Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Jurisprudentie Signalering Gemeentelijk Participatiewet

In dit overzicht vindt u een selectie van de belangrijkste uitspraken op het gebied van de Participatiewet die in mei 2022 zijn gepubliceerd.

1 juli 2022

Samenvatting

Samenvatting

Aanvraag - buitenbehandelingstelling

CRvB 5 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:860

In dit geval komt geen doorslaggevende betekenis toe aan het aan het afgiftebewijs ontleende vermoeden dat alle gevraagde gegevens volledig zijn verstrekt. Appellante heeft meermaals verklaard dat ze niet alle gevraagde gegevens heeft ingeleverd.

Aanvraag -woonplaats

CRvB 17 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1152

Het recht op bijstand moet worden aangevraagd bij het college van de woonplaat. Dat appellante zich niet veilig en niet thuis voelde in [plaatsnaam], op het uitkeringsadres, doet – hoe ingrijpend dat ook voor haar is – niet af aan het feit dat appellante in het kader van de beoordeling van de bijstandsaanvraag daadwerkelijk moet wonen in de gemeente [plaatsnaam].

Aanvraag – verschijnen op gesprek

CRvB 17 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1120

Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij door haar angststoornis en straatvrees op geen enkele wijze aan de uitnodigingen gehoor had kunnen geven. De ingebrachte medische informatie biedt daarvoor in geen grond. Appellante heeft haar aanvraag schriftelijk ingediend, niet via DigiD, nagenoeg al het persoonlijk contact over de aanvraag verliep via A, en appellante was door medewerkers van het college nimmer in persoon gezien. Gelet op deze omstandigheden mocht het college van appellante verlangen dat ze in persoon zou komen en was het voorstel van appellante om de intake per telefoon te laten plaatsvinden niet toereikend.

Inlichtingenplicht – melden bij juist afdeling

Rb Zeeland-West-Brabant 21 april 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2349

Belanghebbende heeft haar werkcoach volledig op de hoogte gehouden van de verbouwing van haar schuur tot werkplek en zij was ervan op de hoogte dat de werkcoach deze informatie deelde met een medewerker van het college. Onder die omstandigheden kan niet gezegd worden dat belanghebbende haar inlichtingenplicht niet is nagekomen.

Inlichtingenplicht -melden bij juiste afdeling

CRvB 3 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1033

Appellant heft de inlichtingenverplichting geschonden door niet tijdig de juiste afdeling van de gemeente te informeren over de wijziging in zijn woon- en leefsituatie. Appellant mocht er niet van uitgaan dat de enkele melding aan zijn participatiecoach dat hij uit zijn woning is gezet voldoende zou zijn.

Inlichtingenplicht - onderzoeksplicht college

CRvB 3 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1085

Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door hem ontvangen bijschrijvingen terugbetalingen betreffen van eerder door hem verstrekte leningen en dat de stortingen eerder door hem contant opgenomen bedragen betreffen. Anders dan appellant stelt, was het college niet gehouden deze omstandigheden nader te onderzoeken, maar lag het op zijn weg om hierover duidelijkheid te verschaffen.

Inlichtingenplicht – gokactiviteiten

CRvB 19 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:924

Het gokken op zichzelf is een bezigheid die gemeld moet worden, omdat uit de aard daarvan voortvloeit dat er inkomsten mee kunnen worden verworven. Appellanten hadden het college hiervan op de hoogte moeten stellen, zodat het college kon onderzoeken of inkomsten werden verworven en tot welk bedrag. De stelling van appellanten dat appellante zich schaamde voor haar gokverslaving en om die reden de gokactiviteiten niet heeft gemeld, maakt dit niet anders.

Inlichtingenplicht – strafbare activiteiten / nemo tenetur

CRvB 3 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1027

De inlichtingenverplichting is voor het college een noodzakelijk instrument om de rechtmatigheid van de uitkering te kunnen vaststellen. Deze verplichting is verbonden aan het recht op bijstand en staat los van het verstrekken van informatie die van belang is voor een strafrechtelijk onderzoek. Belanghebbende kan zich niet aan zijn inlichtingenplicht onttrekken met een beroep op de waarborgen van het IVRM of het IVBPR. Die waarborgen kan hij inroepen in procedures waarin hem bestraffende sancties kunnen worden opgelegd.

Inlichtingenplicht – verkoop op Marktplaats

CRvB 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:996

Gelet op de aard, de omvang en de regelmaat van de verkoopactiviteiten op Marktplaats is in periode 1 geen sprake van incidentele verkoop van privégoederen maar van handel. Wegens schending inlichtingenplicht kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Dit geldt niet voor de aansluitende periode 2. Daarin is maar één advertentie geplaatst op Marktplaats.

