Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Zorgaanbieder kan belanghebbende zijn bij een pgb-besluit van de cliënt

Als in een pgb-besluit de voorwaarde wordt opgenomen dat de maatschappelijke ondersteuning niet bij een bepaalde aanbieder mag worden ingekocht, dan is ook die aanbieder belanghebbende bij dat pgb-besluit. Dat bevestigt de Centrale Raad van Beroep in een recente uitspraak.

15 september 2022

Dat aanbieders onder omstandigheden belanghebbende kunnen zijn bij een pgb- of indicatiebesluit van hun cliënten oordeelde de Centrale Raad van Beroep (CRvB) overigens al in 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:669). Door een dergelijke voorwaarde aan het pgb-besluit te verbinden wordt de aanbieder door het besluit rechtstreeks in haar vermogenspositie geraakt. Het is overigens niet zo dat een aanbieder altijd belanghebbende is bij de indicatie- of pgb-besluiten van haar cliënten. Als er niet een dergelijke specifieke voorwaarde aan het besluit wordt verbonden (en het besluit ook niet op een andere manier een negatief oordeel over de zorgverlening door de aanbieder inhoudt) dan is er uitsluitend sprake van een zogenoemd afgeleid belang (bijvoorbeeld: ECLI:NL:CRVB:2019:2802). In normale situaties is de aanbieder dus juist geen belanghebbende bij het indicatie- of pgb-besluit van haar cliënten.

Interessant aan de uitspraak is verder dat de CRvB verduidelijkt dat het besluit alleen aan de budgethouder/cliënt bekend hoeft te worden gemaakt. Een aparte bekendmaking aan de aanbieder is dus niet vereist. Dit is belangrijk omdat met de toezending aan alleen de cliënt het besluit in werking treedt en ook voor de aanbieder de bezwaartermijn van zes weken gaat lopen. Een bezwaarschrift van een aanbieder zal in beginsel niet-ontvankelijk zijn als het later dan zes weken na de toezending van het besluit aan de cliënt wordt ingediend.   

Artikel delen