Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Jurisprudentie Signalering Gemeentelijk Participatiewet

In dit overzicht vindt u een selectie van de belangrijkste uitspraken op het gebied van de Participatiewet die in september 2022 zijn gepubliceerd.

1 november 2022

Aanvraag -terugwerkende kracht

Rb Den Haag 19 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8904

Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij in de periode tussen de melding en de aanvraag in een zodanige psychische toestand was, dat van hem niet kon worden verwacht dat hij zo spoedig mogelijk na de melding zijn aanvraag indiende. Daarbij betrekt de rechtbank dat verweerder eiser na de melding niet heeft medegedeeld dat de aanvraag binnen een bepaalde termijn moest worden ingediend.

Uitsluitingsgronden – jongere tot 27 jaar

CRvB 6 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2024

De arbeidsverplichtingen van artikel 9, eerste lid, van de PW gelden ook voor studerende jongeren.

Individualisering

CRvB 27 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1952

Vanwege de gebrekkige afstemming tussen de sociale zekerheid met van fiscale regelingen moet het college extra bijstand verlenen teer compensatie van het gemis aan toeslagen.

Terugvordering – schending inlichtingenplicht

CRvB 16 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1900

Bij terugvordering op grond van art. 58 lid 1 PW moet beoordeeld worden of de inlichtingplicht is geschonden. Dat een voorafgaand intrekkingsbesluit al in rechte vaststaat, maakt dat niet anders. De formele rechtskracht ziet alleen op het intrekken zelf en niet op de oordelen van feitelijke en juridische aard die aan het intrekkingsbesluit ten grondslag hebben gelegen.

Intrekking en terugvordering – inkomsten uit gokken

Rb Rotterdam 2 september 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7360

Ook wanneer geen sluitende, verifieerbare gokadministratie is bijgehouden, is volledige intrekking en terugvordering van de bijstand niet zonder meer mogelijk. Inkomsten uit gokken kunnen in beginsel worden geschat op de hoogte van de ingezette bedragen. Volledige intrekking en terugvordering zou wel aan de orde kunnen zijn als de hoogte van de gokwinsten daartoe aanleiding geeft of als betrokkene niet meewerk aan het onderzoek.

(soortgelijke uitspraken: ECLI:NL:RBROT:2022:7357 , ECLI:NL:RBROT:2022:7358 , ECLI:NL:RBROT:2022:7362 , ECLI:NL:RBROT:2022:8026 , ECLI:NL:RBROT:2020:13363 , ECLI:NL:RBROT:2020:13362 ; zie ook persbericht van Rb Rotterdam. NB de rechtbank gaat hiermee in tegen de vaste jurisprudentie van de CRvB)

Terugvordering – inkomstenkorting maandelijks achteraf

Rb Gelderland 6 september 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5181

Als maandelijks de inkomsten achteraf worden verrekend met de daaropvolgende maand, kunnen bij einde bijstand de inkomsten over de laatste maand niet meer worden verrekend. Dat kan niet leiden tot een hogere terugvordering over een kalendermaand dan dat wat daadwerkelijk aan bijstand is betaald.

(NB: de rechtbank gaat hiermee in tegen de vaste jurisprudentie van de CRvB)

Terugvordering – achteraf beschikken over middelen

CRvB 6 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2020

Het college heeft het door appellante ontvangen bedrag terecht heeft beschouwd als naderhand verkregen middelen als bedoeld in artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, ten eerste, van de PW en was dus bevoegd om de aan appellante verleende bijstand terug te vorderen. Dat het voor appellante gunstiger zou zijn als de naderhand verkregen middelen zouden worden aangemerkt als actueel verkregen vermogen leidt niet tot een ander oordeel.

Invordering – beslagvrije voet

CRvB 23 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1957

De hypothetische vraag of belanghebbende inkomsten uit verhuur van haar onroerend zou kunnen verkrijgen, is niet van belang voor het vaststellen van de hoogte van de beslagvrije voet

Maatregel - inlichtingenplicht

Rb Noord-Nederland 7 september 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3251

Het feit dat belanghebbende zijn werkcoach niet over zijn medische toestand heeft ingelicht valt niet onder het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een Plan van Aanpak. Dit valt wel onder de inlichtingenverplichting als bedoeld in artikel 17 lid 1 PW. Dit artikel is echter uitgezonderd in artikel 18 lid 2 PW.

