CRvB 26 oktober 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR4857
De kosten van een babyuitzet behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kosten dienen te worden bestreden uit het inkomen hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. De CRvB concludeert dat het in casu ontbreken van (voldoende) reserveringsruimte, in verband met aanwezige schulden en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen, niet is aan te merken als een bijzondere omstandigheid in het individuele geval die leidt tot noodzakelijke kosten.
CRvB 19 april 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT4437
Bijzondere bijstand voor woonkosten is alleen mogelijk als de hypotheek ook is aangewend voor de kosten van de woning. Nu de hypotheek is aangegaan voor de financiering van schulden, is hiervoor geen bijzondere bijstand mogelijk.
CRvB 8 november 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AU6266
De legeskosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, welke kosten de belanghebbende in beginsel uit de bijstandsnorm dient te voldoen.
CRvB 28 maart 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV8374
De CRvB oordeelt dat er geen sprake kan zijn van draagkracht voor zover de belanghebbende als gevolg van executoriaal beslag niet beschikt of redelijkerwijs kan beschikken over zijn inkomen.
CRvB 11 juli 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AY4954
Indien belanghebbende in de kosten voor aanschaf van een duurzaam gebruiksgoed kan voorzien door het afsluiten van een lening bij de kredietbank, dan mag deze kredietmogelijkheid worden aangemerkt als een voorliggende voorziening voor die kosten.
CRvB 31 oktober 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1426
De WRB geldt als een voorliggende voorziening voor de kosten van rechtsbijstand, maar niet als een voorliggende voorziening voor de eigen bijdrage. Nu de kosten door de WRB als noodzakelijk worden aangemerkt, is voor de eigen bijdrage in beginsel bijzondere bijstand mogelijk.
CRvB 5 juni 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA7283
Als uitgangspunt is voor tandheelkundige kosten geen bijzondere bijstand mogelijk. Gemeentelijk beleid hierover dient te worden aangemerkt als begunstigend buitenwettelijk beleid dat door de rechter slechts marginaal wordt getoetst.
CRvB 23 januari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC4069
Voor schulden is als uitgangspunt geen bijzondere bijstand mogelijk. Een grote en sinds lange tijd bestaande schuldenlast hoeft niet te worden aangemerkt als een zeer dringende reden waar onder toepassing van art. 49 WWB bijstand voor verleend dient te worden.
CRvB 18 maart 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC7053
Afwijzing bijzondere bijstand voor zittend ziekenvervoer. Geen recht op bijstand als de kosten door de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.
CRvB 1 april 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC8458
Medische kosten zijn niet noodzakelijk als niet gebleken is van een medisch objectiveerbare aandoening.
CRvB 28 april 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI4178
De eigen bijdrage voor kosten van orthopedische schoenen vloeit niet voort uit bijzondere omstandigheden in de zin van art. 35 WWB.
CRvB 21 juli 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4669
Aanvraag bijzondere bijstand voor gemaakte kosten van verblijf in het Ronald McDonald-huis zijn terecht afgewezen omdat de kosten voor de datum van aanvraag zijn gemaakt en voldaan zonder dat er sprake is van een reële schuld.
CRvB 13 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK1144
Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand voor kosten die reeds voor de aanvraagdatum gemaakt en voldaan zijn, zonder dat er sprake is van een schuld met een reële terugbetalingsverplichting.
CRvB 13 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK0985
De kosten van zwemles doen zich wel voor, zijn wel noodzakelijk maar vloeien niet voort uit bijzondere omstandigheden. Dergelijke kosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten waarin in beginsel iedere ouder met jonge kinderen, aangewezen op een bijstandsuitkering of niet, moet voorzien. Nu de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden is het college niet bevoegd om met toepassing van art. 35 WWB bijzondere bijstand te verlenen. De vraag of de kosten kunnen worden voldaan uit de draagkracht komt dan niet meer aan de orde.
CRvB 13 april 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM2959
Indien binnen de voorliggende voorziening, in dit geval de Zvw, het gevraagde in het algemeen of in een specifieke situatie niet noodzakelijk is geacht dient daarbij voor de toepassing van de WWB te worden aangesloten. Er is door de wetgever een bewuste keuze gemaakt over de noodzaak van het vergoeden van de kosten van brillenglazen, waardoor bijzondere bijstand niet aan de orde is.
