Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

IGJ-rapport en reputatierisico: rechter opent nieuwe verdedigingslinie voor zorgaanbieders

Zorgaanbieders die te maken krijgen met openbaarmaking van een negatief inspectierapport, geven vaak aan dat ze zich grote zorgen maken over de gevolgen voor hun reputatie. Zodra een rapport online staat, zijn ze de regie kwijt want media, cliënten/patiënten en zorgverzekeraars of zorgkantoren trekken hun eigen conclusies.

Van Benthem en Keulen 19 March 2026

Jurisprudentie-samenvatting

Jurisprudentie-samenvatting

Tot voor kort was de juridische speelruimte om publicatie te voorkomen zeer beperkt. De Raad van State brengt daar nu verandering in.

Inleiding

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed op 24 december 2025 uitspraak in een geschil over een rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ('IGJ') dat openbaar is gemaakt (ECLI:NL:RVS:2025:6384). De IGJ had na een bezoek aan de zorgaanbieder een rapport opgesteld waarin niet alleen meerdere tekortkomingen werden geconstateerd, maar ook conclusies en oordelen van de IGJ waren opgenomen. De openbaarmaking van het rapport had direct grote gevolgen voor de zorgaanbieder: twee grote zorgverzekeraars hadden inmiddels de contracten met de aanbieder beëindigd.

Wat is er veranderd?

De IGJ is op grond van artikel 44 van de Gezondheidswet verplicht toezichtinformatie openbaar te maken, zoals inspectierapporten en berichten over verscherpt toezicht. Zorgaanbieders die publicatie willen tegenhouden moeten snel en op twee borden schakelen: in bezwaar bij de inspectie én een verzoek om voorlopige voorziening bij de bestuursrechter.

Tot nu toe hanteerde de bestuursrechter daarbij een strikte juridische toets: is voor de vaststelling van feitelijke aard in het rapport een voldoende feitelijke basis aanwezig? De waardering van en oordelen over die feiten maakten geen deel uit van deze toets, net zoals de conclusies die de IGJ baseert op die waarderingen en oordelen.

Deze beperkte toets voelde voor veel zorgaanbieders onrechtvaardig. In deze zaak trok de IGJ bijvoorbeeld de conclusie dat de verleende zorg niet regulier van aard is. Volgens de zorgaanbieder wekt dat de suggestie dat sprake zou zijn van alternatieve zorg, terwijl de aanbieder van mening is dat zij zorg verleent conform de recente wetenschappelijke inzichten.

De Raad van State sluit in deze uitspraak aan op dat rechtvaardigheidsgevoel, want hij oordeelt dat de rechter voortaan ook conclusies en oordelen mag toetsen die evident niet volgen uit de feiten. Voorbeelden zijn conclusies en oordelen die niet op in het rapport benoemde feiten zijn gebaseerd, of die gezien de feiten evident te verstrekkend zijn.

Wat hebben zorgaanbieders hier concreet aan?

In de praktijk ontstaat reputatieschade zelden door de feiten zelf, maar vooral door de kwalificaties en oordelen die de IGJ daaraan verbindt. Juist daarvoor biedt deze uitspraak meer juridische ruimte en dus hebben zorgaanbieders hierdoor meer ruimte om reputatieschade te voorkomen.

Tegelijk is het cruciaal dat deze nieuwe ruimte praktisch alleen bestaat als u tijdig bezwaar instelt én een verzoek om voorlopige voorziening doet. Een gemiste termijn voor bezwaar of een voorlopige voorziening blijft in de praktijk fataal.

Artikel delen