Nadere verplichtingen – eisen kinderalimentatie

CRvB 19 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:930

Het college heeft aan appellante op grond van artikel 55 van de PW de verplichting opgelegd om een procedure te starten tot het verkrijgen van kinderalimentatie voor haar dochter. Het college was bevoegd tot het opleggen van de verplichting. Appellante heeft niet met concrete verifieerbare stukken onderbouwd dat in redelijkheid niet van haar kon worden gevergd dat zij de aanspraak op kinderalimentatie te gelde maakt.

Middelen – inkomen / leningen

CRvB 29 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:870

Leningen zijn niet uitgesloten van het middelenbegrip. Dat appellante vond dat zij te weinig leefgeld kreeg van haar bewindvoerder, is geen grond om de ontvangen bedragen niet als inkomen te zien. Als de bewindvoerder het niet goed deed, had appellante naar de kantonrechter kunnen stappen.

Middelen – inkomen / kasstortingen

CRvB 19 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:928

Om kasstortingen te kunnen aanmerken als middel in de zin van artikel 31, eerste lid, van de PW is niet vereist dat zij met elkaar in hoogte overeenkomen of op bepaalde vaste tijdstippen plaatsvinden. In dit geval gaat het om bedragen van relevante omvang en met een terugkerend karakter. Daarom moeten die kasstortingen worden aangemerkt als inkomen in de zin van artikel 32, eerste lid, van de PW.

Middelen – inkomen /op geld waardeerbare activiteiten

CRvB 3 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1025

De activiteiten van appellante als model voor de webwinkel en haar promotieactiviteiten via haar Instagramaccount zijn op geld waardeerbare werkzaamheden, gelet op de aard, de omvang, de duur en het terugkerende karakter ervan. Hiervoor kan in het maatschappelijk verkeer een tegenprestatie worden bedongen.

Middelen – inkomen van niet-rechthebbende partner

CRvB 26 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:946

Artikel 32, vierde lid, van de PW moet zo worden begrepen dat met de bijstandsnorm de alleenstaandennorm is bedoeld.

Onderzoeksbevoegdheid college - onrechtmatig onderzoek / verboden vruchten

CRvB 19 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:926

Van de verklaringen van appellante en van de getuigen Y en Z kan niet worden gezegd dat zij uitsluitend een vervolg zijn op en onlosmakelijk verweven zijn met de onrechtmatige waarnemingen en met de mogelijk onrechtmatige camera-observaties. Geen sprake van verboden vruchten.Bewijs mag gebruikt worden.

Onderzoeksbevoegdheid college - onrechtmatig onderzoek / indruisregel

CRvB 10 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1122

Het onrechtmatig verkregen bewijs mag niet worden betrokken in de beoordeling van de periode voorafgaand aan het huisbezoek. De bevindingen van het huisbezoek kunnen in beginsel wel bij de beoordeling van het recht op bijstand vanaf de datum van het huisbezoek worden betrokken.

Onderzoeksbevoegdheid college – toetsing aan art. 8 EVRM

CRvB 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:980

De inbreuk die het college met de waarnemingen op het recht op privacy van appellant heeft gemaakt, was niet onevenredig zwaar in verhouding tot het hiervoor beschreven doel. De waarnemingen vonden weliswaar plaats gedurende een langere periode, maar niet dagelijks. De waarnemingen waren kortdurend en vonden plaats vanaf de openbare weg. Het college kon geen gebruik maken van een minder ingrijpend onderzoeksmiddel om de ontvangen melding dat appellant bij de pizzeria zou werken, te controleren.

Onderzoeksbevoegdheid college – toetsing aan art. 8 EVRM

CRvB 19 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:931

Met de waarnemingen kon niet een min of meer compleet beeld van bepaalde aspecten van het leven van appellanten worden verkregen. Gelet op de duur, intensiteit en frequentie van de waarnemingen is daarom geen sprake van stelselmatige observaties. Het bestreden besluit is genomen met inachtneming van de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.

Terugvordering - schending inlichtingenplicht

Rb Zeeland-West-Brabant 21 april 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2772

Bij een bezwaar een terugvordering op grond van art. 58 lid 1 PW moet het college ten volle beoordelen of de inlichtingenplicht is geschonden. Dat het voorafgaande intrekkingsbesluit in rechte vaststaat maakt dat niet anders. De formele rechtskracht van de intrekking ziet alleen op de intrekking zelf en niet op en niet mede op oordelen van feitelijke en juridische aard die daaraan ten grondslag hebben gelegen.

