Als de bijzondere bijstand niet wordt toegekend is het van belang hiervoor de juiste afwijzingsgrond te gebruiken. In de praktijk blijkt dat gemeenten die niet de juiste afwijzingsgrond hebben gebruikt, in beroep en hoger beroep veroordeeld kunnen worden tot betaling van de proceskosten die soms hoger zijn dan de kosten waarvoor bijstand is gevraagd.
Voorbeeld
De gemeente beëindigt de bijzondere bijstand voor medische fitness onder verwijzing naar art. 15, 16 en 35 Pw. In hoger beroep wordt gesteld dat het college niet duidelijk heeft gemaakt op welke grond de beëindiging is gebaseerd waardoor er sprake is van een ondeugdelijke motivering. Aangezien voor medische fitness geen voorliggende voorziening bestaat, zijn art. 15 en 16 Pw niet van toepassing. De afwijzingsgrond had moeten zijn dat de kosten van fitness worden gerekend tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en die behoren te worden bestreden uit een inkomen op bijstandsniveau en dat geldt ook voor fitness op basis van een medische indicatie. Hoewel de beëindiging van de bijzondere bijstand wel in stand kon blijven werd de gemeente veroordeeld tot betaling van de proceskosten van in totaal € 1.304 (zie uitspraak CRvB 27 mei 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BD3724).
Voor de afwijzingsgronden zijn vier situaties te onderscheiden:
de kosten zijn nog niet gemaakt;
de kosten zijn al wel gemaakt, maar er is nog geen rekening verstuurd;
de kosten zijn al wel gemaakt en er is ook al een rekening aanwezig;
de kosten zijn al wel gemaakt en de rekening is ook al voldaan.
Ad. 1
Als de aanvraag wordt ingediend voordat de kosten zijn gemaakt, dan moet de aanvraag inhoudelijk worden beoordeeld op grond van art. 35 Pw. Als de aanvraag dan niet toegekend wordt is dit het gevolg van de inhoudelijke beoordeling.
Voorbeeld
Aanvraag inrichtingskosten wordt gedeeltelijk toegekend en de aanvraag voor een magnetron wordt afgewezen omdat deze niet als noodzakelijk wordt aangemerkt (zie CRvB 12 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2595).
Ad. 2
Als ten tijde van de aanvraag de kosten al zijn gemaakt maar er is nog geen rekening en de kosten zijn nog niet betaald, dan is er formeel sprake van een verzoek om bijstand met terugwerkende kracht. Op grond van art. 44 Pw is er geen bijstand mogelijk over een terugliggende periode. Veel gemeenten gaan hier niet heel stringent mee om en kennen ook bijzondere bijstand toe als de kosten al gemaakt zijn. Er is dan sprake van buitenwettelijk begunstigend beleid. Bij een toekenning zal dit niet tot problemen leiden. Als de aanvraag wel wordt afgewezen dan moet dit gebaseerd zijn op art. 44 Pw.
Voorbeeld
Toos vraagt bijzondere bijstand aan voor een nieuwe wasmachine. De wasmachine van Toos is kapot en zij heeft inmiddels al een nieuwe wasmachine besteld. Deze wasmachine is al geleverd maar er is nog geen rekening ontvangen. In deze situatie zijn de kosten al gemaakt en is de afwijzingsgrond art. 44 lid 1 Pw.
Ad. 3
Als ten tijde van de aanvraag de kosten al gemaakt zijn en er al een rekening ligt die nog niet is betaald, is er formeel sprake van een aanvraag voor schulden. Voor schulden bestaat als uitgangspunt geen recht op bijstand. De afwijzing moet dan gebaseerd zijn op art. 13 lid 1 onder g en art. 49 Pw. Als de afwijzing wordt gebaseerd op art. 35 lid 1, is er sprake van een onjuiste wettelijke grondslag die bij de rechter tot vernietiging van het besluit en veroordeling tot betaling van proceskosten kan leiden. Voor een voorbeeld uit de jurisprudentie zie: CRvB 7 augustus 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB1649 (energiekosten) en CRvB 4 september 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB3196 (schulden).
Ad. 4
Als ten tijde van de aanvraag de kosten al zijn gemaakt en zijn betaald, dan bestaat er formeel geen recht op bijstand omdat al in de kosten is voorzien. Op grond van art. 11 lid 1 Pw bestaat er alleen recht op bijstand voor diegene die niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien. Doordat de kosten al zijn betaald is al in de kosten voorzien en wordt er dus feitelijk niet voldaan aan de omschrijving van art. 11 lid 1 Pw. Mochten de kosten zijn betaald door derden dan is er weer sprake van een aanvraag voor schulden en geldt de afwijzingsgrond als onder 3 omschreven.
Voorbeeld
De aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van de dierenarts is afgewezen op grond van art. 11 Pw omdat de kosten al waren gemaakt en voldaan voor de datum van de aanvraag (zie CRvB 26 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:318).
Voorbeeld
De aanvraag voor een nieuwe wasmachine is afgewezen op grond van art. 11 Pw omdat de wasmachine al was aangeschaft en de kosten al waren voldaan voor de datum van aanvraag (zie CRvB 23 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3146).