Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/137582-21 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 3 februari 2022
in de strafzaak tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres
[adres] , [woonplaats] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 28 oktober 2021 en 20 januari 2022. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 20 januari 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. F.E. van der Zee en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. W.B.O. van Soest, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Primair,
Op 26 mei 2021 te Maarssen/Amsterdam/in Nederland samen met een ander wapens en munitie heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad;
Subsidiair,
op 26 mei 2021 te Maarssen/Amsterdam/in Nederland medeplichtig was aan het overdragen/voorhanden hebben van wapens en munitie door [medeverdachte] .
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde (medeplegen van wapenhandel op 26 mei 2021) wettig en overtuigend te bewijzen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van zowel het primair ten laste gelegde (medeplegen wapenhandel) als het subsidiair ten laste gelegde (medeplichtigheid aan wapenhandel). De raadsman heeft daartoe kort gezegd aangevoerd dat sprake is van onvoldoende bewijs in het dossier. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de handelingen die verdachte heeft verricht niet gekwalificeerd kunnen worden als handelingen die een bijdrage leveren aan de uitvoering van het gronddelict, zodat verdachte ook om die reden moet worden vrijgesproken.
4.3 Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
n
Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Tenzij anders vermeld zijn deze processen-verbaal als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0900-2021037977, opgemaakt door de politie, eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 511. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar mogelijk wordt volstaan met een verkorte en zakelijke weergave.
Proces-verbaal pseudokoop (1)
Ik, verbalisant, had de opdracht via Snapchat contact te leggen met de verdachte [medeverdachte] en een afspraak te maken voor het doen van een pseudokoop.n
Een proces-verbaal pseudokoop van 24 mei 2021, p. 151.
Op 24 mei 2021 heb ik de Snapchat gebruikersnaam [gebruikersnaam] toegevoegd.n
Proces-verbaal pseudokoop van 24 mei 2021, p. 152.
Proces-verbaal pseudokoop (2)
[gebruikersnaam] : ‘Wil je geen orgi toevallig’.
Ik: ‘Orgi is beter bro, wat heb je en kost’.n
Een proces-verbaal pseudokoop van 26 mei 2021, p. 162.
[gebruikersnaam] : ‘35’
Ik: ‘35 barki?’
[gebruikersnaam] : ‘Ja’
Ik: ‘Wat voor een’
[gebruikersnaam] stuurt een foto
n
Proces-verbaal pseudokoop van 26 mei 2021, p. 163.
Ik: ‘Waar afspreken’
[gebruikersnaam] : ‘Amsterdam noord’.n
Proces-verbaal pseudokoop van 26 mei 2021, p. 164.
[gebruikersnaam] : ‘5 uur’ ‘FEBO [locatie] ’.n
Proces-verbaal pseudokoop van 26 mei 2021, p. 166.
Op 26 mei 2021 omstreeks 17.20 uur bevond ik mij, verbalisant, samen met een collega, op de locatie [locatie] . Ik zag ter hoogte van de FEBO een man lopen die onder andere gekleed was in een olijfgroen joggingspak en een vissershoed op zijn hoofd droeg. Hij was ongeveer 22 jaar oud. Ik herkende de man als zijnde [medeverdachte] . Hij kwam in onze richting lopen. Wij gaven elkaar een hand waarna ik hem hoorde zeggen dat hij twee minuten nodig had om ‘het’ op te gaan halen. Ongeveer vijf minuten later zag ik dat hij terug kwam lopen met een blauwkleurige Albert Heijn tas in zijn hand. Ik hoorde hem vragen of ik een rondje met hem wilde lopen. Hij gaf aan dat hij het geld even wilde zien. Na het zien van het geld liepen wij richting een rustig deel van de parkeerplaats. Hij vertelde dat hij geen snoep verkocht en daarom heel voorzichtig te werk ging. Hij vertelde dat hij in [woonplaats] woonde. Hij gaf de tas aan mij. Ik pakte de tas over en keek erin. Ik zag dat er in de tas een zwart kunststof kistje zat. Ik zag dat er in het kistje een zwartkleurig handvuurwapen en veel patronen van kaliber .22 lagen. Ik herkende het vuurwapen als het vuurwapen afgebeeld op de foto die mij eerder per snapchat werd getoond. Ik overhandigde [medeverdachte] een geldbedrag van in totaal 3500 in briefjes van 50 euro.n
Proces-verbaal pseudokoop van 26 mei 2021, p. 169.