CRvB 27 juli 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN3307
De aanvraag voor een wasmachine en een koelkast is afgewezen omdat de aanvrager hiervoor een lening zou kunnen aangaan bij de gemeentelijke kredietbank. In hoger beroep stelt de aanvrager dat de gemeente onvoldoende heeft onderzocht of de aanvrager wel een krediet kan krijgen bij de gemeentelijke kredietbank. De CRvB is echter van oordeel dat het op de weg ligt van de aanvrager van bijzondere bijstand om aannemelijk te maken dat een voorliggende voorziening niet passend en toereikend is. Dit betekent dat de bewijslast of een voorliggende voorziening passend en toereikend is niet bij de gemeente ligt, maar bij de aanvrager.
CRvB 14 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO6734 en CRvB 21 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO9631
Voor het verplicht eigen risico in het kader van de Zvw bestaat als uitgangspunt geen recht op bijzondere bijstand omdat er, als gevolg van een bewuste keuze van de wetgever, sprake is van een passende en toereikende voorliggende voorziening als bedoeld in art. 15 lid 1 WWB.
CRvB 29 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP9870
Voor de salariskosten van een door de rechtbank benoemde bewindvoerder in het kader van de WSNP is geen bijzondere bijstand mogelijk. Deze kosten dienen uit de boedel te worden voldaan. Als de boedel geen ruimte biedt voor de betaling van het voorschot op het salaris, doen de kosten zich niet voor en zijn deze, indien deze zijn voldaan, zonder noodzaak betaald.
CRvB 29 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY9838
Voor de eigen bijdrage voor het verblijf in een zorginstelling en voor de eigen bijdrage van de gebitsprothese bestaat geen recht op bijstand. Zoals de CRvB eerder heeft overwogen (CRvB 19 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3009 ) geldt voor de kosten van (para)medische zorg de AWBZ en de Zvw als een aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorziening als bedoeld in art. 15 WWB. Nu met deze eigen bijdragen een bewuste keuze is gemaakt over de noodzaak van het vergoeden van de kosten, staat art. 15 lid 1 tweede volzin WWB aan toekenning van bijzondere bijstand voor deze eigen bijdragen in de weg.
CRvB 15 juli 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2384
De voorlopige belastingteruggave mag in mindering worden gebracht op de totale woonkostentoeslag.
CRvB 2 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3221
De Zorgverzekeringswet is geen voorliggende voorziening als bedoeld in art. 15 WWB voor de kosten van een (glutenvrij) dieet.
CRvB 21 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1654
De aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van beheer van het PGB is afgewezen. De CRvB oordeelt dat de AWBZ en de Regeling subsidies AWBZ (Rsa) niet zijn te beschouwen als een voorliggende voorziening. De afwijzing van de aanvraag kon desondanks wel in stand blijven op de grond dat de kosten van het beheer van het PGB geen noodzakelijke kosten zijn omdat belanghebbende deze had kunnen voorkomen door te kiezen voor zorg in natura.
CRvB 25 augustus 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2862
Als sprake is van een medische en sociale urgentie voor de verhuizing en die urgentie bestaat op het moment van de aanvraag om bijzondere bijstand al twee jaar, dan komen de daarmee samenhangende kosten niet in aanmerking voor bijzondere bijstand omdat geen sprake is van een onvoorziene en plotselinge verhuizing op grond waarvan belanghebbende niet heeft kunnen reserveren voor de kosten.
CRvB 23 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:595
Als de aanvrager bij de kosten voor rechtsbijstand niet eerst via het Juridisch Loket is geweest, zijn de meerkosten niet noodzakelijk.
CRvB 12 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2714
De aanvraag voor de kosten van de eigen bijdrage van rechtsbijstand is tijdig als deze wordt gedaan voor het moment dat de advocaat het besluit van de toevoeging heeft ontvangen.
CRvB 2 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3026
De kosten van de bewindvoerder komen op vanaf het moment dat de bewindvoerder is benoemd door de kantonrechter.
