verschillende documenten met betrekking tot Triskelion waren geüpload;

de door Verkoper opgestelde concept koopovereenkomst; en

het non-binding indication report dat op verzoek van Verkoper was opgesteld voor de door Verkoper gewenste Warranty & Indemnity verzekering (hierna: W&I verzekering).
2.4.
Onderdeel van de met LLCP gedeelde informatie betrof de toelichting dat de meeste omzet werd behaald met de nutritionele analyses en dat deze nutritionele analyses vooral bestonden uit analyses van melkpoeder voor babyvoeding. Het VA-Rapport vermeldt ten aanzien van de door Triskelion uitgevoerde nutritionele analyses dat:

“Nutrient Analyses primarily relate to infant formula and infant formula related products. Triskelion has a long-standing relationship with most Nutrient Analyses customers, as switching costs for these services are relatively high. Revenue is therefore mostly recurring by nature. Increasing Nutrient Analyses revenue is primarily driven by rising demand from the Chinese market, where the Triskelion brand is highly valued.”
2.5.
Over haar klanten heeft Verkoper in het VA-Rapport onder meer opgenomen:

“Triskelion has a critical position within the supply chain of its sticky international blue-chip clients, who rely on Triskelion for the verification of product safety, quality and authenticity”.
2.6.
Verder is gedeeld dat de grootste klant van Verkoper (aangeduid als customer 82) een large infant formula producers aimed at international markets betrof. Deze klant was in 2018 verantwoordelijk voor een omzet van € 3.594.000 en daarmee 21% van Triskelion’s totale omzet over dat jaar. In het jaar voorafgaand aan de overname, in 2019, was customer 82 goed voor een omzet van € 4.008.000 en daarmee voor 23% van de totale omzet van Triskelion. In de eerste helft van 2020 was ten opzichte van de tweede helft van 2019 sprake van een daling van de aan deze klant gerelateerde omzet met 38% naar € 2.350.159. Volgens Verkoper viel ten aanzien van deze klant een jaarlijkse groei te verwachten van 5%.
2.7.
Daarnaast kreeg LLCP de gelegenheid om vragen aan Verkoper te stellen, overleg te voeren met Verkoper en het bestuur van Triskelion en fysieke rondleidingen te krijgen. Ten aanzien van customer 82 heeft LLCP gevraagd naar de status en achtergrond van de overeenkomst. In antwoord op deze vraag heeft Verkoper verwezen naar een document met algemene informatie over de verschillende soorten contracten die Triskelion afsluit voor de verschillende type diensten die zij aanbiedt. Ten aanzien van nutritionele analyses, die Triskelion uitvoerde voor customer 82, vermeldt het document dat wordt gewerkt met list prices of custom pricing op basis van een zogenaamde service level agreement (raamovereenkomst) met een looptijd variërend van één tot drie jaar. De Data Room bevatte geen service level agreement met customer 82.
2.8.
In het kader van het due diligence onderzoek heeft Verkoper daarnaast medegedeeld dat het door Triskelion gehuurde pand, waar zij recentelijk naartoe was verhuisd, diende te worden gerenoveerd om het geschikt te maken voor de door Triskelion te verrichten werkzaamheden. De renovatie was opgedeeld in drie fases. In het IM werden de met deze renovatie gepaard gaande kosten begroot op een bedrag van € 275.000,00. Dit bedrag is gedurende het due diligence onderzoek bijgesteld tot € 196.922,00.
2.9.
Op 19 augustus 2020 heeft LLCP haar firmed up offer gedaan, waarna zij op 24 augustus 2020 een uitnodiging ontving tot het doen van een binding offer. Op 22 september 2020 heeft LLCP een bod gedaan van € 84,1 miljoen voor de overname van Triskelion. Op 23 september 2020 is voorwaardelijke overeenstemming over een concept koopovereenkomst bereikt tussen Verkoper en Verzekerde en is een signing protocol gesloten. Eveneens op 23 september 2020 is de W&I verzekering gesloten tussen Verzekerde en Transact, die als underwriter (gevolmachtigd agent) namens Verzekeraars optrad. Op 20 oktober 2020 tekenden partijen de definitieve koopovereenkomst (hierna: de Koopovereenkomst) en vond levering van de aandelen in Triskelion plaats.

de Verzekeringspolis en Koopovereenkomst
2.10.
Met de W&I verzekering heeft Verzekerde – op verlangen van Verkoper – het risico op schade in verband met schending van bepaalde in de Koopovereenkomst door Verkoper verstrekte garanties verzekerd. De verzekeringspolis van de W&I verzekering (hierna: de Polis) bepaalt voor zover relevant:

“Item 7 Limit of Liability EUR 40.000.000 (…)

Item 8 Retention EUR 362.500 (…)
1.1
Insuring Clause Subject to the Terms & Conditions of this Policy, the Underwriter shall, in excess of the Retention and, in aggregate up to the Limit of Liability, indemnify the Insured for, or pay on the Insured’s behalf, any Loss covered by this Policy. (…)
3.2
Definition of Loss (…) Loss means: 3.2.1 any amount of monies to which the Insured (i) is contractually and/or legally entitled to claim from the Sellers or any one of them under and pursuant to the Sale and Purchase Agreement for a Breach (…); plus 3.2.2 any related Defence Costs; plus 3.2.3 any Mitigation Costs; plus 3.2.4 any reasonable costs incurred in making a claim under this Policy; (…)

For the avoidance of doubt, any Loss suffered or incurred by the Target (Triskelion, toevoeging Rechtbank) shall be deemed to be suffered or incurred by the Insured.”
2.11.
Bijlage 2 bij de Polis bevat een overzicht van de garanties uit de Koopovereenkomst die zijn gedekt onder de Polis, waaronder de disclosure garanties van artikel 22.1 en 22.2 van bijlage 2 bij de Koopovereenkomst.
2.12.
De Koopovereenkomst bepaalt onder andere:

“12. WARRANTIES & WARRANTY LIMITATIONS12.1 At the Signing Protocol Date, FDI Health represents and warrants (garandeert) to the relevant Purchaser, as set out in Schedule 1 (The Sellers and Purchasers), with respect to itself (solely in relation to the Fundamental Warranties) and DUCARES that each of the statements set out in Schedule 2 (Sellers Warranties) are true and accurate as at the Signing Protocol Date and will be true and accurate at the Completion Date. (…)
22NO RESCISSION(…)22.3 In the event of a breach of the Warranties (…) the only remedy for the relevant Purchaser shall be a claim for damages (schadevergoeding) and not for specific performance (nakoming).
SCHEDULE 2 SELLERS WARRANTIES

(…) 22. DISCLOSURE
22.1
To the Sellers’ best knowledge, each of it has provided all information to the Purchasers relating to the relevant Company and its respective Business, assets and liabilities that is important for a prospective purchaser of the Companies in order to obtain a fair view of the Business, assets and liabilities of the Companies. 22.2 To the Sellers’ best knowledge, all information supplies by the Sellers in the Data Room is true and accurate in all material respects when provided and each of the Sellers had not withheld from the Purchasers any information that would be make such information untrue or inaccurate.

SCHEDULE 9 INTERPRETATION

(…)

3. Where any Warranties are qualified by the expression “to the best knowledge of the Sellers”, (…) such expression shall mean the actual knowledge of the Sellers after having made enquiry with [naam 1] , Messrs [naam 2] , [naam 3] and [naam 4]”
2.13.
Op 31 maart 2020 hebben Triskelion en de Chinese partner van Ausnutria China Certification and Inspection Group (hierna: CCIC) een service level agreement (hierna: SLA) gesloten op basis waarvan Triskelion bepaalde laboratory services aan CCIC zou verlenen.

ontwikkelingen na sluiten Koopovereenkomst – correspondentie Ausnutria
2.14.
Na de overname van de aandelen in Triskelion is het Verzekerde duidelijk geworden dat de grootste klant van Triskelion, customer 82, Ausnutria betreft. Ausnutria is een zuivelconcern dat zich (mede) richt op baby- en kindervoeding. Verzekerde heeft kennisgenomen van verschillende e-mailberichten met betrekking tot de relatie van Triskelion met Ausnutria. Hieronder volgt, voor zover relevant, een weergave van deze berichten.
2.15.
Een e-mail van [naam 5] (destijds managing director van Triskelion) van 23 juli 2019 aan [naam 6] (senior business development manager bij Triskelion) en [naam 3] (op dat moment general manager van Triskelion) met daarbij een notitie ter voorbereiding op een bijeenkomst met Ausnutria. In de notitie staat:

“(…) Aftrap en Doel van gesprek (…):

- De aanleiding is het voornemen van AusNutria om de verrichtingen die uitbesteedt zijn aan meerdere CRO’s te gaan insourcen.

- Ons doel van dit gesprek is niet om afscheid te nemen maar vooral te onderzoeken of en hoe we een vervolg kunnen geven aan de goede samenwerking.

- Hiervoor is het belangrijk dat we een compleet beeld hebben bij de toekomstplannen van AusNutria. We denken een goed beeld te hebben, maar missen nog enkele puzzelstukjes, die we willen bespreken. (…)

- Om dit inhoud te geven lijkt het ons nuttig om Triskelion kort te introduceren en te benadrukken hoe die goede samenwerking invulling krijgt. (akkoord? JA: slides. NEEN: dialoog -> zie vragen)

(…)

Vragen:

- Wat is de gedachte achter de insourcing? (…)

- Wat is de relatie CCIC en AusNutria? (…)

- Is er sprake van een “gedwongen winkelnering” of zijn er andere redenen waarom dit gaat plaatsvinden? (…)

- Uit onze analyse lijkt het alsof CCIC niet alle verrichtingen die AusNutria nodig heeft kan bieden. (…) Hoe kan Triskelion daar een rol inspelen?

- Eurofins Hack: Gezien recente ontwikkelingen bij een collega-CRO, is het niet ondenkbaar dat het ook anderen kan overkomen. Stel dat CCIC getroffen zou worden, wat is dan het back-up scenario? (…)”
2.16.
Een e-mail van 3 oktober 2019 van [naam 3] aan [naam 7] en [naam 8] (beiden indirect bestuurder Verkoper) met daarbij een presentatie ten behoeve van een gesprek met [naam 9] (CEO Ausnutria). De titel van de presentatie is “FDI-Ausnutria-CCIC scenario’s” en daarin staat onder andere:

“Achtergrond

 (…) Ausnutria (AUS) (…) besloot eigen lab te bouwen in Lelystad (…)

 In 2017-2018 besloot AUS een strategisch huwelijk aan te gaan met Chinese partner CCIC (…)

 Opzetten van het lab valt tegen. (…)

 Aug 2019: AUS China lijkt het in-source proces er ‘door heen te willen drukken’ en [naam 10] vraagt Triskelion consultancy met als doel het lab naar een hoger niveau te trekken. [naam 10] en [naam 9] (CEO AUS) realiseert dat hier wisselgeld voor nodig is en doet een handreiking naar het onderzoeken van mogelijke partnering.”
2.17.
De presentatie beschrijft zes scenario’s, variërend van een afscheid van Ausnutria als klant tot een overname van of fusie tussen Triskelion en Ausnutria.
2.18.
Een e-mail van 14 oktober 2019 van [naam 7] aan [naam 9] :

“Nogmaals dank voor het plezierige en constructieve gesprek vorige week. Wij hebben alles teruggekoppeld aan het Triskelion team. Zij willen graag de samenwerking met CCIC intensiveren. Als ik het goed begrijp, worden er op dit moment al stappen genomen om de LIMS systemen te koppelen. Graag zou ik een afspraak willen maken met de nieuwe Managing Director bij CCIC.”
2.19.
Een e-mail van 18 oktober 2019 van [naam 11] (op dat moment Director Strategy & Innovation bij Ausnutria en vanaf 1 januari 2020 CEO van Ausnutria) aan [naam 7] en [naam 8] :

