Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Jurisprudentie Signalering Gemeentelijk Participatiewet

In dit overzicht vindt u een selectie van de belangrijkste uitspraken op het gebied van de Participatiewet die in april 2022 zijn gepubliceerd.

30 mei 2022

Samenvatting

Samenvatting

Aanvraag – ingangsdatum

CRvB 5 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:808

Het feit dat eerder aanvragen buiten behandeling zijn gesteld, kan niet als bijzondere omstandigheid worden aangemerkt om met ingang van een eerdere datum dan de aanvraagdatum bijstand te verlenen. (Soortgelijke uitspraak: ECLI:NL:CRVB:2022:812)

Uitsluitingsgronden – verblijf in buitenland

CRvB 5 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:788

Appellante verbleef langer dan vier weken buiten Nederland, zodat zij in die perioden was uitgesloten van het recht op bijstand. De beroepsgrond dat sprake is van rechtsongelijkheid tussen bijstandsgerechtigden en WW-uitkeringsgerechtigden slaagt niet. Van gelijke gevallen is geen sprake. Voor de door appellante voorgestane weging van haar belangen bestaat geen ruimte.

Arbeidsverplichtingen

CRvB 5 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:782

Belanghebbende, die een BBL opleiding volgde met een onbetaalde stageplek, was verplicht betaalde arbeid te aanvaarden.

Re-integratievoorziening

CRvB 30 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:804

Het volgen van de opleiding Code 95 is niet noodzakelijk om het arbeidsmarktperspectief van appellant te vergroten. Het college heeft het verzoek om deze opleiding op grond van art. 10 lid 1 Pw te vergoeden terecht afgewezen.

Inlichtingenplicht – middelen niet-rechthebbende partner

Rb Zeeland-West-Brabant 19 april 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2099

Nu het college niet heeft vastgesteld dat belanghebbende niet langer duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote, is er geen grond om te vragen naar de middelen van zijn partner.

Middelen – inkomen

CRvB 29 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:780

Appellant heeft in periode 2 per saldo € 1.200,- ontvangen van derden. Dit bedrag heeft hij kunnen aanwenden voor zijn dagelijkse levensonderhoud. Het enkele feit dat appellant de gelden heeft ontvangen in het kader van een spaarsysteem en dat hij in de maanden daarna weer geld heeft ingelegd, doet hieraan niet af.

Middelen – inkomen

CRvB 29 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:794

De omstandigheid dat op de salarisspecificaties het loon in geld maandelijks oploopt met het maandelijkse brutoloon van € 560,- in januari 2018, € 1.120,- in februari 2018, € 1.680,- in maart 2018, € 2.240,- in april 2018 tot € 2.800,- in mei 2018 maakt, anders dan de rechtbank heeft overwogen, niet dat appellant in de maanden februari 2018 tot en met mei 2018 ook aanspraak maakte op die bedragen én dat er aanwijzingen zijn dat die bedragen ook aan appellant zijn uitbetaald. Met de vermelding van die bedragen wordt slechts het bruto-inkomen dat appellant in 2018 in totaal heeft gegenereerd iedere maand inzichtelijk gemaakt.

Middelen – inkomen

CRvB 29 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:755

Bij kasstortingen geldt dat sprake is van contante bedragen waarvan de herkomst en daarmee de inkomensbron in beginsel onduidelijk is. Indien het bedrag van de kasstorting kan worden aangewend voor de voorziening in het levensonderhoud, moet het bedrag daarom in beginsel worden aangemerkt als inkomen.

Middelen – inkomen

CRvB 5 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:787

Ontvangen rente over niet-opeisbare vordering is inkomen. De niet opeisbare vordering is geen vrijgelaten vermogen als bedoeld in art. 34 lid 2 onder b of c Pw. De ontvangen rente kan dan ook niet worden vrijgelaten op grond van art. 31 lid 2 onder i Pw

Middelen – inkomen

CRvB 29 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:756

De optredens van appellant als zanger zijn aan te merken als op geld waardeerbare activiteiten.

