Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Jurisprudentie Signalering Gemeentelijk Participatiewet

In dit overzicht vindt u een selectie van de belangrijkste uitspraken op het gebied van de Participatiewet die in augustus 2022 zijn gepubliceerd.

20 september 2022

Samenvatting

Samenvatting

Aanvraag – onvolledige aanvraag

CRvB 8 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1821

De fase waarin de aanvraag redelijkerwijs buiten behandeling kon worden gelaten was gepasseerd. Het dreigen met een boete als de gegevens niet compleet of niet tijdig zouden worden aangeleverd geeft geen pas.

Aanvraag – zorgvuldig onderzoek

Rb Zeeland-West-Brabant 27 juli 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:4194

Gelet op de kwetsbare positie van belanghebbende had het college niet zonder nader onderzoek of overleg met de bewindvoerder van belanghebbende mogen overgaan tot het weigeren van bijstand

Aanvraag -terugwerkende kracht

Rb Midden-Nederland 23 november 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:5792

Van bijzondere omstandigheden om bijstand te verlenen met terugwerkende kracht is alleen sprake als het eiser niet verweten kan worden dat hij niet eerder een aanvraag heeft ingediend. Er is niet gebleken dat eiser psychische of medische problemen heeft waardoor hij de eerdere aanvragen niet kon doorzetten.

Arbeids- en re-integratieverplichtingen -vrijstelling

CRvB 9 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1850

In het geval van belanghebbende had de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 4 van de Wet WIA moeten worden onderbouwd met een op een verzekeringskundig onderzoek gebaseerd advies van een verzekeringsarts, eventueel aangevuld met een op een arbeidskundig onderzoek gebaseerd advies van een arbeidsdeskundige.

Arbeids- en re-integratieverplichtingen – maatwerk

CRvB 9 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1851

Het college is tekortgeschoten in het leveren van maatwerk bij het bepalen welke re-integratievoorziening nodig is. Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat het verrichten van vrijwilligerswerk gedurende minimaal 20 uur per week voor appellante nodig was. Verder heeft het college bij het opleggen van de verplichting tot het verrichten van vrijwilligerswerk niet laten weten waaruit dat vrijwilligerswerk concreet zou moeten bestaan en welk tijdpad daarbij zou moeten worden gevolgd.

Inlichtingenplicht - medewerkingsplicht

CRvB 2 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1780

Appellanten de gevraagde bewijsstukken niet overgelegd, maar zij hebben daarmee niet de inlichtingenverplichting geschonden. Dit betekent niet dat onderzoek naar de rechtmatige besteding van overheidsgelden wordt gefrustreerd. Onderzoek naar het recht op bijstand is mogelijk door eerst concrete en nauwkeurige inlichtingen van de betrokken te vragen.

Inlichtingenplicht – niet melden detentie

CRvB 26 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1744

Uit het bevel van beperkingen blijkt niet dat de raadsman van appellant het college niet van zijn detentie op de hoogte had kunnen en mogen stellen. Ook is niet gebleken dat appellant toestemming heeft gevraagd aan de officier van justitie om schriftelijk, telefonisch of via internet een melding te mogen doen bij het college over zijn detentie. Daarbij komt dat appellant, nadat de beperkingen zijn opgeheven, bij het college evenmin een melding van zijn detentie heeft gemaakt.

Inlichtingenplicht – verblijf inrichting

CRvB 9 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1852

Het melden van de adreswijziging aan de afdeling Burgerzaken kan niet tevens gelden als een melding van verblijf in een inrichting in het kader van de inlichtingenverplichting van de PW.

Inlichtingenplicht – verblijfplaats dakloze

CRvB 19 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1680

De omstandigheid dat het college via het registratiesysteem zelf kan nagaan op welke dagen appellante in de nachtopvang heeft verbleven, laat onverlet dat zij op grond van de op haar rustende inlichtingenverplichting het college zelf had moeten melden dat zij vanaf 28 mei 2019 niet meer in de nachtopvang verbleef en duidelijkheid had moeten geven over waar zij vanaf dat moment dan wel had verbleven.

Medewerkingsverplichting - huisbezoek

CRvB 16 augustus, ECLI:NL:CRVB:2022:1864

Belanghebbende kan niet verweten worden dat zij niet op het afgesproken tijdstip heeft meegewerkt aan het huisbezoek, omdat haar te weinig tijd was gegeven oom de woning te bereiken. Belanghebbende kan wel worden verweten dat zij daarna niet heeft meegewerkt om het huisbezoek zo spoedig mogelijk alsnog te kunnen laten doorgaan.

