Asielopvang staat volop in de aandacht. Nieuwe vormen van opvang, mogelijke afschaffing van de Spreidingswet door een toekomstig kabinet en de voortdurende instroom van asielzoekers zorgen voor veel onzekerheid. Sommige gemeenten nemen daardoor een afwachtende houding aan. Het realiseren van nieuwe opvanglocaties door gemeenten blijft echter noodzakelijk zolang er onvoldoende reguliere huisvesting beschikbaar is en de asielinstroom onverminderd hoog is. Veel opvanglocaties hebben een tijdelijk karakter, waardoor gemeenten continu op zoek moeten naar nieuwe plekken.
Na veel inspanning en het delen van succesvolle voorbeelden is er eindelijk meer mogelijk voor opvang door gemeenten. Door veranderingen in de Wet COA en de Regeling verstrekkingen asielzoekers heeft invoering van de Spreidingswet het voor gemeenten mogelijk gemaakt om een asielopvanglocatie in eigen beheer te exploiteren. De gemeente wordt dan zelf verantwoordelijk voor het beheer van een opvanglocatie, in plaats van het COA. Dit komt vooral voort uit de wens van gemeenten om kleinschaliger opvang te kunnen realiseren, nu ook kleine gemeenten vaak een opvanglocatie moeten verwezenlijken om te voldoen aan de taakstelling vanuit de Spreidingswet.
Opties voor opvang
Gemeenten spelen een belangrijke rol in de opvang van asielzoekers. Daarbij hebben zij volgens het ministerie een viertal opties:
- Reguliere asielopvang (door het COA).
- Tijdelijke gemeentelijke opvang (TGO).
- Duurzame gemeentelijke opvang (DGO).
- Volledige gemeentelijke exploitatie (VGE).
Hierna lichten we deze typen opvang nader toe. Ook bespreken we de voordelen en mogelijkheden van elk type opvang.
Reguliere asielopvang
De klassieke reguliere asielopvang bestaat uit een vaak grootschalige locatie die volledig wordt beheerd door het COA. Het COA regelt op deze locaties de beveiliging, catering, schoonmaak, onderhoud en begeleiding. Voorheen betrof dit altijd locaties met een omvang van minimaal 300 plekken, maar sinds de komst van de Spreidingswet is er meer ruimte om kleinschaliger opvang te realiseren: reguliere kleinschalige opvang, opvang van alleenstaande minderjarigen en kleinschalige noodopvang (lees er meer over in ons artikel Waarom is asielopvang verplicht, en hoe is die geregeld?).
Vooral de reguliere kleinschalige opvang is interessant voor gemeenten. Dit betreft twee opties: 1) reguliere kleinschalige opvang als dependance, of 2) een volledig zelfstandige opvanglocatie. In het eerste geval heeft de opvanglocatie zelf niet alle begeleidingsvoorzieningen in huis en is deze deels afhankelijk van een grotere locatie op maximaal 45 minuten afstand. Zo heeft de gemeente Het Hogeland de optie voor een kleinschalige locatie met het COA verkend, omdat zij een aantal kleine kernen heeft. Bij deze vorm blijft de uiteindelijke exploitatie van de locatie dus in handen van het COA, maar heeft de gemeente wel al meer invloed op de omvang en het type locatie. De tweede optie is een volledig zelfstandig opererende opvanglocatie met alle voorzieningen, met minder dan 150 bewoners. Ook dan is de exploitatie in handen van het COA.
Tijdelijke gemeentelijke opvang
Een andere mogelijkheid is dat niet het COA maar de gemeente zelf de locatie exploiteert. Vanuit de tijd waarin crisisnoodopvang moest worden gerealiseerd, heeft een grote groep gemeenten inmiddels zelf ervaring met Tijdelijke Gemeentelijke Opvang (TGO). Deze locaties staan nog onder eindverantwoordelijkheid van het COA. De TGO is, de naam zegt het al, altijd tijdelijk bedoeld: de looptijd is korter dan drie jaar, en in de praktijk bijna altijd korter dan een jaar. Vaak is deze vorm van opvang dan ook duurder. Inmiddels streeft het COA ernaar deze vorm van opvang te vervangen door duurzame opvang, waardoor gemeenten geen nieuwe TGO-locaties meer kunnen aanvragen.