Maatregel – verwijtbare werkloosheid

CRvB 30 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2015

Er is in dit geval geen sprake van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de kosten van het bestaan. Niet met voldoende zekerheid is vast te stellen dat het contract van belanghebbende bij goed functioneren zou zijn verlengd.

Maatregel - zeer ernstig misdragen / bewijs

CRvB 23 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1928

Aan de verklaring van de medewerker, zoals weergegeven in het proces-verbaal van de aangifte, komt doorslaggevende betekenis toe. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring. Appellant heeft deze verklaring namelijk niet overtuigend en op gedetailleerde wijze weersproken, maar heeft volstaan met een ongemotiveerde betwisting.

Bijzondere bijstand – voorliggende voorziening

CRvB 16 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1901

Zorgverzekeringswet een voorliggende voorziening biedt.

Bijzondere bijstand –noodzakelijke kosten

CRvB 6 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2019

De kosten beheer pgb zijn niet noodzakelijk. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij was aangewezen op zorg in de vorm van een pgb.

Bijzondere bijstand – noodzakelijke kosten / griffierecht

CRvB 6 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2021

Indien – zoals in het geval van appellant – van een toevoeging geen sprake is, dient het bijstandverlenend orgaan zich aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval zelfstandig een oordeel te vormen over de noodzaak van de gevoerde procedure. Het ligt dan op de weg van de betrokkene om de gestelde noodzakelijkheid van de procedure van een toereikende onderbouwing te voorzien en aannemelijk te maken. Hierbij past niet een al te indringende toets van de noodzaak van de procedure. In het kader van die terughoudende toetsing zal het bestuursorgaan zich moeten beperken tot de beoordeling of aanleiding bestaat om aan te nemen dat de gevoerde procedure op voorhand kansloos was.

Bijzondere bijstand – bijzondere omstandigheden

CRvB 23 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1927

Aanvraag om bijzondere bijstand voor reiskosten terecht afgewezen. De kosten vloeien niet voort uit bijzondere omstandigheden.

Bijzondere bijstand - bijzondere omstandigheden - woonkostentoeslag

CRvB 23 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1934

Afwijzing bijzondere bijstand. Onvoldoende inspanningen om woonkosten aan te passen.

Bijzondere bijstand – draagkracht

Rb. Amsterdam 28 juli 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:4310

Voedingsgeld en wasgeld kunnen in dit bijzonder geval niet als middelen voor de draagkrachtberekening worden aangemerkt. Toepassing van het beleid van verweerder leidt tot onevenredige gevolgen.

Varia – jaaropgave bijstandsuitkering

Rb Gelderland, 2 september 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5163

Het bezwaar tegen de jaaropgave is niet-ontvankelijk. De jaaropgave bevat geen besluit.

Varia – dwangsom bij te laat beslissen

CRvB 23 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1933

Het feit dat een besluit nadien door de rechtbank is vernietigd maakt niet dat de beslistermijn ongebruikt is blijven doorlopen.

Varia – voorlopige voorziening

CRvB 12 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2026

Verzoeker heeft niet gesteld dat hij door het bestreden besluit schulden heeft moeten maken op grond waarvan acute dreiging bestaat van huisuitzetting, afsluiting van levering van energie en water of het niet langer verzekerd zijn voor ziektekosten. Ook heeft verzoeker niet, bijvoorbeeld door middel van bankafschriften, aannemelijk gemaakt dat hij geen geld meer heeft om eten en drinken te kopen.

Varia – terugkomen van eerder besluit

CRvB 30 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1998

De bijstand is, uitgaande van de WOZ-waarde over 2016, voor € 30.991 verleend in de vorm van een geldlening in verband met in de woning gebonden vermogen. De verlaging van de WOZ-waarde voor 2018 is geen nieuw gebleken feit of gewijzigde omstandigheid als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. De afwijzing van het herzieningsverzoek is ook niet evident onredelijk.

Varia – afstand van recht op bijstand

CRvB 30 augustus 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2003

Appellant heeft in beroep bij de rechtbank ondubbelzinnig te kennen gegeven dat hij vanaf april 2017 geen bijstand meer heeft ontvangen en vanaf die datum ook geen aanspraak op bijstand wilde maken. Dit betekent dat de Raad, anders dan appellant nu in hoger beroep wenst, de periode vanaf 1 april 2017 niet in de beoordeling zal betrekken.

Artikel delen