Ik, verbalisant, zag ter hoogte van de FEBO een personenauto van het merk Toyota, type Prius, kleur grijs, voorzien van kenteken [kenteken] rijden. Ik herkende de bestuurder als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2002.n
Proces-verbaal pseudokoop van 26 mei 2021, p. 171.
Proces-verbaal van bevindingen (onderzoek vuurwapen)
Naar aanleiding van de onder dit proces aangetroffen en in beslag genomen voorwerpen is door mij, verbalisant (Team Forensische Opsporing, Wapens Munitie Explosieven), het volgende bevonden.
1. Wapen: vuurwapen, pistool (foto's 1 t/m 6)
Categorie: III sub I
Merk Sig Sauer, model Mosquito, kaliber .22LR.n
Een proces-verbaal van bevindingen van 24 augustus 2021, p. 387, in combinatie met de foto’s op pagina 389 tot en met 392.
Indien dit vuurwapen onbevoegd voorhanden wordt gehouden:
Verbodsartikel: Artikel 26 lid 1 WWM
Strafartikel: Artikel 55 lid 3a WWM
Dit pistool betreft een semi-automatisch vuurwapen dat beschikt over een single- en double action afvuursysteem.n
Proces-verbaal van bevindingen van 24 augustus 2021, p. 388.
2. Munitie: 50 scherpe patronen (foto's 7 t/m 9)
Categorie: III
Indien de patronen onbevoegd voorhanden worden gehouden:
Verbodsartikel: Artikel 26 lid 1 WWM
Strafartikel: Artikel 55 lid 1 WWM.n
Proces-verbaal van bevindingen van 24 augustus 2021, p. 388, in combinatie met de foto’s op pagina 389 tot en met 392.
Proces-verbaal van bevindingen (1e deelonderzoek telefoon verdachte)
Onder verdachte [verdachte] is een iPhone 11 in beslag genomen (telefoonnummer [telefoonnummer] ). Ik, verbalisant, heb deze telefoon onderzocht en hieruit bleek het volgende:n
Een proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2021, p. 333.
Snapchat tussen [verdachte] (gebruiker telefoon) en [gebruikersnaam] . Ik zag dat gebruiker [gebruikersnaam] op 26 mei 2021 te 13:02 uur naar [verdachte] stuurde: “ Zometeen Miss 5 barkies in de zak Of celstraf, We moeten naar damsco”.n
Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2021, p. 344. Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2021, p. 345.
Snapchat groepschat tussen [gebruikersnaam] , [verdachte] en twee onbekenden. Verdachte [medeverdachte] werd op 26 mei 2021 te 17:38 uur aangehouden. Ik zag dat er omstreeks deze tijd berichten verstuurd werden tussen [gebruikersnaam] en [verdachte] . Ik zag dat gebruiker [verdachte] op de hoogte was van wat gebruiker [gebruikersnaam] op dat moment deed. Ik zag namelijk dat hij bevestigde wat gebruiker [gebruikersnaam] zagn
Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2021, p. 353. Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2021, p. 355. Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2021, p. 353. Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2021, p. 357. Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2021, p. 359. Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2021, p. 360. Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2021, p. 361.
Proces-verbaal van bevindingen (uitlezen deel foto’s iPhone verdachte)
Ik, verbalisant, heb tien foto's in de telefoon gezien die mogelijk betrekking hebben op het strafbare feit.n
Een proces-verbaal van bevindingen van 4 augustus 2021, p. 373.
Tussen de vele foto's zag ik meerdere foto's waarop ik verdachte [verdachte] herken. Op twee van de foto's (nr. 1 en 6) zag ik dat hij een wapen in zijn hand heeft.n
Proces-verbaal van bevindingen van 4 augustus 2021, p. 374 in combinatie met de foto op p. 375 en 378.
Ook werd een afbeelding gevonden die overeenkomt met het vuurwapen dat aan de pseudokoper werd aangeboden. Opmerking verbalisant: Het vuurwapen dat overeenkomt betreft foto 2 uit het proces-verbaal van bevindingen.n
Een proces-verbaal van bevindingen (relaas) van 4 oktober 2021, p. 290 in combinatie met de foto op p. 376.
Verklaring verdachte
Ik heb die berichten verzonden.
Die twee foto’s waarbij de persoon een wapen in zijn hand heeft dat ben ik inderdaad.n
Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 20 januari 2022.
