Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Het doelbindingsbeginsel betekent dat de persoonsgegevens alleen verwerkt worden voor ‘welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doelen’.

Art. 5 lid 1 onderdeel b AVG. Deze doelen zouden in het register van verwerkingsactiviteiten terug te vinden moeten zijn.

Art. 30 AVG. Hiermee hangt samen dat gegevens niet verder worden verwerkt voor andere doeleinden, als dat onverenigbaar is met het oorspronkelijke doel waarvoor ze zijn verzameld.

Art. 6 lid 4 AVG.

In sectorspecifieke wetgeving zoals de Participatiewet, de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, zijn de doeleinden van een verwerking globaal al aangegeven. Hulpverlenende organisaties kunnen daarnaast houvast ontlenen aan hun oprichtingsstatuten en het aanbod van diensten. De doeleinden van de verwerking moeten concreet beschreven zijn, ze mogen niet te algemeen geformuleerd zijn, waardoor een onbepaald aantal handelingen daaronder begrepen kan worden. Een te algemeen geformuleerd doel zoals ‘hulp verlenen’ of ‘in het algemeen belang’ is te vaag. Pas als de doelen concreet zijn kan bepaald worden welke gegevens noodzakelijk zijn om die doelen te bereiken. Voorbeelden van meer concreet geformuleerde doelen zijn: het verstrekken van informatie, het behartigen van met name genoemde belangen, psychosociale hulpverlening, hulp bij opvoedingsproblemen, schuldhulpverlening, het bieden van juridische of pedagogische ondersteuning.

Het principe van doelbinding grenst nauw aan een van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (naast het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel etc.), namelijk het verbod op détournement de pouvoir; een bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit (c.q. tot het verwerken van persoonsgegevens) niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. De logica hierachter is dat een overheidsorgaan vaak bevoegd is een grote inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer. Burgers hebben een verplichte relatie met de overheid in de zin dat men bijvoorbeeld verplicht is zich in te schrijven in de basisregistratie personen, belasting te betalen e.d. Dus: hoe groter de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van burgers door de overheid, hoe gedetailleerder en strikter de regels met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens. Er gelden bij vergaande bevoegdheden limitatieve verstrekkingsbepalingen. Dan is precies omschreven welke gegevens voor nauw omschreven doeleinden naar bepaalde ontvangers mogen. Voor het overige geldt een geheimhoudingsplicht. Dit is duidelijk terug te vinden in de Participatiewet. Ook hulpverleners dienen zich te bewegen binnen hun bevoegdheden, waarbij het belang van de cliënt leidend is.

Zie het beroepsprofiel voor de sociaal werker op www.bpsw.nl.