Terugvordering – achteraf ontvangen middelen

CRvB 17 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1134

Het is de eigen keuze van appellant om een deel van de ontvangen erfenis aan goede doelen te schenken. Het college heeft bij het gebruikmaken van zijn bevoegdheid tot terugvordering geen rekening moeten houden met deze keuze van appellant.

Terugvordering – dringende redenen

CRvB 10 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1129

Geen sprake van dringende redenen om van terugvordering af te zien. Appellant heeft ook in hoger beroep niet onderbouwd dat zijn psychische klachten zijn verergerd door de terugvordering. De enkele stelling dat de terugvordering in zijn hoofd blijft hangen is daarvoor niet voldoende.

Terugvordering – gezinsbijstand

CRvB 3 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1030

Herziening en terugvordering van bijstand, vanwege de ontvangst van studiefinanciering door de partner van appellant.Appellant kan zich niet met succes beroepen op onbekendheid met de financiële situatie van zijn partner, omdat zij gezinsbijstand ontvingen. Dat dit, zoals appellant stelt, achteraf eigenlijk niet had gemoeten doet daaraan niets af.

Terugvordering – verjaring terugvorderingsbevoegdheid

CRvB 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1001

In gevallen waarin het lang heeft geduurd voordat het onderzoek naar aanleiding van een signaal is verricht, kan er reden zijn om, met inachtneming van een redelijke termijn die nodig is voor het verrichten van onderzoek, de aanvang van de verjaringstermijn op een eerdere datum te bepalen dan op de datum dat uit het onderzoek is gebleken dat een terugvordering in de rede ligt. Ook in het onderhavige geval heeft het lang geduurd voordat het onderzoek naar aanleiding van het signaal van de belastingdienst is verricht. Dit zou appellanten echter, gelet op de verjaringstermijn van vijf jaren, alleen kunnen baten als de aanvang van de verjaringstermijn op 10 april 2013 of eerder zou moeten worden gesteld. Voor dat oordeel bestaat echter geen grond, omdat het signaal van de belastingdienst op 3 april 2013 is ontvangen en een week in dit geval niet kan worden aangemerkt als een redelijke termijn waarbinnen het college het benodigde onderzoek had moeten verrichten.

Maatregel – geüniformeerde verplichtingen

CRvB 3 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1026

Appellant is de verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te behouden niet nagekomen door de arbeidsovereenkomst met de werkgever op te zeggen. De gedraging is appellant te verwijten. De maatregel is afgestemd op de financiële omstandigheden van appellant. Bij het opleggen van een maatregel hoeft geen rekening te worden gehouden met de beslagvrije voet.

Maatregel – geüniformeerde verplichtingen

CRvB 5 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:861

Bijstand bij wijze van maatregel verlaagd met 100% gedurende een maand. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat appellant door zijn gedraging het werk niet heeft behouden. Dat de arbeidsovereenkomst nog niet op schrift was gesteld en ondertekend is geen goede reden om nog niet te gaan werken zoals was afgesproken.

Maatregel – geüniformeerde verplichtingen - inkeer

CRvB 10 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1089

Appellant is de verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te behouden niet nagekomen door de arbeidsovereenkomst met de werkgever op te zeggen. Appellant had echter direct nadat hij had vernomen dat het college niet akkoord was met de opzeggen geprobeerd zijn opzegging ongedaan te maken. Nu appellant al tot inkeer was gekomen nog voordat het college een maatregel had opgelegd had het college deze inkeer moeten meewegen bij de toepassing van art. 18 lid 10 PW

Maartregel – recidive

CRvB 5 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:863

Bijstand bij wijze van maatregel verlaagd met 100% gedurende drie maanden. Het college is terecht uitgegaan van recidive. Dat het college er bij het eerdere maatregelbesluit voor heeft gekozen om de maatregel te verlagen tot 0% betekent niet dat appellant daarmee een zogenoemde schone lei heeft gekregen.

Bijzondere bijstand – voorliggende voorziening / (para)medische kosten

CRvB 10 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1155

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor kosten speciaal matras. Voor medische en paramedische zorg is de Zvw een toereikende en passende voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de PW. De omstandigheid dat bepaalde kosten niet (volledig) worden vergoed op grond van de Zvw omdat geen overeenkomst is gesloten tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder, is ook het gevolg van een bewuste keuze die de wetgever in het kader van de Zvw heeft gemaakt. Geen sprake van zeer dringende redenen.