“[naam 9] heeft mij gevraagd contact met je op te nemen mbt CCIC EFT. Ik ben (…) recent ook betrokken bij het initiatief om onze analyses over te zetten naar CCIC EFT en daarmee de verband houdende verdere samenwerking met Triskelion. Zouden we binnenkort in eerste instantie eens kort kunnen bellen om de vervolgstappen te bespreken?”
2.20.
Een e-mail op 11 december 2019 van [naam 12] (Operations Manager CCIC Europe Food Test B.V.) aan diverse personen van Triskelion, met [naam 3] in de cc:

“Ik heb eergister eindelijk een overzicht gekregen met aantallen die wij zouden kunnen verwachten wanneer alles ‘over gaat naar ons’. Dit is nog niet het geval, maar de intentie is er wel dit in 2020 zoveel mogelijk te gaan doen. Dus in geval van nood (brand/totale uitval lab) zullen wij dit werk weg moeten zetten bij andere labs. De grijze vlakken zijn methoden die wij nog niet doen. Een aantal zijn al in ontwikkeling en verwachten wij ook in 2020 te operationaliseren. Uiteraard zullen wij die planning met jullie afstemmen, als jullie de prefered supplier worden voor een aantal van deze (grijze) analyses.”
2.21.
Een e-mail van 13 december 2019 van [naam 3] aan [naam 7] :

“Vanochtend hebben we CCIC hier over de vloer gehad. - We zijn de CCIC calamiteitenovk aan het finaliseren - CCIC is ook bereid ons calamiteitenlab te worden (…) - We hebben inmiddels geupdate volumes. Begin jan 2020 zullen wij met een SLA opzet incl. prijsvoorstel komen - CCIC gaf aan dat Ausnutria nog steeds onvoorspelbaar is m.b.t. besluitvorming van de planning v/d definitieve ‘overgang’. CCIC ziet 2 deling in de directie van Ausnutria: [naam 10] (COO) houdt het tegen (heeft twijfels over kwaliteit CCIC, weten wij) en [naam 11] wil wel over. - Voor de definitieve change zal Ausnutria waarschijnlijk eerst bij ons aankloppen voor wat extra schaduwdraai projecten om onze resultaten met Eurofins te vergelijken (trendbreuk te voorkomen en receptuur te moeten aanpassen). Hier zal uit kunnen komen welke tests uiteindelijk bij ons uitbesteed gaan worden. Het is blijkbaar nog mogelijk dat een deel van de test bij Eurofins blijven. Het was wederom een zeer prettige, open meeting. Ik denk dat onze strategie: zowel Ausnutria als CCIC te vriend houden de juiste is zodat we voor beide partijen de preferred supplier blijven/worden. (…)”
2.22.
E-mail van 3 maart 2020 van [naam 3] aan [naam 7] :

“(…) Ik heb inmiddels ook meer duidelijkheid over de tests die vanuit Ausnutria Kampen zijn weggevallen en naar CCIC zijn gegaan. Als deze loss niet wordt gecompenseerd door ‘rest Eurofins’ zal het dit jaar een loss van 900k betekenen. Er is ook aangegeven vanuit Ausnutria Kampen dat er de komende tijd meer tests naar CCIC zullengaan. Ze konden nog niet zeggen wanneer. Ik hoop dat [naam 10] volgende week duidelijkheid gaat scheppen in dit hele verhaal. (…) ik vermoed dat we in ieder geval de vacatures bij Nutriënten kunnen intrekken.”
2.23.
Ook na de overname is Ausnutria onderwerp van gesprek in diverse e-mails. Op 10 december 2020 schrijft [naam 7] aan [naam 11] :

“(...) Zoals bekend is Triskelion recent verkocht aan (…) LLCP. LLCP heeft grote ambities met Triskelion, die ook interessant kunnen zijn voor Ausnutria. Je kunt daarbij denken aan een sterke uitbreiding van de laboratoriumcapaciteit, maar ook aan een verbetering van de processen waardoor de doorlooptijd van de testen nog korter wordt, hetgeen een directe impact heeft op jullie voorraden/doorlooptijd. (…) het lijkt mij de moeite waard als er een kennismaking komt tussen jou en [naam 13] (…) en [naam 3] (…). Ik heb de heren in de cc gezet, zodat jullie contact met elkaar kunnen opnemen. (…)”
2.24.
In e-mail van 22 april 2021 aan onder meer [naam 13] (bestuurder Verzekerde) schrijft [naam 3] over een telefoongesprek dat hij voerde met [naam 11] :

“[naam 11] (…) explained that he was not aware of our position, of Triskelion holding up capacity for Ausnutria, of the volume history of last year and the current volume streams. [naam 11] also referred to the conversation he had with [naam 7] in the beginning of 2020, in view of their insourcing plan, where she explained that Triskelion is very flexible with its flexible deployment.”
2.25.
Op 18 mei 2021 heeft [naam 14] (Triskelion) aan onder meer [naam 13] en [naam 3] verslag gedaan van zijn telefoongesprek met [naam 11] :

“(…) I can better understand Ausnutria’s reasoning now: - Insourcing had been known for over 2 years (and even before: when they started CCIC); the volume drop had started early last year already, significantly - Ausnutria can’t help it that Triskelion had not acted on this early on (…) and therefore he sees no ground for any form of compensation - Moreover: Triskelion has always been 30-40% more expensive than Eurofins and the likes – which they have been happy to pay for reasons of quality, reliability, TAT, et cetera – but that’s also the max that they find reasonable - Also, only recently did he find out that there is still a significant volume directly from Ausnutria (…) - Ausnutria has never been made aware that they are our largest customer and that their insourcing would create a big issue on our side: on the contrary: [naam 7] has always been fully aware of their plans and had always stated that Triskelion could deal with that without a problem (…)”
2.26.
Verzekeraars hebben in deze procedure een e-mailwisseling overgelegd tussen [naam 7] en [naam 11] van na de datum van dagvaarding:
2.27.
Een e-mail van [naam 7] aan [naam 11] van 19 december 2024 houdt in::

