Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Rekening houden met de Aanbestedingswet 2012

Wmo | aanbestedingsbeginselen

Voor de uitvoering van de Wmo heeft de gemeente Helmond in samenwerking met een aantal naburige gemeenten (Peelregio) in 2016 een ‘overeenkomst Wet maatschappelijke ondersteuning, begeleiding’ laten opstellen volgens de methodiek van Bestuurlijk Aanbesteden. Het parket bij de Hoge Raad stelt dat in geval het college het leveren van een voorziening door een derde (aanbieder) wil doen uitvoeren, het college daartoe gewoonlijk een overeenkomst met die derde zal sluiten. Afhankelijk van de aard van de levering of dienst die het college wil inkopen bij een derde en de vraag of het bedrag van de opdracht het drempelbedrag overschrijdt, zal het college daarbij rekening hebben te houden met de Aanbestedingswet 2012. (ECLI:NL:PHR:2024:266, Parket bij de Hoge Raad, Datum uitspraak 8 maart 2024, Datum publicatie 2 april 2024)

PIANOo 24 juni 2024

Samenvatting

Samenvatting

Feiten en omstandigheden

Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet. De gemeenten verlenen die ondersteuning doorgaans door ondersteuning op contractbasis aan zorgaanbieders uit te besteden. Voor de uitvoering van de Wmo heeft de gemeente Helmond in samenwerking met een aantal naburige gemeenten (Peelregio) door BIZOB in 2016 een ‘overeenkomst Wet maatschappelijke ondersteuning, begeleiding’ voor de zorgverlening laten opstellen volgens de methodiek van Bestuurlijk Aanbesteden. SRZ is over deze aanbesteding naar de rechter gestapt maar heeft ook volgens het hof onvoldoende onderbouwd dat het privaatrechtelijk toezicht op haar financiële situatie, het publiekrechtelijk toezicht op de kwaliteit van de verleende zorg op een onaanvaardbare wijze doorkruist. Het hof deelt het voorshands oordeel van de voorzieningenrechter dat van een dergelijke doorkruising geen sprake is. Hiernaast heeft het hof geoordeeld dat voldoende grond bestaat voor verscherpte controle op de administratie van SRZ. SRZ heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het hof. Het Parket van de Hoge Raad zegt o.a. het volgende:

Wmo bevat regels over aanbesteding

“De Wmo regelt de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke ondersteuning van haar inwoners, meer in het bijzonder van personen met een beperking en van personen met psychische of psychosociale problemen. Art. 2.1.1 lid 1 Wmo draagt het gemeentebestuur de zorg voor die ondersteuning op. Daarvoor moet de gemeenteraad een plan en een verordening vaststellen (art. 2.1.2 e.v. Wmo). De wet gaat ervan uit dat de gemeente de ondersteuning biedt door middel van particuliere aanbieders. Art. 2.6.3 Wmo verklaart het college daartoe uitdrukkelijk bevoegd. Voorts bevatten art. 2.6.4 Wmo regels over de aanbesteding van werkzaamheden aan aanbieders, de art. 3.1-3.5 Wmo regels over de kwaliteit van de ondersteuning die aanbieders moeten bieden, en de art. 5.2.1-5.2.2 Wmo over de verwerking van persoonsgegevens door aanbieders.”

Rekening houden met de Aanbestedingswet

“Er is vooral gedacht aan het sluiten van een overeenkomst. Bij de toelichting op het hiervoor genoemde art. 2.6.4 is opgemerkt: ”Artikel 2.6.4 In geval het college het leveren van een voorziening door een derde (aanbieder) wil doen uitvoeren, zal het college daartoe gewoonlijk een overeenkomst met die derde sluiten. Afhankelijk van de aard van de levering of dienst die het college wil inkopen bij een derde en de vraag of het bedrag van de opdracht het drempelbedrag overschrijdt, zal het college daarbij rekening hebben te houden met de Aanbestedingswet 2012. (Enz.)”

Kwaliteitseisen

“De wettelijke taak die op grond van de Wmo op de gemeente rust, brengt mee dat zij daarbij door afspraken zal moeten waarborgen dat de aanbieders aan de gemeentelijke en wettelijke kwaliteitseisen (zullen kunnen blijven) voldoen (zie hiervoor in 3.8). Bij gebreke van aanwijzingen van het tegendeel valt aan te nemen dat in de visie van de wetgever de gemeente daarbij alle bevoegdheden kan uitoefenen die het gebruik van een overeenkomst zijn verbonden, als daaraan inherent. Voor zover in deze zaak van belang zijn dat dus mede de mogelijkheid om relevante verplichtingen in een overeenkomst vast te leggen (zie opnieuw hiervoor in 3.8) en daarvan in rechte nakoming te vorderen.”

De onderhavige Wmo-overeenkomst

“Art. 3.7 van de onderhavige Wmo-overeenkomst voldoet aan het voorgaande. De daarin gemaakte afspraken beogen onmiskenbaar te waarborgen dat de aanbieders aan de gemeentelijke en wettelijke kwaliteitseisen (zullen kunnen blijven) voldoen. SRZ voert, als ik het goed zie, (dan) ook niet wat anders aan. In zoverre is dus niet in geschil dat geen sprake is van een onaanvaardbare doorkruising van de publiekrechtelijke regeling die de Wmo is. Integendeel, de overeenkomst is juist geheel overeenkomstig de bedoeling van de wetgever (zie hiervoor in 3.8). Ook dat wordt op zichzelf door SRZ niet bestreden in deze zaak.”

(VdLC publishers/consultants BV, 10 april 2024)

Artikel delen