Jongeren van 18 tot 21 jaar hebben zelfstandig recht op bijstand. De hoogte van deze bijstand is afgeleid van de kinderbijslag. Als deze bijstand niet toereikend is om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, bijvoorbeeld omdat de jongere noodzakelijkerwijs zelfstandig woont, dan kan er op grond van art. 12 Pw aanvullende bijstand worden aangevraagd. Het recht op aanvullende bijstand is echter alleen mogelijk als de jongere geen beroep kan doen op de onderhoudsplicht van zijn ouders. Ouders zijn namelijk nog tot 21 jaar onderhoudsplichtig voor hun kinderen (op grond van art. 1:395a BW).
Art. 12 Pw bepaalt hierover het volgende:
Een persoon van 18, 19 of 20 jaar heeft recht op bijzondere bijstand voor zover zijn noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de bijstandsnorm en hij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders omdat:
de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn of
hij redelijkerwijs zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken.
Kan de jongere dus wel een beroep doen op de onderhoudsplicht van zijn ouders dan bestaat er op grond van art. 12 Pw geen recht op aanvullende bijzondere bijstand.