Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Wijkteams: collectief waar mogelijk, individueel waar nodig

Veel gemeenten zagen het inzetten van de sociale (wijk)teams als dé nieuwe oplossing in de aanpak van sociale problematiek. Vooral aandachtswijken en inwoners in een kwetsbare positie zouden hier baat bij hebben. Het oorspronkelijke doel: problemen in de wijk vroegtijdig signaleren en nabije, passende en laagdrempelige ondersteuning bieden om zo duurdere zorg te voorkomen. Hiervoor moesten de wijkteams onderdeel worden van de sociale infrastructuur en moest er worden ingezet op een collectieve aanpak. Maar uit peilingen van Movisie blijkt dat het wijkgericht werken vanuit de wijkteams een blijvend aandachtspunt is. (1)

26 juli 2022

Staatsecretaris van Ooijen (VWS) roept op om betere voorzieningen in de wijk te realiseren en die ook vindbaar en toegankelijk te maken. “Passende ondersteuning begint immers bij mensen zelf, hun netwerk en (bestaande) voorzieningen en faciliteiten in de wijk”, aldus de staatssecretaris. (2) De sociale basis verdient meer versterking en aandacht.

De lokale overheid, sociale (wijk)teams, (welzijns)organisaties, diensten en (collectieve) voorzieningen in de wijk, hebben samen de taak om ervoor te zorgen dat bewoners – ook als zij te maken hebben met een kwetsbaarheid – mogelijkheden hebben op een voor hen waardevolle manier mee te doen. Steun ervaren van sociale netwerken en steunsystemen in de wijk, erbij horen en ertoe doen op een manier die hun recht doet: het zijn veelbelovende ambities met hoge verwachtingen, die niet eenvoudig te realiseren zijn.

Outreachend werken, preventief werken en het faciliteren en ondersteunen van collectieve oplossingen zijn taken die bij de wijkteams nog onvoldoende uit de verf komen. En daar zijn allerlei redenen voor: van een enorme caseload tot toegenomen complexiteit van vraagstukken die veel tijd en expertise vergen. Een hoge uitstroom van professionals (3) en wachtlijsten bij de ggz en jeugdzorg – waardoor wijkteamleden hun cliënten langer moeten helpen gedurende de overbruggingsperiode – spelen eveneens een grote rol.

De wijkteams zien zich geconfronteerd met een groep inwoners die ze niet binnen de begrensde tijd naar meer zelfstandigheid kunnen begeleiden. Minder inzet op individuele zorg en ondersteuning en meer inzet op ondersteuning vanuit collectieve (wijk)voorzieningen is het devies. Het vraagt van sociale professionals een aanpak die gericht is op zelfstandigheid. Inwoners moeten zoveel mogelijk hun eigen sociale netwerk en omgeving benutten, met zo min mogelijk professionele betrokkenheid, waardoor de zelfredzaamheid wordt vergroot.

Het SCP (4) waarschuwt voor te hoge verwachtingen van zelfredzaamheid. Niet iedereen heeft namelijk de vaardigheden om een ondersteuningsvraag te formuleren of is zich er überhaupt van bewust ondersteuning of zorg nodig te hebben. Daarnaast zijn er ook nog de zogenoemde zorgmijders: mensen in een kwetsbare positie die instanties wantrouwen of zich zo erg schamen voor hun situatie dat zij bewust elke vorm van bemoeienis uit de weg gaan.

Ook weten we uit onderzoek (5) dat wijkteamleden meer dan voorheen te maken hebben met inwoners met meervoudige en/of complexe problematiek. Het zijn mensen die, door bijvoorbeeld jarenlang problematisch middelengebruik of psychiatrische problemen, nauwelijks een netwerk hebben. Of ze hebben een problematisch netwerk, in de zin dat daar ook problemen spelen en er een slechte invloed van uit gaat.

Door wetgeving, landelijk beleid, de lokale en regionale organisatie van de zorg- en welzijnsinfrastructuur, en gemeentelijke beleidsprioriteiten, worden de wijkteams in sommige wijken geconfronteerd met een hoge concentratie inwoners in een kwetsbare positie met een schraal sociaal netwerk. Hoe kan ook in deze wijken worden gekozen voor een collectieve benadering?

In het geval van de inwoners in de meest kwetsbare positie, is het belangrijk om goed te blijven kijken wat zij wél kunnen en willen. Hoe kunnen deelnemen aan collectieve activiteiten in de wijk? En waar hebben zij individuele ondersteuning en/of zorg nodig? Het een hoeft namelijk niet het ander uit te sluiten. Zo kunnen inwoners met psychiatrische problematiek individuele zorg krijgen van een psychiater, maar ook deelnemen aan de wekelijkse koffieochtend in het ontmoetingscentrum, waar ook andere activiteiten worden georganiseerd en praktische hulp wordt geboden. Zo kunnen mensen beter en naar eigen wens in hun eigen wijk of buurt blijven wonen.

Ook opvoedbijeenkomsten voor jonge ouders vallen hieronder. Hier kunnen zij hun ervaringen en tips op een laagdrempelige manier met elkaar delen en van elkaar kunnen leren. Bewonersinitiatieven zorgen voor gemeenschappen in wijken waar bewoners aan kunnen deelnemen en zich bij kunnen aansluiten. Door deze initiatieven voelen bewoners zich onderdeel van hun wijk, en dat maakt dat ze makkelijker een hulpvraag durven te stellen en op andere buurtbewoners kunnen terugvallen. Onderdeel uitmaken van een bewonersinitiatief is niet alleen een kans om iemand niet als kwetsbaar te zien, maar het biedt ook de ruimte om de krachten van mensen naar boven te halen.

Juist voor diegenen die geen bemoeienis van professionals willen, is het goed als op een laagdrempelige manier door andere bewoners een vinger aan de pols kan worden gehouden, of onderlinge hulp wordt geboden. En juist daar is door gemeenten nog een slag te slaan. Enerzijds door de waarden van de bewonersinitiatieven voor de buurt en de inwoners te waarderen, ze daarin te ondersteunen en ruimte te geven. Actieve bewoners hechten waarde aan autonomie, het stellen van eigen doelen en bepalen van eigen aanpakken. Ze hebben hun eigen intrinsieke motivatie. Anderzijds is het nuttig als de gemeente de opdracht expliciet meegeeft aan wijkteams om tijd en ruimte (in hun takenpakket en agenda) te maken om de wijk in te gaan, zodat ze op de hoogte zijn van wat er speelt in de wijk, welke bewonersinitiatieven en collectieve activiteiten er zijn, en wie de belangrijke partners en sleutelpersonen zijn.

Zo kunnen ze aansluiten bij en gebruik maken van de krachten en de kansen in de wijk en deze versterken waar nodig. Samenwerken is een werkwoord. Voor een goede samenwerking moet je contacten opbouwen in de wijk, elkaar ontmoeten, opzoeken en blijven opzoeken. Alleen dan kan er vaker op een laagdrempelige wijze een collectief aanbod worden geboden op individuele hulpvragen.

In een nog lopend onderzoek naar de preventieve waarde van bewonersinitiatieven, volgen we drie initiatieven en horen we van bewoners hoe zij zich meer verbonden voelen met de buurt en met elkaar en hoe ze – bewust, maar ook onbewust – onderling elkaar helpen. Dat deze initiatieven niet alleen van waarde zijn voor inwoners met een kwetsbaarheid, illustreert het volgende citaat:

“Door het badhuis leerde ik meer verschillende mensen kennen – mensen met een beperking, mensen met een depressie - het draaide niet meer zo om mij. Mijn wereld werd hierdoor groter. Ik ben gevoeliger geworden wie anderen zijn, hoe het leven ook kan zijn. Informeren naar anderen, daar is meer ruimte en begrip voor gekomen.”

Terug naar de wijkteams. Met een duidelijke opdracht van de gemeenten, met voldoende tijd en met de benodigde expertise voor het leggen van verbindingen en contacten, kunnen zij met de inzet van collectieve voorzieningen en activiteiten bijdragen bij aan het zo snel, tijdig en eenvoudig mogelijk oplossen van problemen. Alleen dan kunnen ze bij al die hulpvragen die ze op zich af zien komen een weloverwogen afweging maken in de ondersteuning; collectief waar mogelijk, individueel waar nodig.

  1. Rapport Sociale wijkteams vijf jaar later 2020 (movisie.nl)

  2. Kamerbrief hoofdlijnen toekomst Wmo | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

  3. Behoud van medewerkers in het sociaal domein | Andersson Elffers Felix (sociaalwerk-werkt.nl)

  4. Uitdagingen in het sociaal domein | Publicatie | Sociaal en Cultureel Planbureau (scp.nl)

  5. Blik op het werk - Wat belemmert en helpt wijkteams (movisie.nl)

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

KENNISPARTNER

Marieke van der Burg