In deze sessie komen cliënten samen om te kijken waar ze, als het gaat om de onderlinge samenwerking, staan. Wat gaat er goed en wat nog niet? Wat is er nog nodig om blijvend op een goede manier samen te werken?
Doelen sessie:
Evalueren van de onderlinge samenwerking.
Vaststellen wat er nog aan begeleiding of andere activiteiten nodig is.
Reflecteren op de toekomst.
In de volgende stappen leggen we uit wat de hulpverlener kan doen of zeggen om deze doelen te realiseren.
Stap 1. Sta stil bij het doel van deze sessie, namelijk nagaan hoe het de afgelopen tijd is gegaan met de onderlinge communicatie en samenwerking. Vraag:
Hoe, in zijn algemeenheid, de onderlinge communicatie en samenwerking de afgelopen maand is verlopen.
Of men zich aan de gedragsregels (zie sessie 7) heeft gehouden. Zo ja, geef dan complimenten. Zo nee, wat had men achteraf gezien anders kunnen doen? Is er nog iets wat men hierover tegen elkaar wil zeggen? Stimuleer cliënten om daarbij gebruik te maken van de GSG- en LIS-formules en om tegen elkaar te spreken in plaats van (alleen maar) tegen jou.
Welke afspraken men in de tussentijd samen nog heeft gemaakt en/of welke problemen men samen nog heeft opgelost. Heeft men dat aan de hand van het TOP-plan gedaan? Hoe kijkt men het op het oplossen van die problemen terug?
Merk je dat de eerder opgestelde gedragsregels ernstig geschonden zijn en/of de veiligheid in het geding is, kijk dan welke actie er vereist is en of het nodig is om het veiligheidsplan in werking te stellen.
Stap 2. Vraag beide cliënten naar de obstakels die er nog liggen in de onderlinge samenwerking. Wat belemmert of bemoeilijkt de onderlinge samenwerking? Hoe zou men daarmee kunnen omgaan? In hoeverre moeten daar afspraken over worden gemaakt? Denk bijvoorbeeld aan een nieuwe partner die ergens een mening over heeft en zich met de samenwerking ‘bemoeit’. Of een puber die ouders, wellicht onbedoeld, tegen elkaar uitspeelt. Heb het samen over wat er met deze obstakels gedaan kan worden. Afhankelijk van de uitkomst kan het zijn dat er aanvullende hulp moet komen of een aanvullende sessie. Denk aan een gesprek met de cliënt en diens nieuwe partner over de betrokkenheid van de nieuwe partner, de opvoeding van de kinderen of anderszins zaken die vooral beide ex-partners aangaan.
Stap 3. Evalueer aan de hand van een schaalvraag de samenwerking tussen cliënten. Vraag het, om beurten, aan elke cliënt. Doe dat bijvoorbeeld aan de hand van de volgende vraag: Alles samen genomen, hoe tevreden ben je met hoe de samenwerking tussen jullie nu loopt?
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
heel heel
ontevreden tevreden
Vraag aan elke cliënt vervolgens of dit cijfer voor hem of haar volstaat. Ook een relatief laag cijfer kan soms al volstaan als de samenwerking eerder veel problematischer was. Het gaat erom dat het voor beide cliënten oké is.
Je kunt hier drie soorten uitkomsten hebben:
Beide cliënten geven aan dat het gekozen cijfer volstaat. Jijzelf hebt ook voldoende vertrouwen in cliënten om samen voor de kinderen te zorgen. Is dit het geval dan kan het ‘Samen door één deur’-traject met deze sessie worden afgerond.
Voor een of beide cliënten volstaat het gekozen cijfer niet. Vraag dan wat er nog voor nodig is om wel voldoende tevreden te zijn. Gaat het om een realistische wens kijk dan of daar afspraken over gemaakt kunnen worden en of daar nog een nieuwe sessie aan gewijd moet worden.
Voor beide cliënten volstaat het cijfer. Echter, je hebt zelf het idee dat de onderlinge omgang nog steeds flink negatieve effecten heeft op de kinderen of dat er anderszins een probleem is dat nog moet worden aangepakt. Bespreek in dat geval je zorgen met cliënten. Geef aan waar je zorgen liggen en wat maakt dat je deze zorgen hebt. Heb het er samen over wat er voor nodig is dat deze zorgen niet langer gegrond zijn. Overleg ook met collega’s wat de beste handelswijze is bij deze cliënten.
Stap 4. Kaart het thema ‘terugvalpreventie’ aan. Hoe gaan cliënten ervoor zorgen dat de samenwerking niet terugvalt in onenigheid en problemen? Pak eventueel het veiligheidsplan er weer bij. Stel vragen zoals:
Waarom is het belangrijk dat het niet weer misgaat tussen jullie? Hoe zou dat zijn voor de kinderen? En voor jezelf?
Wat zijn signalen dat het weer misgaat tussen jullie?
Wat kan je doen om dat te voorkomen?
Wat kan je doen als het eenmaal weer misgaat? Hoe zorg je dan dat de schade beperkt blijft?
Stap 5. Vraag tenslotte hoe men terugkijkt op de gezamenlijke sessies. Wat heeft men geleerd? Wat kon men waarderen in de ander en aan de samenwerking? Wat neemt men mee voor de toekomst?
Stap 6. Afronding. Vraag cliënten tenslotte of ze nog iets kwijt willen. Geef ook aan waar men terecht kan mocht men toch weer hulp nodig hebben. Geef je kaartje of andere informatie over hulpverlening. Bedank cliënten voor hun inzet en erken dat het vast niet zo makkelijk is geweest voor beiden. Ze zijn van ver gekomen maar hebben nu toch heel wat bereikt. Daar kan men trots op zijn.
Huiswerk: je kan als hulpverlener of hulpverlenende instantie nog een schriftelijk evaluatieformulier toesturen als je benieuwd bent hoe men terugkijkt op het gehele traject (individuele en gezamenlijke sessies). Kondig dit dan onder stap 6 aan.
Met deze ‘terugkomsessie’ is het traject ‘Samen door één deur’ beeindigd. Je schrijft het eindverslag van het gehele traject met daarin, indien nodig, nog een advies voor aanvullende hulp of ondersteuning.