“(…) Wij zijn eind 2019 overeengekomen dat Triskelion de preferred supplier zou worden voor specials en overflowdiensten. Dit is destijds (…) ook vastgelegd in een overeenkomst tussen Ausnutria en CCIC. Daarnaast gaf je aan dat door de enorme prijsverhogingen die Triskelion doorvoerde in 2021 en de dynamiek met [naam 3] , de relatie tussen Triskelion en Ausnutria is verslechterd. Begrepen we het verder goed dat, naast dat het lab van CCIC in Lelystad niet de faciliteiten en accreditaties had om specials te kunnen verrichten, dit lab te klein was om dit überhaupt te kunnen?”
2.28.
De reactie van [naam 11] op 20 december 2024:

“Dat klopt. Ausnutria had de afspraak met CCIC dat in principe haar analyses bij CCIC gedaan zouden worden en voor zover dat niet past (letterlijk en figuurlijk) Triskelion de preferred partner zou zijn. De faciliteiten van CCIC in Lelystad waren beperkt inderdaad, zowel qua voorzieningen als ruimte, ik zou zeggen in algemene zin niet specifiek alleen tav specials.”
2.29.
In reactie hierop schrijft [naam 7] op 23 december 2024:

“Helder, dat betekent dus dat CCIC in Lelystad nooit in staat was om alle diensten die Triskelion verrichte over te nemen en altijd afhankelijk was van derde partijen voor specials en overflow diensten.”
2.30.
En het antwoord van [naam 11] op 29 december 2024:

“Zo is het!”.

ontwikkelingen na sluiten Koopovereenkomst – correspondentie renovatiekosten
2.31.
Na de overname van de aandelen in Triskelion heeft Verzekerde kennisgenomen van de volgende correspondentie met betrekking tot de kosten voor de renovatie van het bedrijfspand:
2.32.
Een e-mail van [naam 4] (manager operations bij Triskelion) aan [naam 3] en [naam 15] (indirect bestuurder bij Verkoper) van 22 augustus 2020:

“Ik heb een kort overzicht gemaakt van de reële situatie fase 3 + optie tot uitbouw. Moeten vooral even kijken naar slide 5, ik verwacht dat een extra investering van 320k nodig zal zijn om fase 3 te realiseren.”
2.33.
En de reactie daarop van [naam 15] op dezelfde datum:

“@[naam 3] : in het IM hebben we nu voor fase III ik geloof iets van EUR 275k capex opgenomen en verder uiteraard ook de oplopende huurverplichtingen. Dat laatste valt boekhoudkundig gedeeltelijk onder de EBITDA, maar is uiteraard een cash-out.

Laten we maandag even goed de verhaallijn die we rondom dit onderwerp kunnen aanhouden afstemmen.”

ontwikkelingen na sluiten Koopovereenkomst – de Claim Notice
2.34.
Verzekerde heeft op 17 juni 2022 bij Transact een Claim Notice onder de Polis ingediend wegens schending van de disclosure garanties. Volgens Verzekerde had Ausnutria al ruim voor de overname aangekondigd dat zij de diensten die zij aan Triskelion uitbesteedde zelf zou gaan verrichten (“insourcen”), en was zij daar ook al mee begonnen. Als gevolg daarvan zou Triskelion haar grootste klant verliezen en dat wist Verkoper al ruim voor de overname. Deze informatie heeft Verkoper echter niet met LLCP gedeeld. Daarnaast is Verzekerde gebleken dat Verkoper met betrekking tot de vereiste renovatie van het bedrijfspand ten onrechte een te laag en onrealistisch budget heeft gedeeld. Verzekerde begroot de totale schade op een bedrag van € 24.129.000,00.
2.35.
Op 25 juli 2022 hebben de Verzekeraars aan Verzekerde meegedeeld dat zij niet over voldoende informatie beschikken om dekking onder de Polis te kunnen bevestigen. Op 2 september 2022 hebben de Verzekeraars aan Verzekerde een vragenlijst gestuurd, bestaande uit ongeveer 50 vragen. In reactie daarop heeft Verzekerde op 21 oktober 2022 diverse documenten aan de Verzekeraars gezonden.
2.36.
Met ingang van april 2023 voert Triskelion niet langer tests uit in opdracht van Ausnutria of CCIC.
3Het geschil 3.1.
In de hoofdzaak vordert Verzekerde – samengevat en na wijziging van eis – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht verklaart dat sprake is van een inbreuk op lid 1 en/of lid 2 van artikel 22 van Schedule 2 bij de Koopovereenkomst;

II. voor recht verklaart dat de als gevolg van deze inbreuk geleden schadei) per 31 december 2024 in hoofdsom € 85.442.780,20 bedraagt, althans € 84.792.950,44, te vermeerderen met verdere wettelijke rente vanaf 1 januari 2025, althans € 40.799.000,- bedraagt, althans € 40.000.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2020;enii) valt onder de door Verzekerde onder de W&I verzekering verzekerde schade,

III. voor recht verklaart dat Verzekeraars aldus gehouden zijn tot vergoeding van deze door Verzekerde geleden schade, tot aan de dekkingslimiet van € 40.000.000,-;

IV. (i) Arch Insurance (EU) DAC veroordeelt tot betaling van € 20.000.000,-, (ii) Axis Specialty Europe SE veroordeelt tot betaling van € 11.000.000,-, en(iii) Lloyd’s Insurance Company S.A. veroordeelt tot betaling van € 9.000.000,-te vermeerderen met de wettelijke rente;

V. Verzekeraars hoofdelijk veroordeelt in (i) de kosten van deze procedure, en (ii) de kosten van de door Verzekerde ingeschakelde expert van € 176.246,38, te vermeerderen met de wettelijke rente en

