Re-integratie
Het is aan het college om te beoordelen of en welke ondersteuning iemand nodig heeft richting de arbeidsinschakeling. Als deze ondersteuning nodig is, dan zal de gemeente deze verstrekken in de vorm van een voorziening. Voor meer informatie over voorzieningen in het kader van de re-integratie zie hoofdstuk 10 Werk, re-integratie en participatie.
Scholing
Voor de kosten van scholing gelden de WTOS en WSF als een voorliggende voorziening die passend en toereikend wordt geacht. Voor zover de kosten binnen de voorliggende voorziening niet als noodzakelijk worden aangemerkt, bestaat er ook geen recht op bijstand.
Voor de persoon die al een opleiding op hbo-niveau heeft afgerond, geldt als uitgangspunt dat het bereikte opleidingsniveau al een voldoende basis vormt voor de arbeidsinschakeling, zodat de kosten van een aanvullende scholing niet als noodzakelijk worden aangemerkt (zie ook CRvB 10 december 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2748). Zie verder hoofdstuk 10 Werk, re-integratie en participatie.
Verwervingskosten
Voor verwervingskosten die samenhangen met de reiskosten voor woon-werkverkeer is bijzondere bijstand mogelijk. Voor kosten die noodzakelijk zijn in het kader van de Arbowet is de werkgever verantwoordelijk. Voor de overige verwervingskosten kan mogelijk een beroep worden gedaan op een voorziening (zie hiervoor hoofdstuk 10 Werk, re-integratie en participatie) en anders op de bijzondere bijstand als er verder geen mogelijkheden tot een vergoeding zijn.
Kinderopvang
Voor kinderopvang geldt de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (Wet IKK) als een voorliggende voorziening. Voor kinderopvang in verband met re-integratie zie hoofdstuk 10 Werk, re-integratie en participatie.