Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Het zal opvallen dat strafrechtelijke gegevens en het burgerservicenummer (bsn) in de opsomming van de bijzondere categorieën gegevens ontbreken. Dat komt omdat daarvoor een apart en extra streng regime geldt. Nationale identificatienummers die zijn voorgeschreven bij wet, zoals het bsn, het a-nummer van de basisregistratie personen, het vreemdelingennummer of het strafrechtketennummer, mogen slechts verwerkt worden ter uitvoering van de betreffende wet of voor de doelen die bij wet zijn bepaald.

Art. 87 AVG jo. art. 46 UAVG en Wet algemene bepalingen burgerservicenummer Stb. 2007, 288. Zelfs als de betrokkene toestemming geeft, dan mag het bsn niet verwerkt worden als die bevoegdheid voor de verwerkingsverantwoordelijke niet expliciet bij wet geregeld is.

Voor overheid en zorgaanbieders is het gebruik van het bsn in diverse wetten geregeld zoals het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg en het Besluit burgerservicenummer in de jeugdzorg.

Dit heeft tot gevolg dat de ‘toeleiders naar zorg’ (organisaties zoals MEE) niet gerechtigd zijn het bsn te verwerken, terwijl deze organisaties de cliënt vaak bijstaan in de contacten met de overheid waarbij altijd naar het bsn wordt gevraagd. De oplossing is in dit geval dat deze hulpverlener optreedt als gemachtigde en handelt uit naam van en in het belang van de cliënt. De organisatie mag echter het bsn niet voor eigen doeleinden in de registratie vastleggen.

Het gebruik van ‘persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen’ kortweg ‘strafrechtelijke gegevens’, is alleen toegestaan ‘onder toezicht van de overheid of als dat geregeld is in nationaal recht’.

Art. 10 AVG en Dat betekent dat organen op grond van een wet bevoegd moeten zijn om strafrechtelijke gegevens te verwerken. Voor het Openbaar Ministerie is dat de Wet op de justitiële en strafvorderlijke gegevens en voor de politie de Wet politiegegevens. Andere partijen mogen deze gegevens alleen verwerken als ze, op grond van de verstrekkingsbepalingen uit deze wetten, rechtmatig zijn ontvangen.

Art. 31 t/m 33 UAVG

Uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene is als grondslag voor het gebruik van categorieën bijzondere gegevens wel mogelijk, behalve voor het bsn. Art. 22 lid 2 onderdeel a, art. 32 onderdeel a UAVG

Voor het verwerken van alle categorieën bijzondere gegevens waar ook beeld en geluid toe kunnen behoren, is naast een grondslag in de artikelen 22 t/m 33 UAVG (jo 9 AVG) daarbovenop nog een grondslag uit art 6 AVG nodig. Met andere woorden; zonder een grondslag van art. 6 AVG is gebruik van een bijzonder gegeven niet toegestaan.

Bij de bespreking van de rechtmatige grondslagen zullen nog meer voorbeelden volgen van de wettelijke mogelijkheden om de bijzondere gegevens te verwerken.