Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Signaleringen uit de rechtspraak over het sociaal domein: week 2

Een selectie van rechtspraak over de Participatiewet, de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Voor elk van deze wetten kiezen advocaten Emma van der Ploeg en Dennis van Tilborg wekelijks één uitspraak omdat deze opvalt, een link heeft met de actualiteit of in juridisch opzicht interessant is.

18 januari 2023

Rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda)

Participatiewet

Deze week waren er nauwelijks uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over de Participatiewet gepubliceerd. Wij signaleren daarom een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Deze zaak gaat om een echtpaar; een man met de Nederlandse nationaliteit en een vrouw met de Spaanse nationaliteit. Na een melding van de IND dat de vrouw niet rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het college de bijstandsuitkering van het echtpaar met ingang van het moment van de melding van de IND gewijzigd naar de norm voor gehuwden met een niet-rechthebbende partner. De vrouw heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de IND over haar verblijfsstatus, welk bezwaar door de IND ongegrond wordt verklaard. Uit vaste rechtspraak van de CRvB volgt echter dat de vreemdeling hangende het eerste rechtsmiddel tegen een besluit (in dit geval: bezwaar) wel (procedureel) rechtmatig verblijf houdt. Het college had daarom pas de bijstandsuitkering mogen wijzigen met ingang van de datum van de beslissing op bezwaar naar de norm voor gehuwden met een niet-rechthebbende partner.

Wmo 2015

Vorige week is – opvallend genoeg – een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van medio 2019 gepubliceerd. In deze zaak had het college een aanvraag om maatschappelijke opvang toegewezen, maar omdat er niet direct een plaats in de opvang beschikbaar was, is in het besluit opgenomen dat de vrouw op een wachtlijst wordt geplaatst. Tegen dit besluit komt de vrouw op omdat de plaatsing op de wachtlijst volgens haar geen geschikte maatwerkvoorziening is die is afgestemd op haar behoeften. De vrouw komt daarmee volgens de rechtbank niet op tegen de feitelijke uitvoering van het besluit, maar tegen de adequaatheid van de getroffen maatwerkvoorziening (zie daarover ook ons eerdere blog). De rechtbank meent bovendien dat het besluit van het college in strijd is met o.a. rechtszekerheidsbeginsel. Dit beginsel vereist dat een cliënt en een aanbieder op basis van het besluit weten hoeveel, naar tijdseenheden bepaalde, maatschappelijke ondersteuning het college heeft verstrekt. In het besluit dat het college hier genomen heeft, is daarentegen slechts in algemene zin overwogen dat de vrouw wordt toegelaten tot de maatschappelijke opvang zonder dat duidelijk is gemaakt wat dat in haar geval concreet inhoudt en of deze voorziening is afgestemd op haar behoeften. Het college had dus niet mogen volstaan met het plaatsen van de vrouw op de wachtlijst.

Jeugdwet

Bij gebrek aan gepubliceerde (bestuursrechtelijke) rechtspraak over de Jeugdwet, sluiten wij af met een signalering van een recente brief van de Staatssecretaris over de impassen in de Jeugdzorg. In deze brief wijst de Staatssecretaris op het toegenomen beroep op de jeugdzorg, de stijging van de gemiddelde trajectduur en op de forse kostenstijging in de jaren 2017-2019. Ook benoemt de Staatssecretaris dat voor 2023 aanvullende middelen á 1,4 miljard overgemaakt zijn aan gemeenten met als tegenhanger dat de (bezuinigings-)maatregelen aan gemeentelijke kant een oploop hebben tot een bedrag van € 374 miljoen. De VNG heeft op deze brief gereageerd. In deze brief schrijft de VNG dat er nog geen onderbouwing is voor de besparing van de € 374 miljoen omdat er nog geen overeenstemming is over het financieel kader. Zonder afgesproken agenda met feitelijke maatregelen is er geen enkele grond voor deze besparing in 2023, aldus de VNG.

Lees de eerdere jurisprudentie-samenvattingen van  Emma van der Ploeg  en Dennis van Tilborg. 

Artikel delen