Minister Dekker informeert de Tweede Kamer over de voortgang van de aanpak van jeugdcriminaliteit.

Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van de aanpak van jeugdcriminaliteit.(1) In mijn brief van 28 juni 2019 presenteerde ik uw Kamer deze aanpak die zich richt op vier actielijnen:
1. Meer maatwerk bij vrijheidsbeneming en nazorg.
2. Betere aansluiting bij de ernst van het delict om herhaling te voorkomen. 3. Een snellere reactie op strafbare feiten of overtreding van voorwaarden. 4. Meer interventiemogelijkheden bij specifieke delicten en problematiek.
Op 25 september 2019 heb ik hierover met uw Kamer gesproken in het Algemeen Overleg Justitiële Jeugd.(2) Met deze voortgangsbrief geef ik mede namens de minister van Justitie en Veiligheid inzicht in de stand van zaken en de resultaten die zijn geboekt, waaronder de ontwikkelingen ten aanzien van de justitiële jeugdinrichtingen en de kleinschalige voorzieningen. De aanpak van jeugdcriminaliteit die ik op 28 juni 2019 presenteerde is omvangrijk. In deze brief licht ik daarom alleen een aantal van de belangrijkste resultaten van het afgelopen jaar nader toe. In de bijlage treft u een volledig overzicht van de voortgang op alle vier de actielijnen, waaronder de vorderingen in het internationaal vergelijkend onderzoek naar de strafmaat in het jeugdstrafrecht. Dit onderzoek is gestart en begin 2021 zal ik uw Kamer informeren over de uitkomsten hiervan. Een ander resultaat dat in de bijlage genoemd wordt is het landelijk vaststellen van de taken en verantwoordelijkheden van de organisaties die betrokken zijn bij de handhaving van voorwaarden die zijn opgelegd door het Openbaar Ministerie of de rechtbank. Dit leidt tot slagvaardige en snelle handhaving wanneer een jongere deze voorwaarden overtreedt. Daarnaast dragen de ontwikkelingen ter bevordering van het gebruik van herstelrecht (o.a. werken met het beleidskader en goed informatiemateriaal) bij aan de inzet van onder meer slachtoffer-dadergesprekken en mediation in strafzaken. Dit is van meerwaarde voor het slachtoffer en de jongere, doordat hiermee het gesprek wordt aangegaan en de zaak in veel gevallen sneller kan worden afgehandeld.(3)
Het beeld dat uit de cijfers naar voren komt is dat het aantal minderjarige verdachten na jarenlange daling nu een lichte stijging laat zien.(4) Het is te vroeg om te constateren dat met de recente cijfers sprake is van een trendbreuk. Vorig jaar heb ik uw Kamer bericht dat de recidive onder minderjarige verdachten was toegenomen na jaren van daling en dat ik het WODC heb gevraagd hiernaar een verdiepend onderzoek te doen. De eerste resultaten van dit onderzoek verwacht ik dit najaar. Ondertussen vervolg ik de persoonsgerichte aanpak die ik de afgelopen jaren samen met de partners in de jeugdstrafrechtketen actief heb ingezet vanaf de eerste signalen van afglijden tot en met een sluitende nazorg.
Naast deze reeds ingezette aanpak is er een aantal actuele ontwikkelingen die mij zorgen baren en die om een passende reactie vragen. Ik doel op de verharding van de jeugdcriminaliteit en in het bijzonder de ernstige incidenten als gevolg van wapenbezit onder minderjarigen. Dit alles in een tijd waarin de jeugdstrafrechtketen inspeelt op de noodzakelijke maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken. Omdat de kracht van een goede aanpak mede zit in een snelle en adequate reactie op nieuwe uitdagingen zal ik daar in deze brief ook op in gaan.
Gevolgen coronavirus en bijbehorende maatregelen
Op dit moment stellen de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus iedereen voor forse nieuwe uitdagingen.(5) Zo ook voor de ketenpartners in de jeugdstrafrechtketen. Er is kort na het ontstaan van de coronacrisis binnen de jeugdstrafrechtketen een overleg ingesteld om de acute knelpunten snel in beeld te kunnen krijgen en waar haalbaar te ondervangen zodat de cruciale werkprocessen zo goed mogelijk doorgang vinden. Ik heb respect voor de creativiteit, betrokkenheid en flexibiliteit waarmee de jeugdstrafrechtketen zich in blijft zetten voor het terugdringen en voorkomen van jeugdcriminaliteit. Ook in deze tijden blijft de urgentie van een effectieve aanpak van de jeugdcriminaliteit zowel off- als online immers onverminderd hoog.
