Menu

Filter op
content
Zorg&Sociaalweb
0

Herziening KNMG-Richtlijn 'Omgaan met medische gegevens'

Op 31 januari 2024 heeft de Artsenfederatie KNMG een herziene versie van haar richtlijn 'Omgaan met medische gegevens' gepubliceerd, slechts iets meer dan een jaar na de vorige herziening van de richtlijn. De herziening van de richtlijn komt echter niet als een verrassing. Het afgelopen jaar heeft de Hoge Raad zich namelijk herhaaldelijk uitgesproken over de omgang met medische gegevens in aansprakelijkheidskwesties. De belangrijkste wijzigingen in de KNMG-richtlijn lijken dan ook ingegeven door ontwikkelingen in de rechtspraak. In deze Legal Update geven we een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

2 februari 2024

Samenvatting

Samenvatting

Delen van medische gegevens van de patiënt bij buitengerechtelijke afhandeling van medische aansprakelijkheidsclaims (paragraaf 5.7.1)

Eind 2023 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het de hulpverlener op wie het medisch beroepsgeheim rust, niet vrijstaat om in het kader van de buitengerechtelijke afhandeling van een aansprakelijkstelling zonder toestemming van de patiënt inzage in diens medisch dossier te verschaffen aan de ziekenhuisjurist of de aansprakelijkheidsverzekeraar. De Hoge Raad oordeelde dat een medische machtiging van de patiënt nodig is, waarbij de patiënt toestemming geeft voor het delen van zijn medische gegevens. Als de patiënt geen toestemming geeft voor het delen van de medische gegevens, dan kan van de zorginstelling of de behandelaar niet worden verlangd dat zij een inhoudelijk standpunt innemen, zonder in de gelegenheid te zijn geweest dit standpunt met een jurist te bepalen. Met andere woorden: geen toestemming, geen oordeel.

In de herziene KNMG-richtlijn is dit recente oordeel van de Hoge Raad verwerkt en wordt aangegeven dat zonder toestemming van de patiënt een zorgverlener in de buitengerechtelijke fase van een medische aansprakelijkheidszaak geen medische gegevens van de patiënt mag delen met een ziekenhuisjurist of een schadebehandelaar van de verzekeraar. In de richtlijn worden de criteria die de Hoge Raad geeft voor een medische machtiging opgesomd.

Inzage in calamiteitenrapportages (paragraaf 8.2.1)

Zorgaanbieders zijn wettelijk verplicht om een calamiteit (een incident in de zorgrelatie met ernstige schade of overlijden tot gevolg) te onderzoeken en daarvan bij de toezichthouder melding te maken. Steeds meer zorginstellingen kiezen er vrijwillig voor om de uitkomst van dat onderzoek, het calamiteitenrapport, te delen met de patiënt of diens nabestaande. Begin 2023 lag bij de Hoge Raad de vraag voor of daartoe een verplichting bestaat. De Hoge Raad oordeelde vorig jaar dat een patiënt of nabestaande geen recht heeft op inzage in een calamiteitenrapport. Volgens de Hoge Raad valt een calamiteitenonderzoek onder de 'veilig-melden'-regeling van artikel 9 lid 6 Wkkgz, ook als het gaat om een incident dat tevens een bij de IGJ te melden calamiteit is.

In de herziene richtlijn staat de KNMG stil bij deze uitspraak van de Hoge Raad en wordt aangegeven dat in de literatuur discussie bestaat over de verdedigbaarheid van dit standpunt van de Hoge Raad. In het verlengde daarvan geeft de KNMG het advies om aansluiting te zoeken bij Aanbeveling 11 van de Gedragscode Openheid Medische Incidenten (GOMA 2022). Dit betekent dat bij een verzoek van de patiënt, diens vertegenwoordiger of een nabestaande, in ieder geval een schriftelijke samenvatting van een calamiteitenrapport wordt verstrekt. Daarbij merkt de richtlijn op dat als de zorgverlener wordt benaderd met het verzoek om een afschrift van de gehele rapportage, de zorgverlener er verstandig aan doet om niet op eigen initiatief aan dat verzoek te voldoen, maar om dat met de bedrijfsjurist of Raad van Bestuur te bespreken.

Bewaren vernietigingsverzoek medisch dossier (paragraaf 2.11.7.4)

Nieuw in de herziene versie van de KNMG-richtlijn is dat wordt ingegaan op de vraag of een verzoek van een patiënt tot vernietiging van zijn of haar medisch dossier moet worden bewaard. De richtlijn geeft aan dat het van belang is om onderscheid te maken tussen de situatie waarbij het verzoek wordt gehonoreerd en wanneer het niet wordt gehonoreerd.

Indien het verzoek van de patiënt tot vernietiging wordt gehonoreerd, mag het verzoek zelf niet bewaard blijven. Het behouden van het vernietigingsverzoek kan namelijk leiden tot het onbedoeld bewaren en bekend blijven van de vernietigde gegevens, wat indruist tegen de strekking van het recht op vernietiging. Wel schrijft de KNMG-richtlijn voor dat de zorgverlener een aantekening moet maken in het patiëntendossier, waarin wordt vermeld wanneer de patiënt het vernietigingsverzoek heeft ingediend en wanneer dit verzoek is gehonoreerd. Deze toevoeging brengt de richtlijn in overeenstemming met de tuchtrechtspraak (zie: ECLI:NL:TGZCTG:2021:61, r.o. 4.6).

Als het verzoek tot vernietiging niet wordt gehonoreerd, moet de zorgverlener de schriftelijke reactie waarin het verzoek is afgewezen bewaren, evenals het onderliggende schriftelijke of elektronische vernietigingsverzoek van de patiënt. Indien de patiënt verzoekt om vernietiging van zijn ingediende vernietigingsverzoek, kan de zorgverlener dit onder bepaalde omstandigheden weigeren, bijvoorbeeld als het bewaren van het verzoek van aanzienlijk belang is voor een ander. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de zorgverlener redelijkerwijs mag aannemen dat de patiënt een juridische procedure tegen hem zal starten. Volgens de KNMG-richtlijn moet de zorgverlener ook van dit verzoek een aantekening maken in het dossier.

Conclusie

De KNMG-richtlijn 'Omgaan met medische gegevens' bepaalt in belangrijke mate de wijze waarop zorgverleners met medische gegevens dienen om te gaan. Dat de KNMG de ontwikkelingen van het afgelopen jaar in de rechtspraak heeft verwerkt in haar richtlijn is dan ook wenselijk en behulpzaam voor de omgang met medische gegevens in de praktijk.

ECLI:NL:HR:2023:1670

Artikel delen