De Jeugdwet is op 1 januari 2015 in werking getreden en verving daarmee de Wet op de Jeugdzorg. De invoering van de Jeugdwet heeft tot een ingrijpende stelselwijziging geleid. Gemeenten zijn verantwoordelijk geworden voor alle vormen van jeugdhulp, maar verlenen de jeugdhulp niet zelf. De centrale gedachte van de wetgever achter het overhevelen van de jeugdhulptaken, is dat de jeugdhulp op die manier beter aansluit op de concrete problematiek. De gemeenten staan immers dichter bij jeugdigen en hun opvoeders dan het Rijk.
Kamerstukken II 2012/13, 33684, nr. 3, p. 3.
De regels in de Jeugdwet beogen de eigen kracht van de jeugdige en het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin van de jeugdige te versterken.
Kamerstukken II 2012/13, 33684, nr. 3, p. 3. De inrichting van het huidige stelsel is er tevens op gericht om meer in te zetten op preventie, om te voorkomen dat de jeugdige en zijn ouders gespecialiseerde jeugdhulpvormen nodig hebben. Het recht op zorg, zoals dat was opgenomen in de Wet op de Jeugdzorg, is losgelaten in de Jeugdwet. Gemeenten hebben een jeugdhulpplicht, hetgeen betekent dat gemeenten een voorziening dienen te treffen wanneer een jeugdige of een ouder dit nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedproblemen, de zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie.
Vgl. art. 2.3 lid 1 Jeugdwet.
Gemeenten hebben van de wetgever de opdracht gekregen om casusgericht te werken vanuit het principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’.
Kamerstukken II 2012/13, 33684, nr. 3, p. 2. Een opdracht die begrijpelijk is vanuit de gedachte van een samenleving die zich meer richt op participatie, maar tegelijkertijd vanuit het oogpunt van privacy vragen oproept. Werken vanuit de visie van de wetgever impliceert immers dat er persoonsgegevens worden uitgewisseld tussen verschillende domeinen. Aan dit thema zal in hoofdstuk 7 aandacht worden besteed.
In dit hoofdstuk wordt de gegevenswerking door verschillende actoren in het kader van de Jeugdwet inzichtelijk gemaakt. Toegelicht zal worden welke regels de actoren daarbij in acht moeten nemen. In §5.2 bespreken we de rollen en verantwoordelijkheden van de actoren in het jeugddomein. In §5.3 worden de doeleinden van de persoonsgegevensverwerking door de in §5.2 genoemde actoren besproken. §5.4 besteedt aandacht aan de herkomst van de gegevens. In §5.5 gaan we dieper in op de mogelijkheden die er zijn om binnen de grenzen van de Jeugdwet persoonsgegevens uit te wisselen. Daarbij wordt aandacht besteed aan verschillende relaties. §5.6 is gewijd aan de gegevensverwerking in de verwijsindex risicojongeren.
In §5.7 staan we stil bij het beroepsgeheim dat voor jeugdhulpverleners en ambtenaren geldt en de gevolgen daarvan voor informatie-uitwisseling. §5.8 besteedt aandacht aan enkele uit dit hoofdstuk voortvloeiende onduidelijkheden en dilemma’s. Ten slotte behandelen we in §5.9 de rechten van betrokkenen, voor zover deze afwijken van de in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) genoemde rechten.