CRvB 8 november 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4251
De aanvraag voor de kosten van griffierecht is tijdig als deze wordt gedaan voor de datum dat belanghebbende het beroepschrift indient bij de bestuursrechter.
CRvB 31 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:331
Voor de vaststelling van de draagkracht bij studiefinanciering dient de component ‘rentedragende lening’ als middel te worden beschouwd ook als deze niet feitelijk wordt ontvangen. Het gaat hier namelijk om middelen waarover de belanghebbende wel redelijkerwijs kan beschikken. Het niet afsluiten van een (aanvullende) lening – met als gevolg een lagere draagkracht – kan niet worden afgewenteld op de bijstand.
CRvB 14 februari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:501
Op grond van deze uitspraak zou er wel sprake zijn van draagkracht als er beslag ligt op het inkomen. Deze uitspraak is fout. Op 19-01-2021 wordt deze uitspraak gecorrigeerd door de CRvB (zie CRvB 19 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:110 en 242).
CRvB 4 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1248
Voor reiskosten in verband met een bezoek- of omgangsregeling geldt dat deze kosten in beginsel behoren tot de periodieke algemene kosten van het bestaan die uit het inkomen op bijstandsniveau moeten worden voldaan. Hierbij maakt het niet uit of de omgangsregeling berust op een afspraak tussen de ouders of door de familierechter is vastgesteld.
CRvB 4 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2403
Bij een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering is het college gebonden aan de beschikking van de kantonrechter. De toets of beschermingsbewind voor belanghebbende het meest passend en adequaat is, ligt reeds besloten in de beschikking van de rechtbank. Het is niet aan het college om daar nader onderzoek naar te doen. Dat ligt anders als de bijstand eenmaal is toegekend. In dat geval is het college wel bevoegd om nader onderzoek te doen.
NB: anders dan uit deze uitspraak blijkt is de CRvB inmiddels van mening dat de gemeente wel recht heeft op het plan van aanpak bij bewindvoering (zie uitspraak CRvB 6 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2610).
CRvB 6 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1600 en ECLI:NL:CRVB:2018:1618
Als er geen ALO-kop wordt ontvangen omdat er sprake is van een niet-rechthebbende partner dan is onder omstandigheden compensatie met bijstand mogelijk.
Dit geldt niet voor de overige fiscale regelingen waaronder de huur- en zorgtoeslag.
CRvB 16 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3431
Voor de schoolkosten van een minderjarig kind geldt het kindgebonden budget als een passende en toereikende voorliggende voorziening. Dat het kindgebonden budget het totaal van de feitelijk gemaakte schoolkosten niet dekt, doet daar niet aan af.
CRvB 8 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:38 en 37
Voor medische kosten die niet (geheel) worden vergoed door de in de Zvw opgenomen regeling voor gemoedsbezwaarden, bestaat geen recht op bijzondere bijstand op grond van art. 15 Pw.
CRvB 5 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:850
College heeft de aanvraag om bijzondere bijstand voor een laptop afgewezen omdat deze kosten niet noodzakelijk zouden zijn. De Raad is echter van oordeel, anders dan voorheen, dat de kosten wel als noodzakelijk moeten worden aangemerkt. Digitale hulpmiddelen zijn te beschouwen als duurzame gebruiksgoederen. De kosten daarvan moeten worden gerekend tot de incidentele algemene kosten van bestaan. Bijstand is mogelijk bij bijzondere omstandigheden. Dat was in deze situatie niet het geval. De afwijzing blijft daarom in stand onder verbetering van de gronden en de gemeente wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 2.048.
CRvB 6 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2610
In deze uitspraak neemt de CRvB afstand van haar vorige uitspraken (CRvB 4 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2403 en CRvB 18 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2483, ECLI:NL:CRVB:2017:2484 en ECLI:NL:CRVB:2017:2485) en is zij nu van mening dat de gemeente wel recht heeft op het plan van aanpak bij bewindvoering en dat de gemeente ook bij de aanvraag al een nadere beoordeling kan maken.
CRvB 30 juni 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1326
Het college is bevoegd om voor bewindvoering zelf een voorliggende voorziening te creëren.