Onderzoeksbevoegdheid college

CRvB 29 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:806

De algemene onderzoeksbevoegdheid van artikel 53a Pw kan steeds en spontaan worden uitgeoefend. Daartoe is dus geen daaraan voorafgaand en redengevend feit, signaal, grond of vermoeden vereist.

Onderzoeksbevoegdheid college

Rb Overijssel 31 maart 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:889

Uitlezen van telefoongegevens berust op een voldoende wettelijke grondslag. Uitlezen is gebeurd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. Door de rechter-commissaris is toestemming verleend voor de inbeslagneming van de telefoons en hierin ligt ook de bevoegdheid tot het onderzoeken van die telefoons besloten.

Onderzoeksbevoegdheid college

CRvB 29 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:793

Het opvragen van gegevens bij Turkse verzekeringsorgaan Sosyal Güvenlik Kurumu (SGK) vormt een inbreuk op het recht op respect voor het privéleven van appellante. Maar de in artikel 53a van de PW vermelde onderzoeksbevoegdheid biedt hiervoor een wettelijke grondslag in de zin van artikel 8, tweede lid, van het EVRM. Het opvragen van gegevens bij de SGK vormde onder de gegeven omstandigheden een beperkte en aanvaardbare inbreuk op het recht op respect voor het privéleven van appellante.

Terugvordering – uitoefenen bevoegdheid

CRvB 29 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:698

Aannemelijk is dat appellant heeft kunnen beschikken over de gestorte en door derden bijgeschreven bedragen op de niet door hem gemelde rekening. Dat het college niet eerder diepgaander onderzoek heeft gedaan, hoefde niet tot een matiging van de terugvordering te leiden. De verwijzing van appellanten naar de Toeslagenaffaire leidt de Raad niet tot een andere conclusie.

Onderzoeksbevoegdheid college – verbod op discriminatie

CRvB 22 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:725

Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat de SVB met het onderzoek naar vermogen in het buitenland in het kader van project SQ30 groepen AIO-gerechtigden ongelijk behandelt.

Maartregelen – bewijslast college

CRvB 29 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:696

Er kan niet zonder meer van worden uitgegaan dat wat in de e-mailberichten van de gemachtigde van het college staat, overeenstemt met de werkelijkheid.

Maartregelen – bewijslast college

Rb Rotterdam 1 april 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:2466

Verweerder heeft de verweten gedragingen niet aannemelijk gemaakt. Onvoldoende duidelijk welke (mondelinge) afspraken door het uitzendbureau met belanghebbende waren gemaakt

Maartregelen – bewijslast college

Rb Den Haag 23 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2285

Het bewijs van verweerder voor eisers verwijtbare gedragingen bestaat uit de verklaringen van de werkbegeleiders. De verklaringen zijn afzonderlijk en in samenhang onvoldoende om de door verweerder getrokken conclusie te dragen

Maatregelen – tekortschieten besef van verantwoordelijkheid

CRvB 29 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:819

Appellant heeft een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft getoond. Hij heeft zijn arbeid niet behouden en heeft daardoor het risico genomen dat hij een beroep op bijstand zou moeten doen. De verplichting om zo mogelijk te voorkomen dat een beroep op bijstand moet worden gedaan geldt al voordat beroep op de bijstand wordt gedaan.

Boeten – redelijke termijn

CRvB 22 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:681

De procedure heeft vanaf de datum van het kenbaar maken aan appellanten van het voornemen tot boeteoplegging tot de datum van de uitspraak van de CRvB vier jaar en bijna zes maanden geduurd. Dit betekent dat de redelijke termijn in deze procedure is overschreden. Deze overschrijding is toe te rekenen aan de bestuurlijke fase. In het geval dat de redelijke termijn met zes maanden of minder is overschreden bestaat er aanleiding om de boete met 5% te verminderen.