Medewerkingsverplichting – huisbezoek / informed consent

CRvB 9 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1843

Het feit dat de ter plekke opgemaakte verslagen ‘toestemming huisbezoek’ en ‘bevindingen huisbezoek’ door een technische storing niet zijn opgeslagen, maakt niet dat het college niet heeft voldaan aan zijn bewijslast voor het ‘informed consent’. In het rapport hebben de handhavers namelijk vastgelegd dat zij zich hebben gelegitimeerd, dat zij appellante hebben uitgelegd wat het doel was van het huisbezoek en dat zij appellante erop hebben gewezen dat consequenties zijn verbonden aan het weigeren van het huisbezoek.

Woonplaats - hoofdverblijf / gas- en elektriciteitsverbruik

CRvB 19 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1703

Zeer laag gas- en elektriciteitsverbruik is een aanwijzing dat een betrokkene niet zijn hoofdverblijf heeft in de woning op dat adres. Maar die omstandigheid maakt dat nog niet aannemelijk. In zo’n geval is aanvullend bewijs nodig om aannemelijk te maken dat een betrokkene zijn hoofdverblijf niet heeft in die woning. Het beschikbare aanvullend bewijs is niet zodanig dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat appellante in de te beoordelen periode niet het zwaartepunt van haar persoonlijk leven heeft gehad op het uitkeringsadres.

Bijstandsnorm – verlaging in verband met woonsituatie

Rb Amsterdam 2 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2944

Belanghebbende moet als ‘adreshopper’ zijn woonkosten aannemelijk aannemelijk maken. Vanwege de bijzondere situatie van belanghebbende had het college in dit geval van het beleid moeten afwijken.

Bijstandsnorm – niet-rechthebbende partner

CRvB 26 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1746

Het college heeft de 50%-norm van art. 24 PW in het geval van belanghebbende verhoogd tot 70%. Er is geen grond om deze norm bij wijze van individualisering nog verder te verhogen.

Bijstandsnorm – niet-rechthebbende partner

CRvB 9 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1846

Het college heeft de bijstand van appellant ter hoogte van 50% van de gehuwdennorm over twee periodes verhoogd met 5%, omdat de toepassing van artikel 24 PW tot op zekere hoogte heeft geleid tot een financieel schrijnende situatie. Het college hoefde de bijstand niet verder te verhogen.

Adresloze

Rb Midden-Nederland 14 januari 2022, ECLI:NL:RBMNE:2021:49

Het onderzoek naar de al dan niet wisselende verblijfplaatsen van eiser is ondeugdelijk geweest.

Middelen -inkomen

CRvB 9 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1856

Appellant is gezien op een werkplek tijdens reguliere arbeidsuren. Het is aan hem om aannemelijk te maken dat hij daar geen op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht. Intrekking en terugvordering van bijstand. 

Middelen -inkomen / gokactiviteiten

CRvB 9 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1848

Appellant heeft zijn inlichtingenverplichting geschonden door zijn gokactiviteiten niet te melden. Of appellant per saldo meer heeft verloren dan gewonnen en de behaalde winsten weer heeft verspeeld, brengt geen verandering in het feit dat gewonnen bedragen van invloed zijn op de omvang van zijn recht op bijstand. Het recht op bijstand kan niet worden vastgesteld.

Middelen -inkomen / op geld waardeerbare werkzaamheden / schatting

CRvB 2 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1808

Het college heeft niet over de gehele periode bewezen dat belanghebbende meer werkte dan opgegeven. Het college had verder een schatting kunnen maken van de verdiensten van belanghebbende.

Middelen -bijschrijvingen / vertrouwensbeginsel

CRvB 26 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1736

Aan het enkele feit dat aan eiseres ondanks de leningen een bijstandsuitkering is toegekend, heeft zij niet het vertrouwen kunnen ontlenen dat ook in de toekomst de op haar rekening bijgeschreven bedragen, die als lening kunnen worden gekwalificeerd, niet van belang zouden zijn voor het recht op bijstand.

