Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

In deze paragraaf worden de volgende kosten toegelicht: 

  • kosten voor directe levensbehoeften (6.4.1) 

  • woonkosten (6.4.2); 

  • reiskosten (6.4.3); 

  • kosten financiële transacties (6.4.4); 

  • medische kosten (6.4.5); 

  • ouderen-, zieken- en gehandicaptenzorg (6.4.6); 

  • uitstroomkosten (6.4.7); 

  • overige kosten (6.4.8). 

Kleding of schoeisel 

Kleding en schoeisel gelden als algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan die uit de bijstandsnorm moeten worden betaald. Als uitgangspunt is voor deze kosten dan ook geen bijzondere bijstand mogelijk tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Dit kan onder meer het geval zijn bij iemand die zwaarlijvig is en door ziekte vele kilo’s per maand afvalt. Door deze situatie moet de kleding eerder en vaker worden vervangen dan waar de bijstandsnorm in voorziet. Gelet op de bijzondere omstandigheden kan voor de meerkosten een beroep op de bijzondere bijstand worden gedaan. 

Eenmalig levensonderhoud 

De uitkering wordt eenmaal per maand achteraf betaalbaar gesteld. In de situatie dat iemand deze periode moet overbruggen, maar daarvoor geen middelen heeft, kan er eenmalig bijzondere bijstand worden verstrekt voor levensonderhoud. Een dergelijke uitkering wordt ook wel een overbruggingsuitkering genoemd.

Voorbeeld

Touraya is een vrouw van 38 jaar. Zij is, samen met haar twee jonge kinderen, gevlucht. Zij zijn statushouders en vestigen zich per 1 augustus in de gemeente. Per 1 augustus hebben zij een woning en recht op een Pw uitkering. Deze uitkering wordt echter pas begin september betaalbaar gesteld. Aan Touraya wordt een overbruggingsuitkering toegekend zodat zij de periode van 1 augustus tot de eerstvolgende volledige betaling kan overbruggen.

Aanvullende bijstand voor personen van 18 tot 21 jaar 

De bijstandsnorm voor personen van 18 tot 21 jaar is gebaseerd op de hoogte van de kinderbijslag. Als een jongere tussen de 18 en 21 jaar noodzakelijkerwijs zelfstandig woont, is deze norm niet toereikend voor de kosten van het bestaan. Als uitgangspunt moet er dan een beroep worden gedaan op de onderhoudsplicht van de ouders. Als de ouders niet kunnen of willen bijdragen, is er aanvullende bijzondere bijstand mogelijk op grond van art. 12 Pw. In het geval dat de ouders wel kunnen bijdragen maar niet willen, heeft de gemeente de mogelijkheid om verhaal toe te passen op de ouders. Voor meer informatie over verhaal, zie hoofdstuk 16. 

Voorbeeld 

Anouk is al vanaf haar twaalfde jaar wegens mishandeling en ernstige verwaarlozing uit huis geplaatst. Sindsdien verbleef ze in opvangtehuizen en bij diverse pleeggezinnen. Inmiddels is ze achttien jaar geworden. Al die tijd heeft zij geen contact meer gehad met haar ouders. Zij woont inmiddels zelfstandig op een kamer en heeft recht op een Pw-uitkering naar de norm die geldt voor een 18- tot 21-jarige. Aangezien dit bedrag niet toereikend is voor haar kosten van levensonderhoud en zij in redelijkheid geen beroep meer kan doen op de onderhoudsplicht van haar ouders, kan zij in aanmerking komen voor aanvullende bijzondere bijstand op grond van art. 12 Pw. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt afgestemd op haar situatie.