Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Signaleringen uit de rechtspraak over het sociaal domein: week 46

Een wekelijkse selectie van rechtspraak over de Participatiewet, de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Voor elk van deze wetten kiezen advocaten Emma van der Ploeg en Dennis van Tilborg wekelijks één uitspraak omdat deze opvalt, een link heeft met de actualiteit of in juridisch opzicht interessant is.

24 november 2022

Rechtbank Overijssel, locatie Almelo

Participatiewet

In deze uitspraak van de Centrale Raad komen meerdere punten van procedurele aard terug. Zo komt aan bod dat er in beginsel geen bijstand wordt verleend over de periode van vóór de aanvraag behalve in het geval van bijzondere omstandigheden. Dergelijke bijzondere omstandigheden doen zich hier niet voor. Zie overigens deze uitspraak van de rechtbank Amsterdam van vorige week waarin dergelijke bijzondere omstandigheden wél aanwezig werden geacht. De Centrale Raad overweegt verder nog dat de bezwaarschriften tegen de besluiten tot opschorting en intrekking niet gelijkgesteld kunnen worden aan een aanvraag om bijstand. Dat sluit overigens niet uit dat er in een bezwaarschrift wel tevens expliciet bijstand kan worden aangevraagd. Het enkele feit dat er een bezwaarschrift is ingediend is echter onvoldoende.

Wmo 2015

Omdat er doorgaans niet heel veel uitspraken gepubliceerd worden die gaan over de vraag in hoeverre er sprake is van gebruikelijke hulp, signaleren wij deze uitspraak van de Rechtbank Overijssel. Het gaat hier om een 26-jarige man die voor 4 uur per week hulp krijgt van zijn moeder. Die hulp bestaat uit het geven van aansturing, structuur en begeleiding en de moeder kan en wil die hulp blijven geven zoals zij al jaren doet. Hoewel een 26-jarige man normaal gesproken dergelijke hulp niet nodig heeft, kan in het kader van de Wmo van de omgeving van de man wel worden gevergd dat zij hulp bieden zoals de moeder dat nu doet, zonder dat dit tot een voorziening leidt. Niet is gebleken dat de door de moeder geboden hulp redelijkerwijs niet van haar kan worden verwacht. De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders moeten daarom toereikend worden geacht om zelf de aangevraagde hulp en ondersteuning te kunnen bieden.

Jeugdwet

Wij signaleren deze week deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland. Het is een uitspraak van vrij feitelijke aard. Wel bevestigt de uitspraak dat een college zich voor wat betreft de omvang van de te verlenen uren zorg in beginsel mag baseren op een zorgvuldig tot stand gekomen (medisch) advies dat uitgaat van het CIZ-protocol. Een eigen, afwijkende urenoverzicht dat ingebracht is door de moeder van de jeugdige doet daar niet aan af.

Lees de eerdere jurisprudentie-samenvattingen van  Emma van der Ploeg  en  Dennis van Tilborg. 

Artikel delen