Opschorten en intrekken

CRvB 23 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1858

Appellant kan geen verwijt worden gemaakt van het niet binnen de hersteltermijn verstrekken van de gevraagde (bewijs)stukken. De gevraagde (bewijs)stukken zien op een afgesloten periode in het verleden. Het college was daarom niet bevoegd de bijstand van appellant op grond van artikel 54, vierde lid, van de PW in te trekken

Intrekken - procesbelang

CRvB 2 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1791

Belanghebbende heeft geen procesbelang meer bij beroep tegen intrekkingsbesluit, nu college over deze periode de terugvordering heeft laten vallen en ook geen boete of waarschuwing geeft of zal geven.

Intrekken/herzien – bewijslast

Rb Midden-Nederland 10 november 2022, ECLI:NL:RBMNE:2021:5484

Het college heeft onvoldoende bewijs geleverd voor de stelling dat belanghebbende gebruik maakte van de accounts op marktplaats.nl.

Intrekken/herzien – bewijslast

CRvB 26 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1737

Gelet op de onderzoeksgegevens zijn er wel aanwijzingen dat appellante op geld waardeerbare activiteiten heeft verricht. Maar in het licht van de bewijslast die op het dagelijks bestuur rust, zijn die aanwijzingen onvoldoende voor de conclusie dat appellante dergelijke activiteiten ook feitelijk heeft verricht.

Terugvordering – verzwegen gezamenlijk huishouding / matiging

CRvB 26 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1739

De terugvordering moet worden gematigd omdat er geen belemmeringen zijn voor het verlenen van bijstand naar de gehuwdennorm. Het lagere benadelingsbedrag leidt in dit geval overingens niet tot lagere boetes.

Terugvordering – achteraf ontvangen middelen

CRvB 26 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1723

Voor de toepassing van artikel 58, tweede lid, onderdeel f, ten eerste, van de PW en het bepalen van de hoogte van de terugvordering dient achteraf op de peildatum een fictieve vermogensvaststelling plaats te vinden, waarbij de ontvangen middelen, teruggerekend naar de peildatum, opgeteld bij de op dat moment aanwezige overige vermogensbestanddelen moeten worden betrokken. Deze beoordeling dient te geschieden aan de hand van artikel 34 van de PW.

Terugvordering – achteraf ontvangen middelen /erfenis

CRvB 19 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1683

Er is geen grond voor de stelling dat het college had moeten afzien van de terugvordering in verband met de door belanghebbende ontvangen erfenis, omdat het college hem niet vooraf had voorgelicht over andere mogelijkheden dan bijstandsverlening. Voor een dergelijke verplichting zijn geen aanknopingspunten in de wettelijke bepalingen te vinden.

Invordering

CRvB 26 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1717

Het college heeft aangeboden om de aflossingstermijn te beperken tot tien jaar en is daar niet op teruggekomen. Dit betekent dat appellant in totaal 10 jaren zal aflossen, te rekenen vanaf het moment dat appellant is begonnen met het betalen van aflossingen in 2019. Gelet hierop bestaat geen grond voor het oordeel dat sprake is van onevenredigheid dan wel ongekend onrecht. Appellant zal uiteindelijk immers een fractie van het teruggevorderde bedrag terugbetalen, ook al zal de hoogte van het aflossingsbedrag in de toekomst misschien nog iets gewijzigd worden als het inkomen van appellant hoger wordt. Appellant heeft nu uitzicht op en duidelijkheid over de beëindiging van zijn aflossingsverplichting zonder dat hij nog een verzoek om kwijtschelding hoeft te doen. Er bestaat dus geen aanleiding om de aflossingstermijn verder te beperken.

Bijzondere bijstand – voorliggen voorziening / eigen bijdrage Wmo

CRvB 26 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1716

De Wmo 2015 is een passende en toereikende voorziening voor de eigen bijdrage van de maatwerkvoorziening. De afschaffing van de regeling Tegemoetkoming meerkosten zorg brengt geen verandering in het karakter van de Wmo 2015 en haar eigen bijdrage als voorliggende voorziening.

Bijzondere bijstand – tijdige aanvraag / kosten bewindvoering

CRvB 2 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1781

Er kan in beginsel geen bijstand worden verleend voor kosten die zijn opgekomen, voordat de aanvraag om bijzondere bijstand is gedaan. De kosten voor bewindvoering komen op als de kantonrechter het bewind instelt. Het college hanteert buitenwettelijk begunstigend beleid dat nog met één maand terugwerkende kracht aanvragen kunnen worden gedaan. Het feit dat belanghebbende zich binnen die maand heeft gemeld maakt niet dat hij heeft voldaan aan dit beleid, nu hij niet zo spoedig mogelijk, maar eerst 8 weken later daadwerkelijk een aanvraag heeft ingediend. (NB afwijkend oordeel in Rb Overijssel 27 juli 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:2223.)