VI. Verzekeraars hoofdelijk veroordeelt in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Verzekeraars voeren verweer. Verzekeraars concluderen tot niet-ontvankelijkheid van Verzekerde, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Verzekerde, met veroordeling van Verzekerde in de kosten van deze procedure.
3.3.
In vrijwaring vorderen Verzekeraars – voor zover mogelijk samengevat en na wijziging van eis – dat de rechtbank, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht verklaarti) dat Verzekeraars subrogeren in de vordering van Verzekerde op Verkoper onder de Koopovereenkomst tot vergoeding van de door Verzekerde geleden schade en gemaakte kosten waarvan Verzekerde in de hoofdprocedure betaling door Verzekeraars vordert, nadat Verzekeraars het bedrag, waartoe Verzekeraars in de hoofdprocedure mochten worden veroordeeld, aan Verzekerde hebben betaald;ii) voor zover in de hoofdprocedure wordt vastgesteld dat de schade van Verzekerde meer bedraagt dan de dekkingslimiet onder de Polis - dat Verzekeraars subrogeren in de vordering van Verzekerde op Verkoper onder de Koopovereenkomst tot vergoeding van de door haar geleden schade boven de dekkingslimiet onder de Polis en gemaakte kosten, nadat Verzekerde Verzekeraars tot betaling van dit bedrag heeft aangesproken en Verzekeraars dit bedrag aan Verzekerde hebben betaald;

II. Verkoper te veroordelen om aan Verzekeraars te betalen al hetgeen waartoe Verzekeraars in de hoofzaak jegens Verzekerde mochten worden veroordeeld, althans aan Verzekerde zullen hebben betaald;

III. voor zover in de hoofdprocedure wordt vastgesteld dat de schade van Verzekerde meer bedraagt dan de dekkingslimiet onder de Polis - Verkoper te veroordelen om aan Verzekeraars te betalen het bedrag dat Verzekerde aan schade heeft geleden boven de dekkingslimiet onder de Polis en gemaakte kosten, nadat Verzekerde Verzekeraars tot betaling van dit bedrag heeft aangesproken en Verzekeraars dit bedrag aan Verzekerde hebben betaald;

IV. Verkoper te veroordelen in de kosten en nakosten van het geding.
3.4.
Verzekeraars leggen aan hun vorderingen kort gezegd ten grondslag dat Verzekerde zich in de hoofdzaak in feite op het standpunt stelt dat sprake is van fraud (bedrog). Als sprake is van bedrog zijn Verzekeraars op grond van artikel 8 van de Polis en artikel 7:962 lid 1 BW gerechtigd te subrogeren in de vorderingen van Verzekerde op Verkoper onder de Koopovereenkomst. Om die reden is Verkoper jegens Verzekeraars aansprakelijk voor betaling van ten minste een bedrag gelijk aan de uitkering van Verzekeraars onder de Polis.
3.5.
Verkoper voert verweer.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
bevoegdheid en toepasselijk recht
4.1.
Omdat Verzekeraars zijn gevestigd in Ierland respectievelijk België, zal de rechtbank eerst ambtshalve haar internationale bevoegdheid en het toepasselijk recht vaststellen. Tussen partijen is met de verschijning van Verzekeraars in de hoofdzaak en Verkoper in de vrijwaring terecht niet in geschil dat de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak en in de vrijwaring.
4.2.
Ook is terecht niet in geschil dat artikel 13 van de Polis een rechtskeuze bevat voor Nederlands recht als bedoeld in artikel 3 van de Rome I-Verordening, zodat in de hoofdzaak Nederlands recht van toepassing is. In de vrijwaringszaak zijn partijen blijkens hun over en weer ingenomen standpunten uitgegaan van de toepasselijkheid van Nederlands recht. Dit wordt aangemerkt als een rechtskeuze als bedoeld in artikel 3 van de Rome I Verordening (voor zover de vorderingen betrekking hebben op verbintenissen uit overeenkomst) en artikel 14 van de Rome II-Verordening (voor zover de vorderingen betrekking hebben op niet-contractuele verbintenissen).

In de hoofdzaak

de garantiebepalingen
4.3.
Uit de definitie van Loss (zie hiervoor 2.10) volgt dat Verzekeraars verplicht zijn tot het doen van een betaling onder de Polis, indien Verzekerde gerechtigd zou zijn geweest tot vergoeding van schade als gevolg van een schending van een garantie onder de Koopovereenkomst door Verkoper. Dat betekent dat in de eerste plaats beoordeeld moet worden of Verkoper een garantie onder de Koopovereenkomst heeft geschonden.
4.4.
Voorop staat dat aan het begrip ‘garantie’ niet een vaste betekenis toekomt. De vraag naar de aard en reikwijdte van de onderhavige garantiebepalingen, moet dan ook worden beantwoord door de uitleg ervan, waarbij het aankomt op de zin die partijen bij de overeenkomst in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs daaraan mochten toekennen en op hetgeen zij redelijkerwijs te dien aanzien van elkaar mochten verwachten.
4.5.
Niet in geschil is dat de garantie van artikel 22.1 van bijlage 2 bij de Koopovereenkomst (zie hiervoor 2.12) inhoudt dat:

Verkoper alle informatie over het bedrijf, de activa en passiva van Triskelion met Verzekerde heeft gedeeld;

die relevant is voor de koper van de aandelen;

waarmee Verkoper bekend was (to the Sellers’ best knowledge).
4.6.
Evenmin is in geschil dat Verkoper op grond van artikel 22.2 daarvan garandeert dat:

alle informatie die in de Data Room is gedeeld waar en accuraat is in materieel opzicht; en

er geen informatie is achtergehouden die de in de Data Room verstrekte informatie onjuist en onnauwkeurig maakt; en

Verkoper daarmee bekend was (to the Sellers’ best knowledge).

