Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

De Verwijsindex Risicojongeren (VIR) neemt vanuit privacyoogpunt een bijzondere positie in, omdat het signaleren in de verwijsindex een vorm van vroegsignalering is. Die bijzondere positie maakt dat ervoor is gekozen om een aparte paragraaf te wijden aan de VIR. De VIR is een landelijk elektronisch systeem dat tot doel heeft vroegtijdige en onderlinge afstemming tussen meldingsbevoegden te bewerkstelligen, zodat zij jeugdigen tijdig passende hulp kunnen verlenen.

Art. 7.1.2.1 Jeugdwet. Gemeenten zijn veelal via een lokale verwijsindex aangesloten op het landelijke systeem. In §7.1 van de Jeugdwet vinden we de regels rondom de inrichting en het gebruik van de VIR. Opmerking verdient dat de inrichting van het lokale regime in overeenstemming dient te zijn met de bepalingen van §7.1. Het verwerken van meer of andere gegevens dan hieronder genoemd, is niet toegestaan.

Art. 7.1.4.1 beschrijft wanneer een meldingsbevoegde zonder toestemming van de jeugdige of zijn wettelijk vertegenwoordiger en zo nodig met doorbreking van de geheimhoudingsplicht, een jeugdige kan melden aan de verwijsindex. Er moet sprake zijn van een redelijk vermoeden dat de jeugdige door één of meer van de onder a-l genoemde risico’s in de noodzakelijke condities voor een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid daadwerkelijk wordt bedreigd.

In art. 7.1.4.3 Jeugdwet staat een limitatieve opsomming van de gegevens over de jeugdige die bij een melding in de verwijsindex mogen worden opgeslagen, te weten het burgerservicenummer, de identificatie- en contactgegevens van de meldingsbevoegde die de melding doet, het tijdstip van de melding en de datum waarop de melding op grond van art. 7.1.4.5 lid 2 onderdeel a uit de verwijsindex zal worden verwijderd. Beschikt de jeugdige niet over een burgerservicenummer, dan regelt art. 7.3.1 lid 1 Besluit Jeugdwet dat een meldingsbevoegde de familienaam, de geboortedatum en het geslacht van de jeugdige mag aanbieden aan de verwijsindex. Uit art. 7.1.4.4 Jeugdwet volgt dat gegevens betreffende de gezondheid en gegevens van strafrechtelijke aard over de jeugdige kunnen worden verwerkt bij het gebruik van de verwijsindex. Deze bepaling dient echter niet zo te worden gelezen, dat naast de gegevens genoemd in art. 7.1.4.3 Jeugdwet ook gezondheidsgegevens en gegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt. De wetgever heeft met deze bepaling willen bewerkstelligen meldingsbevoegden uit de domeinen jeugdgezondheidszorg, gezondheidszorg en politie en justitie in staat te stellen jeugdigen aan de verwijsindex te melden. Uit meldingen van deze beroepsgroepen valt voor derden immers af te leiden dat de melding betrekking kan hebben op gegevens betreffende de gezondheid van een jeugdige of strafvorderlijke gegevens.

M.J.C. Koens & A.P.J.M. Vonken (red.), Tekst en commentaar personen- en familierecht, art. 7.1.4.4 Jeugdwet, Deventer: Kluwer 2018 en PrivacyCare, ‘Privacy Impact Assessment in verband met gegevensverwerking bij de uitvoering van de Jeugdwet door gemeenten’, Den Haag: oktober 2014, p. 34.