Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Korting op maximumtarieven langdurige zorg onrechtmatig

Tarieven gehandicaptenzorg

De zorgkantoren Zilveren Kruis, VGZ, Salland, CZ, ZZ en Menzis kopen ter uitvoering van de Wet langdurige zorg (Wlz) gehandicaptenzorg in bij zorgaanbieders. Een vijftigtal zorgaanbieders is naar de rechter gestapt over de tarieven voor deze zorg. Het hof komt tot de conclusie dat de kosten van Wlz-zorg van 75% van de zorgaanbieders gemeten naar aantal, onvoldoende representatief zijn voor de redelijke kosten van de zorg. Daarom resulteert de korting, die zorgkantoren toepassen op de maximumtarieven van de NZa, in tarieven die onvoldoende zijn om de redelijke kosten van Wlz-zorg te dekken, en is het door de zorgkantoren vastgestelde richttariefpercentage naar voorshands oordeel onrechtmatig. (ECLI:NL:GHDHA:2024:199, Gerechtshof Den Haag, Datum uitspraak 13 februari 2024, Datum publicatie 26 februari 2024)

PIANOo 24 juni 2024

Samenvatting

Samenvatting

Feiten en omstandigheden

De zorgkantoren Zilveren Kruis, VGZ, Salland, CZ, ZZ en Menzis kopen ter uitvoering van de Wet langdurige zorg gehandicaptenzorg in bij zorgaanbieders. Een vijftigtal zorgaanbieders is naar de rechter gestapt over de tarieven voor deze zorg. In de procedure bij de voorzieningenrechter hebben de zorgaanbieders onder meer een verbod gevorderd om de inkoopprocedures voort te zetten, tenzij de zorgkantoren de tarieven zouden verhogen en meer inzage zouden geven in de totstandkoming daarvan. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen afgewezen.

In hoger beroep vorderen de zorgaanbieders onder meer inzage in de totstandkoming van de tarieven alsmede een veroordeling om voor 2024 een nieuw richttariefpercentage vast te stellen als basis voor de vaststelling van de tarieven, en daarbij de financieringslasten en -baten te betrekken. Het hof komt in dit arrest tot het oordeel dat de zorgkantoren de vaststelling van het richttariefpercentage voor 2024 onvoldoende hebben onderbouwd. Het hof veroordeelt de zorgkantoren het richttariefpercentage voor 2024 opnieuw te berekenen op zodanige wijze dat de groep zorgaanbieders met een neutraal of positief resultaat een marktaandeel van tenminste 75% heeft, en daarbij de financieringslasten en -baten te betrekken. Bij de gevorderde inzage in de totstandkoming van de tarieven hebben de zorgaanbieders dan geen (spoedeisend) belang meer. Het hof zegt o.a.:

Aanbestedingsrechtelijke beginselen niet evident geschonden

“Uitgangspunt bij de beoordeling van de bezwaren van de zorgaanbieders is dat de aanbestedingsrechtelijke beginselen van toepassing zijn op de inkoopprocedure. Deze beginselen brengen mee dat de zorgkantoren op grond van het proportionaliteitsbeginsel reële tarieven moeten vergoeden en dat de onderbouwing van het tariefsysteem transparant en uitlegbaar moet zijn. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter hebben de zorgkantoren, op twee onderdelen van het inkoopbeleid van Menzis na, deze verplichtingen niet (evident) geschonden.”

Niet strijdig met het Xafax-arrest

“De zorgkantoren stellen onder verwijzing naar het Xafax-arrest van de Hoge Raad (arrest van 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2638) dat de vorderingen van de zorgaanbieders niet toewijsbaar zijn omdat op het moment dat het hof arrest zal wijzen, Menzis, CZ en ZZ reeds overeenkomsten gesloten zullen hebben met de zorgaanbieders. Menzis, CZ en ZZ zien echter over het hoofd dat aan de regel uit het Xafax-arrest ten grondslag ligt het met de Aanbestedingswet 2012 beoogde “evenwicht tussen de verschillende (…) betrokken belangen en de bedoeling om, in verband daarmee, ten behoeve van de aanbestedende dienst en degene aan wie deze de opdracht gunt, te waarborgen dat geen te grote of te langdurige onzekerheid ontstaat over de vraag of de overeenkomst gesloten en uitgevoerd kan worden”. Anders dan in het Xafax-arrest, gaat het in het onderhavige geval niet om een verliezende inschrijver die een overeenkomst tot stand gekomen tussen de aanbestedende dienst en een winnende inschrijver aan wil tasten, maar om zorgaanbieders die vorderen dat de tarieven opgenomen in de overeenkomsten die zij zelf met de zorgkantoren hebben gesloten, op een andere grondslag worden berekend. Het in het Xafax-arrest bedoelde evenwicht wordt door toewijzing van die vorderingen niet aangetast.”

Aantal versus marktaandeel

“De stelling van de zorgkantoren dat zij in Bijlage 7 hebben aangegeven dat het landelijke richttariefpercentage is gebaseerd op de kosten van 75% van de zorgaanbieders gemeten naar aantal, en dus niet naar marktaandeel, zegt mogelijk iets over de transparantie, maar is voor de proportionaliteit van deze norm niet van belang. Hetzelfde geldt voor de informatie die de zorgkantoren hebben gegeven over de samenstelling van de groep van 25%: het feit dat de grootste zorgaanbieder met een marktaandeel van 10% en nog enkele andere grote zorgaanbieders zich in die groep bevinden, rechtvaardigt niet dat het richttariefpercentage wordt vastgesteld op een niveau waarbij de kosten van deze groep met een marktaandeel van 40% in de Wlz ZiN zorg niet zijn gedekt.”

Onvoldoende representatief

“Het voorgaande leidt tot de conclusie dat in de omstandigheden van het geval de kosten van Wlz-zorg van 75% van de zorgaanbieders gemeten naar aantal, onvoldoende representatief zijn voor de redelijke kosten van de zorg. Daarom resulteert de korting die zorgkantoren toepassen op de maximumtarieven van de NZa in tarieven die onvoldoende zijn om de redelijke kosten van Wlz-zorg te dekken, en is het door de zorgkantoren vastgestelde richttariefpercentage naar voorshands oordeel onrechtmatig. Grief 3 is dus gegrond.”

De conclusie is dat het hoger beroep van de zorgaanbieders gegrond is voor zover het betreft de vaststelling van het richttariefpercentage, omdat het is vastgesteld op een niveau dat de redelijke kosten van de Wlz-zorg onvoldoende weerspiegelt.

(VdLC publishers/consultants BV, 6 maart 2024)

Lees de volledige uitspraak op rechtspraak.nl

Artikel delen