Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Deelname algemeen maatschappelijk verkeer 

Als uitgangspunt geldt dat de reiskosten voor deelname aan het algemeen maatschappelijk verkeer algemene kosten zijn die uit het reguliere inkomen bestreden behoren te worden. Als er sprake is van bijzondere omstandigheden kan voor reiskosten bijzondere bijstand worden aangevraagd. 

Bezoek familie in instelling 

Voor de kosten die men heeft om een familielid te bezoeken die is opgenomen in het ziekenhuis of die gedetineerd is, is bijzondere bijstand mogelijk. Vaak heeft de gemeente hiervoor beleid ontwikkeld waarin is opgenomen welke familieleden hiervoor in aanmerking komen, het aantal bezoeken per week of per maand dat voor vergoeding in aanmerking komt en wat de hoogte van deze vergoeding is (vergoeding per kilometer of kosten openbaar vervoer). 

Woon-werkverkeer 

Inkomsten worden volledig verrekend met de uitkering. Als voor de verwerving van de inkomsten ook reiskosten worden gemaakt kunnen deze kosten worden vergoed uit het re-integratiebudget of door verlening van bijzondere bijstand. 

Zittend ziekenvervoer 

Voor zittend ziekenvervoer (dit is het vervoer naar een medische behandeling of een instelling anders dan door een ambulance) is als uitgangspunt geen bijzondere bijstand mogelijk. De wetgever heeft een bewuste keuze gemaakt om deze kosten alleen nog in bepaalde situaties te vergoeden. Dit is het geval bij nierdialyse, chemo- of bestralingstherapie, mensen die rolstoelafhankelijk zijn en geen aangepast vervoer hebben en voor mensen met een visuele handicap die niet zonder begeleiding kunnen reizen. Als de kosten niet op grond van de Zvw of Wlz worden vergoed, is dat het gevolg van een bewuste keuze van de wetgever om deze kosten niet als noodzakelijk aan te merken. Het is dan aan de gemeente om zich bij een dergelijke keuze aan te sluiten. Als de kosten niet noodzakelijk worden geacht, bestaat er ook geen recht op bijzondere bijstand (zie uitspraak CRvB 18 maart 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC7053). 

Omgangsregeling ouder/kind 

Reiskosten in het kader van een omgangsregeling van een niet-verzorgende ouder komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking omdat de kosten behoren tot de uitgaven die in het familieverkeer normaliter voorkomen en het enkele feit dat men gescheiden is, niet maakt dat er sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten. Ook voor de reiskosten van de kinderen is in die situatie geen bijzondere bijstand mogelijk, omdat deze kosten niet ten laste komen van de niet-verzorgende ouder, maar van de verzorgende ouder (zie CRvB 18 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:476). 

Reiskosten in verband met studie 

Voor studenten die een studie volgen waarvoor recht op WSF bestaat, geldt het studentenreisproduct als een voorliggende voorziening die passend en toereikend wordt geacht. 

Studenten met een WTOS hebben geen recht op een studentenreisproduct zodat deze ook niet geldt als een voorliggende voorziening die passend en toereikend wordt geacht. De WTOS geldt als een forfaitair bedrag en als aanvulling hierop kan er recht bestaan op bijzondere bijstand als de reiskosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden (zie uitspraak CRvB 27 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH2444). 

Voor scholieren tot achttien jaar is de WTOS niet van toepassing. Hiervoor geldt dat ouders een kindgebonden budget ontvangen. Op grond van jurisprudentie kan de conclusie worden getrokken dat er voor deze kosten geen recht op bijzondere bijstand bestaat (zie CRvB 16 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3431). Hierbij is de redenatie dat het kindgebonden budget passend en toereikend wordt geacht en voor zover dit feitelijk niet zo is, dit het gevolg is van een bewuste keuze (art. 15 lid 1 Pw). 

Vervoer in verband met handicap 

Voor vervoerskosten in verband met een handicap geldt de Wmo 2015 als een voorliggende voorziening.