Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Intrekking bijstand – gevraagde afschriften spaarrekening niet nodig om recht op bijstand te kunnen vaststellen

In de uitspraak van 8 maart 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep (Raad) geoordeeld dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het recht op bijstand niet is vast te stellen, omdat betrokkene de bankafschriften van haar spaarrekening niet heeft overgelegd. 

17 mei 2022

Samenvatting

In deze zaak had het college de bijstand van betrokkene met ingang van 1 augustus 2017 ingetrokken. Dit op de grondslag dat betrokkene de inlichtingenverplichting had geschonden door geen melding te maken van het bezit van een woning in Griekenland en van een op haar naam geregistreerde zakelijke betaalrekening met bijbehorende zakelijke spaarrekening. Doordat betrokkene de gevraagde aanvullende stukken over de woning en de gevraagde afschriften van de spaarrekening niet had overgelegd, had het college onvoldoende inzicht gekregen in de financiële situatie van betrokkene om het recht op bijstand vanaf 1 augustus 2017 te kunnen beoordelen.

Ter zitting bij de Raad heeft het college zich op het standpunt gesteld dat het niet overleggen van aanvullende informatie over de woning niet langer aan de besluitvorming ten grondslag lag. Het geschil beperkte zich in hoger beroep dus tot het niet overleggen van afschriften van de spaarrekening.

Niet in geschil was dat betrokkene op verzoek van het college alle afschriften van de betaalrekening, vanaf het moment dat deze in oktober 2016 was geopend tot en met 14 november 2017, had overgelegd. Verder stond vast dat de betaalrekening en spaarrekening aan elkaar waren gekoppeld. Mutaties van de spaarrekening vonden dus alleen via de betaalrekening plaats. Aangezien betrokkene alle bankafschriften van de betaalrekening, vanaf de opening, had overgelegd, waren dus alle transacties van en naar de spaarrekening, vanaf het moment dat deze rekening samen met de betaalrekening was geopend, zichtbaar op de door appellante overgelegde bankafschriften van de betaalrekening. Op basis van de op de betaalrekening zichtbare mutaties tussen de betaal- en spaarrekening, heeft de Raad geconcludeerd dat het saldo op de spaarrekening gedurende de te beoordelen periode € 0,- moet zijn geweest. Betrokkene had dus met het overleggen van de afschriften van de betaalrekening al voldoende inzicht verschaft in haar financiële situatie, zodat de afschriften van de spaarrekening niet nodig waren om het recht op bijstand vanaf 1 augustus 2017 te kunnen beoordelen.

Betekenis uitspraak

Komt de betrokkene de inlichtingenverplichting als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet, niet na, dan is het bestuursorgaan verplicht de verleende bijstand te herzien of in te trekken. Heeft een betrokkene de inlichtingenverplichting geschonden, dan zijn twee situaties denkbaar:

  1. het recht op bijstand kan aan de hand van later verkregen informatie alsnog (lager of op nihil) worden vastgesteld;

  2. het recht op bijstand kan niet meer worden vastgesteld. In het eerste geval wordt de bijstand herzien. In het tweede geval wordt de bijstand ingetrokken.

In deze zaak had betrokkene geen melding gemaakt van het bezit van een op haar naam geregistreerde zakelijke betaalrekening met bijbehorende zakelijke spaarrekening. Het college had betrokkene in de gelegenheid gesteld om de afschriften van zowel de betaalrekening als spaarrekening over te leggen, zodat het college aan de hand van deze informatie alsnog het recht op bijstand zou kunnen vaststellen. Betrokkene had vervolgens wél alle afschriften van de betaalrekening overgelegd, vanaf het moment van de opening van deze rekening, maar niet die van de spaarrekening. Volgen het college was hierdoor onvoldoende inzicht verkregen in de financiële situatie van betrokkene om het recht op bijstand te kunnen vaststellen. Het college heeft hierop de bijstand ingetrokken.

De Raad heeft echter geoordeeld dat het college de bijstand ten onrechte heeft ingetrokken. Het recht op bijstand was namelijk prima vast te stellen aan de hand van de wél door betrokkene overgelegde afschriften van de betaalrekening. Vast stond namelijk dat de spaarrekening en betaalrekening waren gekoppeld. Mutaties van de spaarrekening konden dus alleen via de betaalrekening plaatsvinden, wat betekende dat alle transacties van en naar de spaarrekening zichtbaar waren op de door betrokkene overgelegde bankafschriften van de betaalrekening.

Ik denk dat deze uitspraak voor zich spreekt. De enkele omstandigheid dat de betrokkene niet alle gevraagde informatie heeft overgelegd, betekent nog niet dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Het gaat om de vraag wat nodig is om het recht op bijstand vast te kunnen stellen. In deze zaak waren gezien de feitelijke situatie de afschriften van de betaalrekening hiervoor voldoende.

Artikel delen