Bijzondere bijstand - territorialiteitsbeginsel

Rb Amsterdam 2 juni 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2946

Geen vergoeding voor kosten procedure in Duitsland.

Bijzondere bijstand – geen bijstand voor schulden

CRvB 19 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1704

Dat appellanten nog jaren zullen moeten aflossen op de schuld en dat het inkomen van appellanten mogelijk in de toekomst niet zal stijgen, zijn geen zeer dringende redenen in de zin van art. artikel 49, aanhef en onder b, van de PW.

Bijzondere bijstand – noodzakelijke kosten

CRvB 26 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1719

Geen bijzondere bijstand voor een cursus en een opleiding. De kosten voor een Excel-cursus zijn niet noodzakelijk. Er zijn diverse mogelijkheden om kosteloos een Excel-cursus te volgen. De kosten voor de opleiding coördinator niveau 3 zijn ook niet noodzakelijk. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat gezien zijn kennis en werkervaring deze opleiding noodzakelijk is om een baan te verkrijgen.

Bijzondere bijstand- bijzondere omstandigheden

CRvB 2 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1788

Geen bijzondere bijstand voor woninginrichting. De kosten vloeien niet voort uit bijzondere omstandigheden. De verhuizing was voorzienbaar. De kosten die verband houden met de keuze om de te verkopen echtelijke woning op te knappen en niet te reserveren voor kosten die samenhangen met het betrekken van een andere woning, kunnen niet op de PW worden afgewenteld en moeten dan ook voor rekening en risico van appellante worden gelaten. Dit geldt ook voor de keuze van appellante om een deel van haar inboedel met de woning mee te verkopen.

Bijzondere bijstand- bijzondere omstandigheden / woonkostentoeslag

CRvB 25 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1724

De te hoge woonkosten vloeien niet meer voort uit de bijzondere omstandigheid dat appellanten in een tijdelijke overgangssituatie verkeerden, maar uit hun keuze om niet te proberen een andere woning te vinden.

Bijzondere bijstand – eenmalige energietoeslag /studenten

Rb Gelderland 5 augustus 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:4263

De integrale uitsluiting van studenten voor het recht op een energietoeslag berust op een ongerechtvaardigd onderscheid.

Bijzondere bijstand - TONK

Rb Overijssel 27 juli 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:2138

Voorwaarde voor toekenning dat inkomen met meer dan 20% moet zijn gedaald tov inkomen van januari 2020 getuigt in de ogen van de rechtbank niet van een onevenredige hardheid; er zijn gemeenten die een hoger percentage hanteren; TONK-regeling niet in leven geroepen om ondernemers overeind te houden

Tozo – definitie zelfstandige

Rb Midden-Nederland 6 mei 2022, ECLI:NL:RBMNE:2021:1874

Eiser heeft inkomsten die (veel) hoger zijn dan de bijstandsnorm uit zijn baan in loondienst, dit betekent dat hij voor de voorziening in zijn levensonderhoud niet is aangewezen op inkomsten uit zijn eigen bedrijf. Daarom voldoet hij niet aan de definitie van zelfstandige die in de Tozo wordt gehanteerd.

Varia – bijkomende besluiten / brutering terugvordering

CRvB 9 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1844

Het college had niet afzonderlijk op het bezwaar tegen het bruteringsbesluit mogen beslissen, maar dit moeten betrekken bij de beslissing op het bezwaar tegen de terugvordering

Varia – inhoudingen wegens derdenbeslag

Rb Midden-Nederland 23 november 2022, ECLI:NL:RBMNE:2021:5723

Afdracht maandelijks ipv jaarlijks is niet onevenredig, weliswaar geeft dit kosten voor bijstandsgerechtigde, maar verweerder heeft als derde beslagene deze afweging mogen maken en geen uitzondering hoeven maken.

Varia – vertrouwensbeginsel

CRvB 26 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1718

Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is in de eerste plaats vereist dat de betrokkene aannemelijk maakt dat aan de zijde van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en, zo ja, hoe het bestuursorgaan in een concreet geval een bevoegdheid zou uitoefenen.

Artikel delen