Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Hoewel de Jeugdwet niet een vergelijkbare geheimhoudingsbepaling kent als de Participatiewet, is het belang van het beroepsgeheim in de jeugdhulp groot. Het beroepsgeheim strekt ertoe dat er geen inlichtingen over de betrokkene aan derden worden verstrekt, als de betrokkene daar geen toestemming voor heeft gegeven. Het beroepsgeheim verlaagt de drempel om hulp te zoeken en stelt de cliënt in staat om vrijuit te spreken met diens hulpverlener. Aldus kan er een vertrouwensrelatie worden opgebouwd tussen hulpverlener en cliënt. Het streven naar overeenstemming/instemming van de hulp is tevens onderdeel van de beroepscode voor jeugdzorgwerkers.

Voorop staat dat de jeugdhulpprofessional zich bij het verstrekken van inlichtingen aan een derde inspant om voor die verstrekking toestemming te krijgen van de betrokkene. Een opvallende bepaling ter bescherming van de privacy van de betrokkene die raakt aan de geheimhouding, vinden we in art. 7.3.13 Jeugdwet. Art. 7.3.13 Jeugdwet bepaalt dat de jeugdhulpverlener de verlening van de jeugdhulp uitvoert buiten de waarneming van anderen dan de betrokkene. Deze bepaling ziet dus specifiek op het beschermen van de ‘ruimtelijke’ privacy van de betrokkene. Alleen als de betrokkene ermee instemt dat de verrichtingen kunnen worden waargenomen door anderen en de hulpverlener daarbij de zorg van een goed hulpverlener in acht neemt, leidt dit tot een uitzondering op de hoofdregel dat de jeugdhulp wordt verleend buiten waarneming van anderen.

De geheimhoudingsplicht voor professionals in het jeugddomein is in verschillende artikelen te vinden. In art. 7.3.11 Jeugdwet is de geheimhoudingsplicht voor jeugdhulpprofessionals vastgelegd en in art. 7:457 Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst vinden we de geheimhoudingsplicht voor BIG-geregistreerde professionals. De geheimhoudingsplicht is echter niet absoluut. In deze paragraaf worden de uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht besproken. Er zijn grofweg drie uitzonderingscategorieën te onderscheiden: de jeugdhulpprofessional heeft een meldrecht, een meldplicht of er is sprake van een conflict van plichten. Voorts zal kort worden stilgestaan bij de geheimhoudingsplicht van ambtenaren.

De jeugdhulpprofessional mag zonder toestemming van de betrokkene informatie uitwisselen met een andere jeugdhulpprofessional die rechtstreeks betrokken is bij de verlening van de jeugdhulp, voor zover dat voor de door hen te verrichten werkzaamheden noodzakelijk is.

Art. 7.3.11 lid 2 Jeugdwet, vgl. art. 7:457 lid 2 BW.

Het bijzondere meldrecht en de mededelingsplicht van een beroepskracht over een onder toezicht gestelde minderjarige op grond van art. 7.3.11 lid 4, is hiervoor in §5 besproken.