het verlies van Ausnutria als klant van Triskelion
4.7.
Aan de hand van de onder de feiten opgenomen e-mailcorrespondentie stelt Verzekerde dat het haar na de overname van de aandelen duidelijk is geworden dat Verkoper in de periode in aanloop naar de overname willens en wetens informatie niet heeft gedeeld die zeer relevant was voor haar als koper van de aandelen Triskelion. Niet alleen heeft Verkoper verzwegen dat Ausnutria de relatie had beëindigd, bovendien heeft Verkoper schriftelijk en mondeling de onjuiste informatie verstrekt dat juist een groei in omzet van Ausnutria met 5% werd verwacht en dat deze omzet recurring by nature was omdat de klantrelaties sticky waren. Dat levert een schending op van de disclosure garantie van artikel 12.1 van de Koopovereenkomst in combinatie met artikel 22.1 en 22.2 van bijlage 2 bij de Koopovereenkomst.
4.8.
Verzekerde wordt hierin niet gevolgd. De e-mails bevatten geen mededeling dat Ausnutria voorafgaand aan de overname de relatie met Triskelion zou hebben beëindigd omdat zij voornemens was de tests die zij aan Triskelion uitbesteedde volledig te gaan ‘insourcen’. Ook de strekking van de e-mails wijst daar niet op. Zowel door Triskelion en Verkoper, als door Ausnutria wordt juist uitdrukkelijk gesproken over verdere samenwerking in de toekomst. Verwezen wordt naar de volgende uitingen aan de zijde van Triskelion en Verkoper:

“Ons doel van dit gesprek is niet om afscheid te nemen maar vooral te onderzoeken of en hoe we een vervolg kunnen geven aan de goede samenwerking” (e-mail met interne notities van 23 juli 2019, zie 2.15)

“AUS China lijkt het in-source proces er ‘door heen te willen drukken’ en [naam 10] vraagt Triskelion consultancy met als doel het lab naar een hoger niveau te trekken. [naam 10] en [naam 9] (CEO AUS) realiseert dat hier wisselgeld voor nodig is en doet een handreiking naar het onderzoeken van mogelijke partnering.”(e-mail van 3 oktober 2019, zie 2.16)

“Wij hebben alles teruggekoppeld aan het Triskelion team. Zij willen graag de samenwerking met CCIC intensiveren. Als ik het goed begrijp, worden er op dit moment al stappen genomen om de LIMS systemen te koppelen.” (e-mail van 14 oktober 2019, zie 2.18)

“- we zijn de CCIC calamiteitenovk aan het finaliseren - CCIC is ook bereid ons calamiteitenlab te worden (…) - we hebben inmiddels geupdate volumes. Begin jan 2020 zullen wij met een SLA opzet incl. prijsvoorstel komen - voor de definitieve change zal Ausnutria waarschijnlijk eerst bij ons aankloppen voor wat extra schaduwdraai projecten (…). Hier zal uit kunnen komen welke tests uiteindelijk bij ons uitbesteed gaan worden.”

(e-mail van 13 december 2019, zie 2.21)
4.9.
En aan de zijde van Ausnutria:

“Ik ben (…) recent ook betrokken bij het initiatief om onze analyses over te zetten naar CCIC EFT en daarmee de verband houdende verdere samenwerking met Triskelion. Zouden we binnenkort in eerste instantie eens kort kunnen bellen om de vervolgstappen te bespreken?”

(e-mail van 18 oktober 2019, zie 2.19)

“Dus in geval van nood (brand, totale uitval lab) zullen wij dit werk weg moeten zetten bij andere labs. De grijze vlakken zijn methoden die wij nog niet doen. Een aantal zijn al in ontwikkeling en verwachten wij ook in 2020 te operationaliseren. Uiteraard zullen wij die planning met jullie afstemmen, als jullie de prefered supplier worden voor een aantal van deze (grijze) analyses.”

(e-mail van 11 december 2019, zie 2.20)
4.10.
Ook de e-mail van [naam 7] aan [naam 11] na de overname, waarin zij [naam 11] in contact brengt met [naam 13] en [naam 3] , wijst niet op een reeds beëindigde relatie (zie hiervoor 2.24).
4.11.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat Ausnutria voorafgaand aan de overname de relatie met Triskelion had beëindigd. Er viel op dat punt door Verkoper dan ook niets mede te delen. Dat geldt ook voor het door Verzekerde op de zitting ingenomen standpunt dat Verkoper had moeten melden dat de relatie met Ausnutria ‘op losse schroeven’ stond. Dat daarvan sprake was valt uit de e-mailcorrespondentie niet op te maken. Het aanbod van Verzekerde om [naam 3] , [naam 14] , [naam 11] en [naam 7] te horen als getuige omtrent hetgeen Ausnutria en Triskelion met Verkoper heeft gedeeld over het insourcing-plan en het daarmee gepaard gaande vertrek als klant van Triskelion wordt gepasseerd, omdat geen andere concrete feiten en omstandigheden dan voormelde e-mails zijn gesteld die, indien bewezen, tot een andere beslissing kunnen leiden.

herverdelen van testen
4.12.
Wel valt uit de e-mailcorrespondentie af te leiden, en dat wordt ook door Verzekeraars beaamd, dat Triskelion voorafgaand aan de overname duidelijk had gemaakt dat zij voornemens was de testen die zij tot dan toe aan verschillende CRO’s uitbesteedde anders te gaan verdelen. De achtergrond daarvan was gelegen in de jaren voorafgaand aan de overname, waarin Ausnutria een forse groei van de Chinese markt voor babyvoeding voorzag. Met het oog daarop heeft zij 2015 een eigen testlaboratorium in Lelystad gebouwd en in 2019 een nieuwe fabriek in Heerenveen. Per 1 mei 2018 heeft het CCIC een belang van 60% genomen in het laboratorium in Lelystad. Dit laboratorium voerde hoofdzakelijk of uitsluitend testen uit voor Ausnutria. In 2019 werd duidelijk dat Ausnutria voornemens was meer testen via CCIC te laten uitvoeren (het zogenaamde ‘insourcen’ waarover in diverse e-mails wordt gesproken).
4.13.
Verzekerde stelt zich op het standpunt, zo begrijpt de rechtbank, dat Verkoper haar diende te informeren over deze voorgenomen herverdeling van testen, ook als daar volgens Verkoper voordelen uit zouden voortvloeien. Daarin wordt Verzekerde niet gevolgd. In de eerste plaats zou dat betekenen dat de lat voor het verstrekken van informatie hoger ligt bij klanten waar (zoals in het geval van Ausnutria) geen overeenkomst mee gesloten is dan bij klanten waarmee Triskelion wel een overeenkomst had gesloten. In de Koopovereenkomst garandeert Verkoper voor die laatste groep klanten immers dat geen sprake is van een schriftelijke opzegging. Als Verkoper ten aanzien van klanten waarmee geen overeenkomst is gesloten gehouden zou zijn mededeling te doen van (slechts) een verandering in een klantrelatie strekt die verplichting in zoverre verder. Een onderbouwing dat partijen dit hebben beoogd overeen te komen ontbreekt.
4.14.
Daarbij komt het volgende. Enerzijds heeft Verkoper erop gewezen dat zij verwachtte dat de herverdeling niet tot een (materiële) daling van de omzet van Ausnutria zou leiden en zelfs kansen bood voor verdere groei of het bestendigen van de relatie. Anderzijds volgt uit de e-mailcorrespondentie dat er ook onzekerheden waren. Niet iedere onzekerheid leidt evenwel – bij het niet vermelden daarvan – tot een schending van de garanties. Onzekerheden zijn immers inherent aan het ondernemen. Waar het om gaat, is of zicht was op dusdanige negatieve ontwikkelingen dat het niet vermelden daarvan leidt tot schending van de garanties. Als de vooruitzichten niet dusdanig negatief leken, valt niet in te zien – en is ook niet nader toegelicht – waarom Verkoper daarvan melding zou moeten maken. Er is in dat geval immers geen reden om aan te nemen dat dit voor de koper van de aandelen van belang zou zijn, terwijl de informatieverplichting van artikel 22.1 alleen geldt voor informatie that is important for a prospective purchaser of the companies in order to obtain a fair view of the Business, assets and liabilites.
4.15.
Van belang is dus of de herverdeling naar verwachting dusdanige negatieve ontwikkelingen teweeg zou brengen dat Verkoper hiervan melding had moeten maken. Naar het oordeel van de rechtbank was dat niet het geval. Uit de overgelegde e-mails kan worden afgeleid dat het voor Triskelion en Verkoper in 2019 en 2020 nog niet volledig duidelijk was welke gevolgen een en ander precies zou hebben (de hiervoor genoemde onzekerheden). Wel was duidelijk, zoals ook hiervoor is overwogen, dat de communicatie over en weer was gericht op verdere samenwerking. In dat verband werden de LIMS-systemen gekoppeld (zodat CCIC de testen via dat systeem kon “doorgeven” aan Triskelion), werd erover gesproken dat Triskelion preferred supplier zou worden voor gespecialiseerde testen en overflow-diensten die CCIC niet zelf kon uitvoeren en sloten Triskelion en CCIC op 31 maart 2020 een SLA. Verder staat vast dat Ausnutria in die periode uitging van verdere (volgens Verzekeraars exponentiele) groei, met name op de Chinese markt. Daartoe deed Ausnutria forse investeringen in de uitbouw van capaciteit middels een nieuwe fabriek en vergroting van de testcapaciteit in het laboratorium dat zij met CCIC exploiteerde. Dit rechtvaardigt de redelijke verwachting van Verkoper dat de gevolgen voor Triskelion niet negatief – en mogelijk juist positief – zouden uitvallen. Weliswaar raakte Triskelion een deel van de testen die zij voorheen uitvoerde kwijt, daar stond tegenover dat de verwachting was dat het volume aan testen fors zou groeien. Bovendien zorgde de SLA voor een grotere mate van zekerheid dan het uitsluitend contracteren op basis van losse opdrachten zoals dat tot dan plaatsvond.
4.16.
Bij het oordeel dat het aangekondigde herverdelen van testen geen informatie betrof die Verkoper verplicht was met Verzekerde te delen is mede van belang dat Verzekerde wist dat met Ausnutria geen schriftelijke overeenkomst was gesloten, als gevolg waarvan deze klant mogelijk minder ‘sticky’ was dan andere klanten. Kennelijk riep dat bij Verzekerde ook geen nadere vragen op, aangezien zij na het algemene antwoord op haar vraag naar de status en achtergrond van deze klant niet heeft doorgevraagd (zie hiervoor 2.7). Bovendien was de duur van de relatie met Ausnutria (aanzienlijk) korter dan de relatie met de andere grote klanten van Triskelion (3 tot 5 jaar tegenover meer dan 10 jaar).
4.17.
Dat uiteindelijk – in april 2023 – Ausnutria daadwerkelijk als klant van Triskelion is weggevallen betekent in het licht van voornoemde omstandigheden op zichzelf niet dit een gevolg is van de beslissing in 2019 om de testen anders te verdelen. In de eerste plaats bleef het testvolume in de twee jaar na de overname nagenoeg gelijk. Ten opzichte van de eerste helft van 2020 verdubbelde de omzet vanuit CCIC in de eerste helft van 2021 naar € 684.000,00. Bovendien volgt uit de hiervoor 2.25 en 2.27 geciteerde correspondentie van na de overname dat de relatie tussen Triskelion en Ausnutria was verslechterd. Verzekeraars hebben er verder op gewezen dat de verwachte groei van Ausnutria uitbleef als gevolg van de COVID-pandemie en veranderende marktomstandigheden in China. Alternatieve oorzaken voor het wegvallen van Ausnutria als klant zijn dan ook zeer goed denkbaar.
4.18.
Conclusie van het voorgaande is dat er geen zicht was op dusdanige negatieve ontwikkelingen dat Verkoper melding had moeten maken van de aangekondigde herverdeling. Er is dus geen sprake van informatie die zij op grond van artikel 22.1 met Verzekerde had moeten delen, aangezien die informatie voor Verzekerde niet van belang was als bedoeld in dat artikel. Evenmin is sprake van een schending van de garantie van artikel 22.2. De verstrekte informatie is immers waar en accuraat “true and accurate in all material respects” en er is geen sprake van achtergehouden informatie die de informatie in de Data Room onjuist en onnauwkeurig maakt. Ook de door Verkoper via de Data Room gedeelde verwachte omzetgroei van 5% voor Ausnutria kan niet leiden tot een inbreuk op de garantieverplichting van artikel 22.1 of 22.2. Deze prognose is, zo hebben Verzekeraars toegelicht, gebaseerd op de algemene groei die door experts werd verwacht in de onderliggende markten. Daargelaten de vraag of een groeiverwachting van 5% terecht was, geldt dat Verkoper in de Koopovereenkomst geen garanties heeft gegeven voor toekomstverwachtingen. Dit alles betekent dat Verkoper de disclosure garanties voor wat betreft de relatie met Ausnutria niet heeft geschonden en dat Verzekerde in zoverre geen aanspraak kan maken op vergoeding van schade onder de Polis.

