Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Zorgkantoor heeft mogelijkheid om draaideur-fraudeurs aan te pakken

In fraudezaken komt het met enige regelmaat voor dat frauderende aanbieders proberen hun activiteiten via andere (rechts)personen voort te zetten. Het zou zeer bewerkelijk zijn als in dat geval steeds opnieuw fraude moet worden vastgesteld voordat kan worden ingegrepen. Deze uitspraak van de Centrale Raad van Beroep laat zien dat zorgkantoren de mogelijkheid hebben om eerder actie te ondernemen bij draaideur-fraudeurs.

8 april 2022

Samenvatting

Samenvatting

Een pgb-houder kocht in de zaak die heeft geleid tot deze uitspraak vanaf 2014 zorg in bij een stichting. Na een omvangrijk onderzoek was door het zorgkantoor vastgesteld dat de stichting ten aanzien van de pgb’s van vele budgethouders had gefraudeerd. De bij de stichting betrokken personen zetten na het onderzoek hun activiteiten feitelijk voort via een besloten vennootschap. Deze B.V. is de feitelijke opvolger van de stichting. De budgethouder ging vervolgens haar zorg inkopen bij deze opvolger. In reactie daarop heeft het zorgkantoor de budgethouder aangeschreven met de mededeling dat deze vanaf 1 oktober 2016 de zorg moet inkopen bij een andere zorgverlener en dat er vanaf die datum geen betalingen meer aan de B.V. zullen worden gedaan. De bij de fraude betrokken personen hebben hun activiteiten vervolgens wederom verplaatst naar weer een nieuwe besloten vennootschap en een curator. De budgethouder heeft het zorgkantoor bericht dat deze vanaf 1 oktober 2016 de zorg wil inkopen bij deze opvolgers. Het zorgkantoor trekt vervolgens het pgb in. Het zorgkantoor legt onder meer aan dat besluit ten grondslag dat de budgethouder, door opnieuw zorg in te kopen bij een opvolger van de stichting, niet in staat kan worden geacht om de regie over de zorgverlening te voeren en op doelmatige wijze te voorzien in toereikende zorg van goede kwaliteit.

De budgethouder stelt bezwaar en beroep in tegen het besluit. Uiteindelijk komt de zaak bij de Centrale Raad van Beroep. De Centrale Raad stelt – net als de rechtbank – het zorgkantoor in het gelijk. Daarvoor vindt de Centrale Raad het van belang dat het zorgkantoor nauwkeurig uiteen heeft gezet dat steeds dezelfde personen zich onder de wisselende namen presenteren als de (beoogd) zorgverlener van de budgethouder en dat de B.V. en de curator waar de budgethouder haar zorg wil gaan inkopen feitelijk de opvolgers van de stichting zijn. Belangrijk is daarbij dat de Centrale Raad overweegt dat het daarbij niet uitmaakt dat er geen sprake is van rechtsopvolging in juridische zin. Vanwege de eerdere bevindingen van het zorgkantoor ten aanzien van de stichting mocht het zorgkantoor concluderen dat de budgethouder, door opnieuw zorg in te kopen bij een opvolger van de stichting, niet in staat kan worden geacht om zelf verantwoorde zorg in te kopen. Volgens de Centrale Raad doet het er daarbij niet toe of met de bevindingen ook is komen vast te staan dat de stichting daadwerkelijk heeft gefraudeerd met de pgb’s van haar cliënten.

Kort gezegd lijkt uit de uitspraak te kunnen worden afgeleid dat als het zorgkantoor op basis van een onderzoek fraude heeft vastgesteld ten aanzien van een bepaalde zorgaanbieder en een budgethouder vervolgens wederom zorg inkoopt bij een feitelijke opvolger van die aanbieder om die reden het pgb kan worden ingetrokken. Uiteraard kan dit alleen met inachtneming van het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel. Om aan die beginselen te kunnen voldoen is het belangrijk dat i) nauwkeurig uiteen kan worden gezet dat de nieuwe zorgverlener feitelijk de opvolger is van de eerdere aanbieder ten aanzien waarvan fraude is vastgesteld en ii) de budgethouder voldoende gelegenheid heeft gehad om vrijwillig voor een andere zorgaanbieder te kiezen. Interessant is daarbij dat de Centrale Raad niet verlangt dat er ook sprake is van opvolging in juridische zin of dat daadwerkelijk de fraude is komen vast te staan.

Artikel delen