Bijzondere bijstand – voorliggende voorziening

CRvB 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:636

Als de GKB niet is benoemd tot bewindvoerder, kan appellant namelijk geen gebruik maken van de gratis bewindvoering door de GKB. De gemeente mag niet van hem vragen dat hij tegen zijn zin de kantonrechter verzoekt om het ontslag van zijn bewindvoerder en benoeming van de GKB. (soortgelijke uitspraken: ECLI:NL:CRVB:2022:637, ECLI:NL:CRVB:2022:638)

Bijzondere bijstand – noodzaak kosten

CRvB 5 april 2022, hECLI:NL:CRVB:2022:816

Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij medisch was aangewezen op het door haar gevolgde dieet. Dat appellante zich door het gevolgde dieet beter voelt maakt dat niet anders.

Bijzondere bijstand – noodzaak kosten

CRvB 5 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:817

Een bijstandverlenende instantie mag voor het bepalen van de omvang van de noodzakelijke kosten en de hoogte van de bijzondere bijstand forfaitaire bedragen of richtlijnen hanteren waarmee de betrokkene de goedkoopste adequate voorziening kan treffen.

Bijzondere bijstand – bijzondere omstandigheden

Rb Amsterdam 1 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1644

Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een nieuw verblijfsdocument in verband met geslachtswijziging. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen, omdat eenieder deze kosten (incidenteel) maakt.

Individuele studietoeslag

Rb Midden-Nederland 28 april 2022, ECLI:NL:RBMNE:2021:3000

Dwingendrechtelijke uitsluitingsgrond van toepassing i.v.m. detentie eiser, geen ruimte voor belangenafweging. (NB: uitspraak ziet niet op studietoeslag vanaf 1 april 2022)

Tozo - doelgroep / inschrijving KvK

RB Zeeland-West-Brabant 5 april 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:1780

Belanghebbenden ontvingen eerder Tozo als zelfstandigen binnen [BV-1]. {BV-1] is nadien opgeheven. Belanghebbenden waren wel nog actief als zelfstandigen binnen [BV-2}, maar kunnen daaraan geen recht op Tozo (4) ontlenen. [BV-2] is opgericht na 17 maart 2020 en niet is gebleken dat [BV-1 of haar activiteiten waren overgenomen door [BV-2).

Tozo - doelgroep / woonachtig in Nederland

Rb Limburg 25 april 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:3194

Woonplaatsvoorwaarde artikel 11 PW is in strijd met de vrijheid van vestiging artikel 49 VWEU. Het college van Maastricht is, ondanks het ontbreken van een bevoegd college voor deze situatie in de Tozo, bevoegd om te beslissen op aanvragen om algemene bijstand op grond van de Tozo van niet in Nederland woonachtige personen.

(NB: uitspraak wijkt af van ECLI:NL:RBLIM:2021:4337 )

Uitsluitingsgronden – verblijf in buitenland

Rb. Zeeland-West-Brabant 11 april 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:1933

Er bestaat op grond van artikel 13 lid 1 onder 3 Pw geen recht op Tozo bij een verblijf in het buitenland van langer dan 4 weken per kalenderjaar of 4 weken aaneengesloten.

(Soortgelijke uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2022:1934 )

Varia- verhaal / ontkenning vaderschap

Hof Den Haag 13 april 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:650

Gelet op de verklaringen van betrokkenen vindt het Hof het aannemelijk dat de man de vader is van het kind van de vrouw. Het is onder die omstandigheden niet onredelijk om te verwachten van de man dat hij meewerkt aan een dna-test om met zekerheid vast te stellen of hij de ouder is van het kind.

Varia – strafvervolging

Hof ’s-Hertogenbosch 1 april 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1047

Nu het college het terugvorderingsbedrag inmiddels heeft bijgesteld tot een bedrag ver onder de € 50.000 uit de Aangifterichtlijn, had het OM moeten motiveren waarom nog kon worden uitgegaan van een benadelingsbedrag boven die grens. Het OM wordt niet-ontvankelijk verklaard. (NB: uitspraak wijkt af van ECLI:NL:HR:2020:1496)

Artikel delen