Peter Hulsen is onlangs begonnen als Managing Consultant Onderwijs en Jeugd bij BMC. In zijn eerste opdracht gaat hij proeftuinen rond onderwijszorgarrangementen begeleiden, in opdracht van het Ministerie van OCW. Wij gingen met hem in gesprek over integraal samenwerken binnen het jeugddomein, het belang van preventie en hoe elke ontwikkeling moet beginnen bij de behoefte van een jeugdige.

Waarom ben je als Managing consultant Onderwijs en Jeugd begonnen?
Ik maak de stap naar BMC om bij te dragen aan de praktijk. Daar waar kinderen zich ontwikkelen, en professionals zich daar samen met ouders voor inspannen, wil ik van betekenis zijn.
Waarom is de samenwerking tussen onderwijs, zorg en jeugd belangrijk, volgens jou?
Het is in het belang van jeugdigen dat de professionals om hen heen samenwerken, met het kind of de jongere, en met diens ouders. Mensen laten zich niet opdelen in beleidsdomeinen. Als elke professional alleen vanuit zijn of haar eigen veld werkt, zou het aan jeugdigen en ouders zijn de verbanden te liggen. En om telkens uit te zoeken welk loket voor hen van betekenis kan zijn. Van professionals mogen we echter verwachten dat zij verbinden met mensen vanuit relevante aanpalende expertises en zo tot meerwaarde komen.
Wat zijn de grootste uitdagingen om die samenwerking op orde te krijgen?
Samenwerking werkt, als die begint bij de kinderen en jongeren in een bepaalde voorziening. Waar zijn zij bij gebaat, individueel en collectief? Visies en beleidsplannen dienen daarop aan te sluiten, in plaats van andersom. Als de ontwikkeling van samenwerking begint bij de behoeften van kinderen en jongeren hebben we ook veel gerichtere gesprekken over hoe een aanpak kan worden ingepast in de regels die vanuit verschillende domeinen gelden en over hoe schotten tussen bekostigingssystemen kunnen worden geslecht.
Wat kan volgens jou écht beter op het gebied van onderwijs, zorg en jeugd?
Het is hoog tijd dat we bij de inzet van professionals de nadruk leggen op preventief aanbod en het bieden van een sterke basis aan elk kind. Naarmate we eraan bijdragen dat kinderen gezond, veilig en kansrijk opgroeien, zijn ze later beter in staat hun eigen leven te leiden. Juist ook bij preventie is samenwerking vanuit uiteenlopende expertises en voorzieningen aan de orde. Als we ouders al van voor de geboorte ondersteunen bij een positieve opvoeding, kunnen voorkomen dat een kind gebukt gaat onder geldzorgen van de ouders, en als kinderen opgroeien in een omgeving die uitnodigt tot bewegen en waar gezonde voeding wordt aangeboden, dan kunnen we de druk op (individuele) hulp en zorg later verminderen. Preventie raakt dus ook de aanpak van schulden, sociale huisvesting en ruimtelijke inrichting. Gemeenten kunnen in het bevorderen en organiseren van preventie initiatief nemen en regie uitoefenen.
Als je niet in dit domein werkzaam was, welk beroep had je dan het liefst beoefend?
Een paar jaar geleden heb ik samen met mijn vrouw een huis opgezet voor mensen met dementie. Het huis bestaat nog steeds. Ons pad nam een andere wending, en dat is goed geweest. Wat blijft, is het besef dat ik in die rol, samen met partners, kinderen en andere familieleden en collega’s kon bijdragen aan een fijne invulling van het leven van prachtige mensen, die zich vaak zeer bewust waren van de ziekte die hen steeds meer in zijn macht kreeg. Misschien komt er ooit weer een vergelijkbare rol op mijn pad.
Wie of wat inspireert je en waarom?
Optimisme. Samen kunnen we de wereld om ons heen elke dag een beetje beter maken. Ik geniet enorm als ik die drijfveer terugzie in de mensen om mij heen, thuis en in de mensen met wie ik mag samenwerken.
Welk boek/welke film raad je iedereen aan?
Het Dwaallicht van Willem Elsschot. Maar het mag ook Kaas, Lijmen/Het Been, Een ontgoocheling of een van zijn gedichten zijn. Elsschot fileerde zijn eigen leven en handelen haarscherp en verpakte die observaties in tot op het bod uitgebeende en vooral ook prachtige zinnen. “[E]n ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.” Het zinsdeel dat aan deze woorden vooraf gaat, is een spreekwoord geworden. Terecht, en toch ontroeren vooral deze frasen mij telkens weer.
Lees hier meer artikelen van BMC Advies