Jongeren tot 27 jaar uit wiens houding en gedragingen ondubbelzinnig blijkt dat zij de (arbeids)verplichtingen niet willen nakomen hebben geen recht op algemene bijstand. De wetgever heeft als uitgangspunt dat jongeren niet in de bijstand thuishoren. Zij moeten werken of studeren en alleen als dit niet tot de mogelijkheden behoort kan er aanspraak op bijstand bestaan. Voorwaarde is dat zij alles doen om de afhankelijkheid van de uitkering zo kort mogelijk te laten duren. Als niet in voldoende mate wordt voldaan aan deze verplichting, dan wordt een maatregel overwogen. Alleen als de jongere ondubbelzinnig laat blijken helemaal niet aan deze verplichtingen te willen voldoen bestaat er geen recht op bijstand. Zie bijvoorbeeld uitspraak CRvB 6 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2024.