Bijzondere bijstand – tijdige aanvraag /buitenwettelijk begunstigend beleid

CRvB 10 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:988

Het college hanteert buitenwettelijk begunstigend beleid en aanzien van de termijn waarbinnen een aanvraag moet zijn ingediend. Appellant voldoet niet aan de in dit beleid gestelde voorwaarden. Dat dit beleid niet op schrift is gesteld, doet daaraan niet af. Ook de beroepsgrond dat in andere gemeenten een langere termijn wordt gehanteerd slaagt niet. De PW voorziet in een gedecentraliseerde uitvoering. De mogelijkheid van een verschillende uitvoering per gemeente is daarmee gegeven.

Bijzondere bijstand – territorialiteitsbeginsel

CRvB 10 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1094

Het aan de PW ten grondslag liggende territorialiteitsbeginsel sluit de mogelijkheid tot bijstandsverlening uit ten aanzien van kosten die buiten Nederland zijn opgekomen of die betrekking hebben op kosten die niet aan Nederland zijn verbonden.

Bijzondere bijstand – energierekening / bijzondere omstandigheden

CRvB 19 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:921

De kosten van de jaarafrekening van Nuon behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan. De kosten vloeien niet voort uit bijzondere omstandigheden.

Bijzondere bijstand – inrichtingskosten / bijzondere omstandigheden

CRvB 3 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1031

Inrichtingskosten zijn incidentele algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die in beginsel uit het inkomen op bijstandsniveau dienen te worden voldaan. Ook als voor het maken van deze kosten in het individuele geval een objectieve noodzaak bestaat kan daarvoor alleen bijzondere bijstand worden verleend als sprake is van bijzondere omstandigheden.

Bijzondere bijstand – draagkracht / inkomen uit WSF 2000

CRvB 5 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:867

Bij de bepaling van de draagkracht is het college terecht uitgegaan van het inkomen uit studiefinanciering, inclusief een aanvullende rentedragende lening waarop appellante aanspraak kan maken. De bijstand is afgewezen, omdat appellante teveel draagkracht heeft. Artikel 16 lid 1 PW is dan niet van toepassing.

Tozo – begrip zelfstandige / Nederlander

Rb Midden-Nederland 8 juli 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3487

afwijzing TOZO, geen gelijkstelling met Nederlander, geen strijd met gelijkheidsbeginsel of evenredigheidsbeginsel, beroep ongegrond.

Tozo – inkomsten uit verhuur onroerend goed

Rb Zeeland-West-Brabant 19 mei 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2772

De huuropbrengsten van de verhuur van onroerend goed uit het privébezit van belanghebbende worden volledig aanmerking genomen. De met het bezit samenhangende kosten mogen niet worden afgetrokken. De Tozo wijkt in dit opzicht niet af van de Participatiewet.

Varia- reformatio in peius

CRvB 5 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:865

Geen strijd met het verbod van reformatio in peius. Het college heeft een lagere vermogensgrens gehanteerd, maar per saldo zijn appellanten door het maken van bezwaar juist in een gunstigere financiële positie terecht gekomen, doordat het terugvorderingsbedrag is verlaagd.

Varia – misbruik van recht

CRvB 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:873

De rechtbank heeft, in dit geval, het beroep tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van griffierecht voor een Wob-procedure bij de rechtbank terecht niet ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.

Varia – misbruik van recht

CRvB 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:880

De civiele rechter heeft appellant verboden om meer dan twee keer per maand contact met de ISD te zoeken. Uit de processtukken blijkt dat eiser zich stelselmatig niet houdt aan voormeld verbod. In eerdere procedures is misbruik van recht vastgesteld. Appellant heeft dit niet weersproken. Hiervan uitgaande kan de misbruikintentie van appellant worden voorondersteld. Gelet hierop kan bij de beoordeling of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant in de voorliggende gevallen de bevoegdheid om een geschrift bij het college in te dienen heeft misbruikt, worden aangenomen dat dit het geval is, tenzij aannemelijk is dat een concreet en valide belang bij het indienen hiervan bestaat. Appellant hoeft niet met bewijsstukken aan te tonen dat in de betreffende maand slechts twee aanvragen door hem zijn gedaan. In 3 zaken komt de Raad tot het oordeel dat appellant geen concreet en valide belang aannemelijk heeft gemaakt. In 3 andere zaken heeft appellant dat wel aannemelijk gemaakt, en heeft de rechtbank het beroep dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Deze beroepen worden inhoudelijk beoordeeld.

Varia – dwangsom bij niet tijd beslissen / misbruik van recht

CRvB 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:876

College heeft verzending van besluiten niet aannemelijk gemaakt. Maximale dwangsom verschuldigd. Geen dwangsom in geval waarin procesbelang ontbreekt. Ook geen dwangsom bij misbruik van recht.

Artikel delen