Bewijsoverwegingen
Medeplegen of medeplichtigheid?
Uit het dossier volgt dat verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte] naar Amsterdam Noord (de FEBO aan het [locatie] ) is gereden, waarbij verdachte de bestuurder van de auto was, alwaar [medeverdachte] een vuurwapen verkocht en overgedragen heeft aan een persoon (naar later bleek politie). Tijdens de overdracht bleef verdachte in de buurt van [medeverdachte] en stuurden zij elkaar berichtjes waaruit blijkt dat verdachte de omgeving in de gaten hield en [medeverdachte] heeft gewaarschuwd toen hij ontdekte dat het om undercoveragenten ging. Daarna heeft hij anderen geïnformeerd over de situatie, namelijk dat [medeverdachte] ‘geveegd’ was (de rechtbank begrijpt: aangehouden). Uit onderzoek aan de telefoon van verdachte blijkt voorts dat verdachte van tevoren op de hoogte was van de bedoeling van het bezoek aan Amsterdam (“We moeten naar damsco”) en dat daar een wapen zou worden verkocht (“Miss 5 barkies in de zak” en “Deze gaat om 3500”, “Dits die orgi pijp” (pijp=pistool naar de rechtbank begrijpt). Daarnaast is op de telefoon van verdachte een foto van een vuurwapen met munitie aangetroffen welke foto overeenkomt met het vuurwapen en de munitie die op 26 mei 2021 door [medeverdachte] is verkocht.
Op grond van bovenvermelde feiten en omstandigheden in onderling verband bezien, is de rechtbank van oordeel dat de handelwijze van verdachte moet worden gekwalificeerd als medeplichtigheid.
De rechtbank ziet voor het medeplegen onvoldoende aanknopingspunten in het dossier. Weliswaar is verdachte betrokken bij de verkoop van het wapen, maar zijn bijdrage aan het strafbare feit is van onvoldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking op een gelijkwaardige manier. Wel heeft hij een bijdrage geleverd die het misdrijf heeft bevorderd en gemakkelijk heeft gemaakt, hetgeen bij uitstek duidt op medeplichtigheid. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte zowel opzet had op zijn medeplichtigheidsgedragingen ( [medeverdachte] naar Amsterdam brengen, op de uitkijk staan en waarschuwen van [medeverdachte] en anderen informeren over de situatie) als opzet op het gepleegde misdrijf (de verkoop van het wapen en de munitie). Hij wist immers van tevoren dat zij naar Amsterdam gingen om een wapen te verkopen, om welk wapen het ging en dat er ‘vijf barkies’ te verdienen waren.
Verweer verdediging: handeling vervoeren kan niet worden bewezen
De raadsman van verdachte heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat het eerste gedachtestreepje in de tenlastelegging (- voornoemde [medeverdachte] en voornoemd wapen naar de plaats van verkoop te vervoeren) niet kan worden bewezen, omdat het wapen niet in de auto aanwezig was, maar pas in Amsterdam verkregen is. Nu het woordje ‘en’ in de zin niet bewezen kan worden, kan de hele zin niet bewezen worden, aldus de raadsman.
De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit het dossier blijkt inderdaad niet of het wapen in de auto aanwezig was tijdens de rit naar Amsterdam. De rechtbank is echter van oordeel dat de tekst ‘en voornoemd wapen’ weggestreept kan worden uit de tenlastelegging zonder dat dit afdoet aan de handeling die verdachte heeft verricht, namelijk het vervoeren van [medeverdachte] naar Amsterdam om daar een wapen te verkopen. Het eerste gedachtestreepje kan derhalve bewezen worden verklaard, met uitzondering van dat stukje tekst.
Conclusie
Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten medeplichtigheid aan de verkoop van een wapen met munitie door [medeverdachte] aan een derde.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
[medeverdachte] op 26 mei 2021 te Amsterdam een wapen en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de vorm van een pistool (merk/model Sig Sauer Mosquito) inclusief patroonmagazijn en patronen (scherpe patronen kaliber .22) van categorie III heeft overgedragen en, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 26 mei 2021 te Maarssen en Amsterdam opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
- voornoemde [medeverdachte] naar de plaats van verkoop te vervoeren en
- vervolgens op de uitkijk te staan terwijl voornoemde [medeverdachte] voornoemd wapen aan het verkopen was en
- vervolgens derden te informeren over de aanhouding van voornoemde [medeverdachte] .