de renovatiekosten
4.19.
Verzekerde stelt dat haar na de overname duidelijk is geworden dat de gecommuniceerde kosten voor de renovatie geen € 196.922,00, maar in werkelijkheid € 881.000,00 bedroegen. Onder verwijzing naar de e-mail van de manager operations van Triskelion ( [naam 4] ) van 22 augustus 2020 (zie hiervoor 2.32) stelt Verzekerde dat deze daadwerkelijk gebudgetteerde kosten voor de overname zijn gedeeld met Verkoper. Dat betekent volgens Verzekerde een schending van de in artikel 22.2 van Bijlage 2 bij de Koopovereenkomst verstrekte garantie dat alle door Verkoper verstrekte informatie “to the Sellers’ best knowledge” “true and accurate” was.
4.20.
De rechtbank overweegt in de eerste plaats dat Verzekerde niet (gemotiveerd) heeft onderbouwd dat Verkoper voorafgaand aan de overname wist dat kosten van de renovatie in werkelijkheid € 881.000,00 bedroegen. Volgens Verzekerde heeft [naam 4] dat bedrag na de overname aan haar bevestigd, maar daarvan is in het dossier niets terug te vinden. Uit de e-mail van [naam 4] waarnaar Verzekerde verwijst volgt hooguit een extra benodigde investering van € 320.000,00. In reactie daarop hebben Verzekeraars er bovendien op gewezen dat dit bedrag een overlap met het verhuisbudget bevat van (minimaal) € 40.000,00. Verzekeraars hebben dit onderbouwd onder verwijzing naar een rapport van haar deskundige Vantage Valuation. Verzekerde heeft de overlap niet betwist. Dat brengt de rechtbank tot de conclusie dat, voor zover Verkoper al op de hoogte was (to the Sellers’ best knowlegde) van een in werkelijkheid hoger budget dan begroot, de extra benodigde investering niet hoger was dan € 280.000,00 (€ 320.000 - € 40.000). Dit bedrag blijft onder de in de Polis overeengekomen Retention van € 362.500, zodat Verzekeraars alleen al om die reden terecht hebben geweigerd dekking te verlenen.

conclusie in de hoofdzaak
4.21.
De conclusie is dat Verkoper de disclosure garanties niet heeft geschonden. Verzekerde heeft daarom ten aanzien van de informatieverstrekking over de relatie met Ausnutria en het renovatiebudget uit hoofde van de Koopovereenkomst geen vordering op Verkoper. Dat betekent dat geen sprake is van een Loss en dat Verzekeraars op grond van de Polis niet zijn gehouden dekking onder de W&I verzekering te verlenen voor de gestelde schade.
4.22.
Daarmee is tevens geen grond voor de door Verzekerde op grond van artikel 3.2.2 van de Polis gemaakte aanspraak op vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt ter indiening van haar vordering bij Verzekeraars en de kosten van haar expert voor het opmaken van het schaderapport. Verzekeraars hebben aangevoerd dat deze kosten op grond van de Polis niet voor vergoeding in aanmerking komen indien geen sprake is van een Loss als bedoeld in artikel 3.2.1 van de Polis. Nu dit door Verzekerde niet is betwist zal de rechtbank uitgaan van de juistheid van die lezing en de vordering in zoverre afwijzen.
4.23.
Verzekerde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Verzekeraars worden begroot op:

- griffierecht



8.519,00

- salaris advocaat



8.714,00

(2 punten × € 4.357,00)

- nakosten



178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



17.411,00
4.24.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

in de vrijwaringszaak
4.25.
Verzekeraars hebben in de vrijwaring onder meer verzocht voor recht te verklaren dat zij subrogeren in de schadevergoedingsvordering van Verzekerde op Verkoper onder de Koopovereenkomst, nadat Verzekeraars het bedrag, waartoe zij in de hoofdzaak mochten worden veroordeeld, aan Verzekerde hebben betaald. Ook vragen zij veroordeling van Verkoper om aan Verzekeraars te betalen al hetgeen waartoe Verzekeraars in de hoofdzaak jegens Verzekerde mochten worden veroordeeld, althans aan Verzekerde zullen hebben betaald.
4.26.
Omdat Verzekeraars in de hoofdzaak niet worden veroordeeld enig bedrag aan Verzekerde te voldoen, komt de rechtbank aan een inhoudelijke behandeling van de vorderingen in de vrijwaringszaak niet toe. De vorderingen worden afgewezen en Verzekeraars worden veroordeeld in de proceskosten, inclusief de nakosten.
4.27.
De proceskosten van Verkoper worden begroot op:

- griffierecht



8.519,00

- salaris advocaat



8.714,00

(2 punten × € 4.357,00)

- nakosten



178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



17.411,00
5De beslissing
De rechtbank

In de hoofdzaak
5.1.
wijst de vorderingen van Verzekerde af,
5.2.
veroordeelt Verzekerde in de proceskosten van € 17.411,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Verzekerde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Verzekerde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.

In de vrijwaringszaak
5.4.
wijst de vorderingen van Verzekeraars af,
5.5.
veroordeelt Verzekeraars hoofdelijk in de proceskosten van € 17.411,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Verzekeraars niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt Verzekeraars hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Singeling, mr. H.J.H. van Meegen en mr. G.H. Marcus en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.

Artikel 26 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), PbEU 2012, L 351/1

Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst

Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen

Artikel delen