CRvB 19 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:110 en 242
Bij de draagkrachtvaststelling kan het college alleen inkomsten en vermogen in aanmerking nemen die feitelijk kunnen worden aangewend om te voorzien in de kosten waarvoor bijzondere bijstand is gevraagd. Om die reden mag het college niet het inkomen waarop executoriaal beslag rust in aanmerking nemen. De uitspraak van 14 februari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:501 wordt hiermee herroepen en de uitspraak van 28 maart 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV8374 wordt hiermee bekrachtigd.
CRvB 6 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1648
Als ambulancepersoneel na een 112 oproep verschijnt en besluit om belanghebbende per ambulance te vervoeren naar het ziekenhuis is er sprake van een acute noodsituatie. Er bestaat echter geen aanleiding om op grond van art. 16 Pw ook bijzondere bijstand te verlenen omdat er geen sprake is van behoeftige omstandigheden die op geen enkele andere wijze dan met bijstandsverlening is te verhelpen. De noodsituatie is immers verholpen door het ambulancepersoneel. Dan is er geen sprake van zeer dringende redenen als bedoeld in art. 16 Pw en bestaat er geen recht op vergoeding van de kosten in verband met het eigen risico.
CRvB 13 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1742
De gemeente heeft de periodieke bijzondere bijstand tot het eind van het jaar toegekend.
Volgens belanghebbende had de gemeente de periodieke bijzondere bijstand zonder einddatum moeten toekennen. De CRvB bevestigt dat de gemeente de toekenning van periodieke bijzondere bijstand voor periodieke kosten in tijd mag beperken.
CRvB 14 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3228
Als uitgangspunt dient de bijstand te worden aangevraagd voordat de kosten opkomen. Kosten eigen bijdrage rechtsbijstand komen op, op de dag dat de rechtsbijstandsverlener het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand tot verlening van de aangevraagde toevoeging heeft ontvangen.
Kosten griffierecht komen op, op de datum waarop belanghebbende het beroepschrift (bestuursrecht) of het verzoekschrift of de vordering (burgerlijke procedure) indient bij de rechter. Wordt de aanvraag pas ingediend nadat de kosten zijn opgekomen, dan kan de aanvraag worden afgewezen.
CRvB 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:636, 637 en 638
Het college kan een belanghebbende niet dwingen om de kantonrechter te vragen zijn eigen bewindvoerder te ontslaan en een gemeentelijke dienst te benoemen als bewindvoerder. Het college kan de kantonrechter wel zelf vragen om ontslag van de bewindvoerder, maar dat kan alleen als er sprake is van:
gewichtige redenen of
als de bewindvoerder niet meer voldoet aan de eisen
Zie art. 1:432 lid 2 en 448 lid 2 BW.
Rechtbank Gelderland 5 augustus 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:4263
Uitsluiting studenten voor de energietoeslag is onrechtmatig.
CRvB 18 oktober 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2265
De in Nederland woonachtige moeder voert een procedure om haar kind, die in het buitenland woonachtig is, in het kader van gezinshereniging naar Nederland te krijgen.
Het college weigert bijzondere bijstand te verstrekken voor de kosten van eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht omdat de kosten niet noodzakelijk zouden zijn en in verband met het territorialiteitsbeginsel omdat het kind in het buitenland woonachtig was.
De CRvB geeft het college geen gelijk en wijkt af van eerdere vaste rechtspraak. De kosten doen zich wel voor, de moeder voerde de procedure, heeft de toevoeging gekregen en moest de eigen bijdrage betalen. Het maakt dan niet uit dat de procedure ten behoeve van een ander wordt gevoerd. Dat maakt dat de kosten wel noodzakelijk zijn. Verder speelt mee dat het kind minderjarig was en de verblijfsrechtelijke procedure niet zelf kon voeren. De moeder was zijn enige wettelijk vertegenwoordiger.
Rechtbank Gelderland 19 januari 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:257
De gemeente heeft als buitenwettelijk begunstigend beleid dat de aanvraag binnen één maand nadat de kosten zijn ontstaan moet zijn ingediend. De aanvraag voor entreekosten bewindvoering zijn één dag te laat ingediend. Om die reden is de aanvraag afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat ook in deze situatie het evenredigheidsbeginsel van toepassing is en dat om die reden het genomen besluit niet in stand kan blijven.