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
Subsidiair
Medeplichtigheid aan handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
medeplichtigheid aan handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan een gedeelte van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, onder de algemene voorwaarde dat hij niet opnieuw een strafbaar feit mag plegen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van de strafmaat aangevoerd dat aan verdachte geen gevangenisstraf moet worden opgelegd: gelet op zijn jonge leeftijd en zijn persoonlijke omstandigheden (hij doet een opleiding, heeft een stage, heeft werk en de zorg voor zijn opa). Bovendien is hij een first offender. De raadsman verzoekt de rechtbank daarom aan verdachte een geldboete of een taakstraf op te leggen.
Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
De ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan de verkoop en overdracht van een vuurwapen met munitie. Het verkopen van vuurwapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee en dient daarom krachtig te worden bestreden. Door mee te helpen aan de verkoop van een vuurwapen met munitie heeft verdachte meegewerkt aan het in omloop brengen van deze wapens. Wapens die in het criminele circuit vaak worden gebruikt om ernstige strafbare feiten mee te begaan, waar regelmatig ook onschuldige bijstanders het slachtoffer van worden. Ook worden vuurwapens gebruikt om te dreigen. Zorgelijk is dat een steeds grotere groep mensen in het bezit is van een wapen en zorgelijk is dat de groep die zich bezig houdt met de verkoop van (vuur)wapens relatief jonge personen betreft. Dat dit voor gevoelens van onveiligheid en onrust zorgt in de samenleving blijkt uit de vele berichten in het nieuws. Verdachte heeft geen rekening gehouden met het gevaar dat hij hiermee voor de samenleving heeft veroorzaakt, terwijl verdachte vanzelfsprekend wist dat het verhandelde wapen bij gebruik dodelijk kan zijn. Verdachte heeft zich daar niet om bekommerd en was alleen maar bezig met geld verdienen.
De persoon van verdachte
Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie (het strafblad) van verdachte van 11 oktober 2021. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
De straf
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gelet op de door de rechtspraak gehanteerde oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het voorhanden hebben en overdragen van een pistool (in een openbare ruimte) geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden. Nu het gaat om medeplichtigheid zal de rechtbank daarmee in straf verminderende zin rekening houden. Daarnaast houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening met het feit dat er ook munitie bij het pistool is overgedragen.
Gezien de aard en ernst van het feit is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enkele maanden gerechtvaardigd. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte (waaronder de aanwezigheid van werk en opleiding), zijn jonge leeftijd en het feit dat hij nog geen strafblad heeft, acht de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in dit geval passend en geboden. De rechtbank acht het wel zorgelijk dat verdachte zich heeft ingelaten met zo’n ernstig feit en blijkbaar dus gevoelig is voor een pro criminele houding. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient dan ook als stevige waarschuwing en stok achter de deur. Daarnaast acht de rechtbank een flinke taakstraf (240 uren) passend en geboden.
De beslissing berust op de artikelen
9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48, 49 en 55 van het Wetboek van Strafrecht en
31 en 55 van de Wet wapens en munitie;
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
- verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;
- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 4 maanden hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. van Ommeren, voorzitter, mr. N.P.J. Janssens en
mr. A. Bouteibi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.S. Wijkstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 februari 2022.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 26 mei 2021 te Maarssen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, een wapen en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de vorm van een pistool (merk/model Sig Sauer Mosquito) inclusief patroonmagazijn en/of een of meer patronen (scherpe patronen kaliber .22) van categorie III, althans een of meer wapen(s) en/of munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad;
( art 13 lid 1 Wet wapens en munitie, art 26 lid 1 Wet wapens en munitie, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
[medeverdachte] op of omstreeks 26 mei 2021 te Maarssen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, een wapen en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de vorm van een pistool (merk/model Sig Sauer Mosquito) inclusief patroonmagazijn en/of een of meer patronen (scherpe patronen kaliber .22) van categorie III, althans een wapen en/of munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 26 mei 2021 te Maarssen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
- voornoemde [medeverdachte] en voornoemd wapen naar de plaats van verkoop te vervoeren en/of
- ( vervolgens) op de uitkijk te staan (terwijl voornoemde [medeverdachte] voornoemd wapen aan het verkopen was) en/of
- ( vervolgens) derden te informeren over de aanhouding van voornoemde [medeverdachte] ;
( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie, art 31 lid 1 Wet wapens en munitie, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )