Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

De goedkoopst compenserende voorziening is niet altijd de meest passende voorziening.

10 februari 2025

Deze uitspraak gaat over een verstrekte maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep slaagt. Op basis van het advies dat het college ten grondslag heeft gelegd aan het bestreden besluit kan niet worden beoordeeld of met de verstrekte woonvoorziening een passende bijdrage wordt geleverd aan de door appellante ondervonden beperkingen in haar zelfredzaamheid en participatie.

Verzoekster, geboren in 1956, heeft Multiple Sclerose (MS). In de loop der tijd is het inspanningsvermogen van appellante afgenomen en is zij in toenemende mate afhankelijk geworden van een rolstoel. Verzoekster heeft een maatwerkvoorziening in de vorm van een aanpassing van de door haar gehuurde woning aangevraagd op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

Middels een besluit heeft het college aan verzoekster een woonvoorziening in natura verstrekt voor het aanpassen van haar huurwoning, conform variant twee uit het bouwkundig advies. Deze variant ziet op verschillende aanpassingen van de woning, waaronder het realiseren van een inpandige lift. Het college heeft voor de tweede variant gekozen, omdat dit, gelet op het advies, de goedkoopst compenserende voorziening is. Het ingestelde bezwaar, beroep is ongegrond verklaard maar de Raad komt tot een ander oordeel. Tussen verzoekster en het college is afgesproken dat het advies tussen hen bindend zou zijn, mits het zorgvuldig en deugdelijk was. Het programma van eisen van revalidatiecentrum diende het uitgangspunt te zijn bij het opstellen van het advies. In dit programma van eisen is onder meer opgenomen dat er voldoende manoeuvreerruimte in de verschillende ruimten nodig is om met een elektrische rolstoel te kunnen draaien en om een ruimte te kunnen betreden met een elektrische rolstoel. Ook is benoemd dat nodig is dat de route aan de achterkant van de woning korter en minder zwaar aangepast wordt en dat de invalideparkeerplaats aan de achterkant van de woning komt. Het advies bevat onvoldoende informatie om te kunnen beoordelen of deze variant voldoet aan het programma van eisen en de eisen van de Wmo 2015, waaronder begrepen de vraag of de voorziening feitelijk gerealiseerd kan worden. Hiervoor is van belang dat het advies is beperkt tot een globale basisoplossing met een eveneens globale begroting, die tot de conclusie heeft geleid dat variant twee de goedkoopst compenserende voorziening is. Verzoekster heeft al in de bestuurlijke fase naar voren gebracht dat een verdere uitwerking noodzakelijk is. Dat variant twee kan worden aangemerkt als (goedkoopst) compenserende voorziening, is daarnaast gemotiveerd en onderbouwd bestreden. In beroep heeft verzoekster haar standpunt kracht bijgezet met een uitgebreide contra-expertise. Hierop heeft de adviseur van het college laten weten dat hij, behoudens de wens voor een parkeerplaats en toegang aan de achterzijde van het huis, in zijn advies met de aangedragen informatie rekening heeft gehouden. Dit is echter zonder nadere inhoudelijke reactie op de aangedragen informatie niet na te gaan. Dit is alleen al extra bezwaarlijk, omdat de adviseur zelf in zijn advies heeft benoemd dat geluidshinder als gevolg van een inpandige rolstoellift en een moeilijker rioolaansluiting mogelijk steekhoudende bezwaren zijn bij variant twee. Dit risico op geluidshinder is eveneens benoemd door de in hoger beroep door verzoekster geraadpleegde aannemer. Deze aannemer heeft daarnaast het gemotiveerde standpunt van verzoekster onderschreven dat onvoldoende draairuimte voor de rolstoel resteert en heeft ook bouwtechnische bezwaren geuit tegen het inpandig aanbrengen van de rolstoellift.

In juridische zin betekent het voorgaande dat niet kan worden beoordeeld of met de verstrekte woonvoorziening een passende bijdrage wordt geleverd. Het bestreden besluit is genomen in strijd met de artikelen 3:2, 3:9 en 7:12 van de Awb en artikelen 2.3.2 en 2.3.5 van de Wmo 2015.

De Raad zal het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen en draagt het college daarom op om, met inachtneming van deze uitspraak, een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.

In deze zaak heeft de goedkoopst compenserende voorziening mogelijk een rol gespeeld in de nauwkeurigheid of deze voorziening überhaupt wel mogelijk was, gelet op de gestelde eisen. In dit geval heeft verzoekster de nodige bewijsmiddelen aangeleverd maar het lag ook in de rede dat het college dit zelfstandig had onderzocht.

Artikel delen