Rechtbank Overijssel 22 maart 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:1033
Belanghebbende is bekend met een zeer complexe medische situatie en heeft veel problemen met eten, slikken en drinken. Haar behandelaars hebben haar Bedrocan, een vorm van medicinale cannabis, voorgeschreven. Haar vergoeding via de aanvullende verzekering is gestopt omdat het niet gaat om een geregistreerd geneesmiddel. Volgens het Zorginstituut Nederland bestaat er geen wetenschappelijke basis voor de werking van medicinale cannabis.
Haar internist stelt dat als belanghebbende geen Bedrocan kan gebruiken, haar lichaamsgewicht zal afnemen tot een BMI die niet met het leven verenigbaar is. Voor belanghebbende zijn geen andere behandelmogelijkheden beschikbaar. Gelet op deze medische verklaring is de rechtbank van oordeel dat hier sprake is van een acute noodsituatie en dat de gemeente op grond van art. 16 Pw verplicht is voor deze kosten bijzondere bijstand te verstrekken.
CRvB 11 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:705
Ook als de beslagvrije voet hoger is dan 110% van de bijstandsnorm is er geen sprake van draagkracht. Het besluit dat dit wel het geval is, is in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De beslagvrije voet moet worden beschouwd als het minimumbedrag dat iemand nodig heeft om van te leven.
Rechtbank Den Haag 12 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:5288
De aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een thuiskweekinstallatie voor medicinale cannabis is afgewezen. Het telen van cannabis is op grond van art. 3 van de Opiumwet verboden en belanghebbende beschikt niet over de vereiste ontheffing of vergunning.
Volgens een medische verklaring blijkt alleen medicinale cannabis van eigen kweek goed te werken tegen alle gezondheidsproblemen van belanghebbende. Zonder medicinale cannabis is sprake van een ondraaglijke leefsituatie. Er bestaat dan gevaar van een instabiele depressie al dan niet met psychotische ontregelingen zoals suïcide en stoornissen in de cognitieve functies. Volgens de rechtbank is er duidelijk sprake van een acute noodsituatie als bedoeld in art. 16 Pw. De gemeente wordt verplicht bijzondere bijstand te verstrekken voor de kosten van een thuiskweekinstallatie voor medicinale cannabis (€ 4.833,55) en wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten (€ 2.868).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 april 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:2968
Bij bewind is een beheer- en leefgeldrekening nodig. Voor de kosten van een leefgeldrekening hoeft geen bijzondere bijstand te worden verstrekt. Voor de kosten van een beheerrekening bestaat wel recht op bijzondere bijstand.
CRvB 13 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:985
Belanghebbende heeft als gevolg van een ernstige spierziekte fysiotherapie nodig, maar kan deze niet kan betalen. Uit medische informatie blijkt dat bij het uitblijven van fysiotherapie de gezondheidsklachten van belanghebbende ernstig zullen toenemen en dat er een schrijnende situatie ontstaat. De CRvB is van mening dat deze situatie als een acute noodsituatie moet worden beschouwd en dat weigeren van bijstand onaanvaardbaar is (art. 16 Pw).
CRvB 11 juli 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1298
Er is sprake van zeer dringende redenen om bijzondere bijstand te verstrekken voor vitaminepreparaten als uit een GGD-rapport blijkt dat als belanghebbende de vitaminepreparaten niet neemt, ernstige aandoeningen en invaliditeit zullen ontstaan.
CRvB 10 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2086
Naar het oordeel van raadsheer advocaat-generaal De Bock dient het evenredigheidsbeginsel ook van toepassing te zijn op het buitenwettelijk beleid. Zowel de binnenwettelijke als de buitenwettelijke beleidsregels moeten volgens hetzelfde toetsingskader worden beoordeeld. Beide beleidsregels moeten worden getoetst aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur waaronder het evenredigheidsbeginsel aan de hand van de criteria noodzakelijkheid, geschiktheid en evenwichtigheid.