Duurzame gemeentelijke opvang
Duurzame gemeentelijke opvang (DGO) is bedoeld als een langduriger alternatief voor TGO. Dergelijke locaties moeten volgens de Spreidingswet minimaal vijf jaar beschikbaar zijn. Bij DGO heeft de gemeente meer zeggenschap over zaken als begeleiding en dagbesteding, maar blijft het COA eindverantwoordelijk. In de praktijk is dit een samenwerkingsvorm: gemeente en COA delen de taken. Het ministerie heeft aangekondigd in september 2025 meer kaders voor dit type opvang bekend te maken.
Volledige gemeentelijke exploitatie
Bij volledige gemeentelijke exploitatie (VGE) neemt de gemeente alle verantwoordelijkheid op zich, van beheer en exploitatie tot de invulling van begeleiding en voorzieningen. Dit is mogelijk dankzij wetswijzigingen, maar de praktische uitwerking ontbreekt momenteel nog. Het ministerie werkt samen met het COA en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aan richtlijnen.
Een belangrijk voordeel van VGE is de grotere regie die gemeenten krijgen. Daarmee kunnen zij de opvanglocatie beter laten aansluiten op lokale behoeften, zoals integratie en sociale ondersteuning. Onzekerheid over de financiële kaders blijft echter een punt van zorg. Nog onbekend is hoe het normbedrag voor kostenvergoeding door het COA wordt vastgesteld en hoeveel ruimte gemeenten hierdoor krijgen.
Samenvatting: de rol van gemeenten
Onderstaand schema toont de vier typen opvang en de rol van het COA en gemeenten:
Rol COA | Rol gemeenten | |
1. Reguliere asielopvang | ++ Verantwoordelijk voor beheer, personeel, begeleiding | 0 Beperkte invloed op omvang en locatie |
2. Tijdelijke gemeentelijke opvang | + Ondersteuning (financiering, richtlijnen, expertise) |
+ Beheer, invulling, invloed op omvang, locatie
|
3. Duurzame gemeentelijke opvang* | + Ondersteuning (financiering, richtlijnen, expertise) | + Beheer, invulling, invloed op omvang, locatie |
4. Volledige gemeentelijke exploitatie** | 0 Beperkte rol (bijvoorbeeld bij begeleiding of koppeling aan asielketen) | ++ Volledige verantwoordelijkheid voor bouw, beheer, exploitatie, invulling van opvang en voorzieningen |
* meer informatie volgt in september 2025
** wordt nog nader uitgewerkt |
Legenda:
0 minimale invloed
+ enige invloed
++ veel invloed
Exploitatie door gemeenten: een realistisch toekomstbeeld?
Met de Spreidingswet en de verschuiving naar gemeentelijke exploitatie zet het ministerie stappen richting een duurzamer asielbeleid. Voor gemeenten is dit ook een kans om te kiezen voor structurele (duurzame) oplossingen in plaats van crisismaatregelen. Zelfs als de Spreidingswet wordt ingetrokken, blijft de behoefte aan opvanglocaties groot. Locaties in eigen beheer kunnen daarbij sterk bijdragen aan regie en flexibiliteit. Bovendien kunnen ze indien nodig worden ingezet voor andere doelgroepen. Door opvang niet als tijdelijke opdracht te zien maar als onderdeel van een bredere, duurzame aanpak, kunnen gemeenten hier meer hun eigen invulling aan geven, passend bij de lokale omstandigheden. Financiering blijft echter een aandachtspunt.