Naast de individuele bijzondere bijstand (art. 35 lid 1) bestaat er ook categoriale bijzondere bijstand te weten:
de collectieve aanvullende zorgverzekering (art. 35 lid 3) en
de energietoeslag (art. 35 lid 4 en 5).
Collectieve aanvullende zorgverzekering
In art. 35 lid 3 Pw is hierover het volgende bepaald:
In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een persoon worden verleend in de vorm van een collectieve aanvullende zorgverzekering of in de vorm van een tegemoetkoming in de kosten van de premie van een dergelijke verzekering zonder dat wordt nagegaan of ten aanzien van die persoon de kosten van die verzekering of die premie ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of gemaakt zijn.
Anders dan bij de individuele bijzondere bijstand het geval is, betreft de uitvoering van de categoriale bijzondere bijstand een gemeentelijke bevoegdheid. Als de gemeente daarvoor kiest, kan deze aan haar inwoners (dus ook voor mensen zonder bijstandsuitkering) een collectieve aanvullende zorgverzekering (CAV) aanbieden of voor de premie van deze aanvullende ziektekostenverzekering een vergoeding verstrekken.
Door de CAV aan te bieden kunnen ook zorgkosten die niet in het basispakket van een zorgverzekering zitten door de zorgverzekeraar vergoed worden.
Energietoeslag
Sinds 2022 zijn de energiekosten enorm gestegen. De wetgever heeft diverse maatregelen genomen om burgers hiervoor gedeeltelijk te compenseren. Een van deze maatregelen is de energietoeslag in de vorm van categoriale bijzondere bijstand.
In art. 35 Pw is hierover het volgende bepaald:
Lid 4. In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een alleenstaande of een gezin worden verleend in de vorm van een eenmalige energietoeslag, zonder dat wordt nagegaan of die alleenstaande of dat gezin in dat jaar een sterk gestegen energierekening had:
voor het jaar 2022, die kan worden verstrekt tot en met 30 juni 2023;
voor het jaar 2023, die kan worden verstrekt tot en met 31 augustus 2024.
Lid 5. Het vierde lid, onderdeel b, is niet van toepassing op degene die:
a. 18, 19 of 20 jaar is;
b. in aanmerking komt voor studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, eerste of tweede lid , van de Wet studiefinanciering 2000; of
c. is ingeschreven als ingezetene met enkel een briefadres in de basisregistratie personen.
Lid 6. De in het vierde lid bedoelde toeslag kan in afwijking van artikel 43, eerste lid, ambtshalve worden vastgesteld.
Op grond van deze bepaling mag het college bijzondere bijstand toekennen als compensatie voor de gestegen energielasten zonder dat wordt nagegaan of de kosten ook feitelijk sterk zijn gestegen.
De minister heeft wel richtlijnen opgesteld in de vorm van een handreiking (Stimulansz) maar die hebben, gelet op de wettelijke formulering van art. 35 lid 4, geen juridische binding. Dit betekent dat iedere gemeente vrij is om hiervoor eigen beleidsregels op te stellen.
Ook de hoogte van de energietoeslag is niet wettelijk bepaald, maar de vergoeding die de gemeente ontvangt is wel beperkt. Deze vergoeding bedroeg in 2022 in eerste instantie € 800 per huishouding en is later verhoogd naar € 1.300 en inmiddels (januari 2023) vastgesteld op € 1.800. De gemeente mag meer verstrekken maar dat komt dan wel voor eigen rekening.
Het ministerie van SZW adviseert gemeenten om studenten volledig uit te sluiten van het recht op energietoeslag. De rechtbank Gelderland heeft inmiddels geoordeeld dat dit onrechtmatig is omdat het college een niet te rechtvaardigen onderscheid maakt door studenten als gehele groep uit te sluiten voor de eenmalige energietoeslag. Zie rechtbank Gelderland 5 augustus 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:4263.
Over 2023 komt er ook een energietoeslag en hiervoor wordt artikel 35 lid 4 aangepast. De verwachte invoering van de wet is juni 2023. Het richtbedrag is € 800 en dit bedrag dient dan voor 31 december 2023 te worden uitgekeerd. Het wetsvoorstel ligt momenteel (januari 2023) voor advies bij de Raad van State.