Door de coronamaatregelen is de toepassing van digitale mogelijkheden in een stroomversnelling gekomen. Dat geldt ook voor de jeugdstrafrechtketen. Zo wordt door de justitiële jeugdinrichtingen meer gebruik gemaakt van telehoren. Daarnaast zijn er digitale mogelijkheden ingezet om contact te houden met jongeren en is er weer gestart met de uitvoering van taakstraffen binnen de kaders van het RIVM. Zowel bij Halt als bij werk- en leerstraffen die de Raad voor de Kinderbescherming uitvoert, wordt een deel van de afdoening of straf digitaal uitgevoerd. De afdoening wordt in deze gevallen gemonitord met videogesprekken. De ontwikkeling van digitale werkopdrachten geeft mogelijkheden om meer maatwerk te bieden en zo ook aan te sluiten bij de risicofactoren van de individuele jongere. Hiermee is een logistiek knelpunt omgebogen tot een innovatieve oplossing, waarvan wordt bekeken of deze structureel ingezet kan worden.
Messencriminaliteit
Recent is er veel aandacht voor de verharding van criminaliteit, zoals messencriminaliteit en wapenbezit, en dan met name onder jongeren. De minister van Justitie en Veiligheid heeft uw Kamer op 3 februari jl. geïnformeerd over de ernstige incidenten waartoe dit heeft geleid en over de ingezette aanpak.(6) Mijn collega en ik delen de zorgen van de burgemeesters. In een rondetafelgesprek op 19 juni jl. hebben wij samen gesproken met een aantal burgemeesters die met dit soort incidenten te maken heeft. Daarbij waren ook politie, Openbaar Ministerie en jongeren aanwezig. Een van de conclusies hierbij was dat het wapenbezit en het wapengebruik onder jongeren niet normaal mag zijn. Ook waren de aanwezigen het erover eens dat een effectieve aanpak bestaat uit een combinatie van preventie en repressie met alle betrokken partijen.
Met de burgemeesters is afgesproken om gezamenlijk een actieplan op te stellen tegen illegaal wapenbezit onder jongeren. In dit actieplan komen deels preventieve en deels repressieve maatregelen naar voren, zodat er een multi- aanpak mogelijk wordt in gemeenten waar het wapenbezit onder de jeugd een urgent probleem is. Mijn collega en ik informeren uw Kamer na de zomer over het actieplan. Daarnaast heb ik aangekondigd een toolbox te maken waarin zowel de interventiemogelijkheden als -bevoegdheden met hun juridische grondslag voor de verschillende betrokkenen zijn uitgewerkt.
Verharding
De signalen dat jongeren verharden in de aard van de criminaliteit waarbij zij betrokken raken vind ik zorgelijk. Scholenkoepels sloegen eerder dit jaar alarm over de ernstige incidenten die plaatsvinden op en om scholen. Om de oorzaken te kunnen achterhalen is onderzoek nodig. Door mijn collega is al uit de ondermijningsgelden een grootschalig meerjarig onderzoeksprogramma naar betrokkenheid van jongeren bij zware en georganiseerde criminaliteit voorgedragen voor plaatsing op de Nationale WetenschapsAgenda.(7) In zijn brief van 18 juni jl. met daarin de uitwerking van het breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit geeft mijn collega aan dat met name kinderen, jongeren en jongvolwassenen in sociaaleconomisch zwakkere wijken te gemakkelijk in de georganiseerde criminaliteit terecht komen. Onder meer de verleiding van snel en veel geld trekt deze kwetsbare jongeren de verkeerde kant op en nog lastiger is het voor deze jongeren om, eenmaal in de criminaliteit, daar weer uit te stappen. Daarom wordt dit jaar in acht gemeenten een geïntegreerde aanpak vormgegeven, gericht op het voorkomen van criminele carrières van jongeren en jongvolwassenen. Met deze aanpak gaan we lerend evalueren, zodat de werkwijzen en uitkomsten in deze gemeenten als voorbeeld en input kunnen dienen voor andere gemeenten en de bredere toekomstige aanpak. Daarnaast wil ik met de ketenpartners en experts in gesprek over hun visie op en ervaringen met deze zorgelijke ontwikkeling van verharding. In oktober organiseer ik een expertsessie gericht op het kunnen duiden van de oorzaken, waarna ik onder meer in samenwerking met de jeugdketen kan bepalen of en zo ja, welke aanpassingen in de huidige aanpak nodig zijn. Ik wil voorts dat er bij de tenuitvoerlegging van sancties meer aandacht komt voor die verharding. Het is daarom goed dat in de jeugdzorgregio Amsterdam een begin wordt gemaakt met de ontwikkeling van een integrale jeugdreclasseringsbegeleiding gericht op ondermijnende criminaliteit. Hierbij is specifiek aandacht voor jongeren met een licht verstandelijke beperking die door hun beïnvloedbaarheid en impulsiviteit extra kwetsbaar zijn voor ronselpraktijken. Ik vind het belangrijk dat bij deze complexe problematiek de expertise en ervaring vanuit de praktijk wordt
verbonden met wetenschappelijke kennis.(8) Zorgverleners werken dan ook samen met jongeren met een licht verstandelijke beperking, experts, ouders, scholen en met wetenschappers. Hierbij is de bedoeling om naast ruimte voor experiment zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande structuren, waarna de jeugdreclassering en partners de opbrengsten landelijk kunnen toepassen.
Ouderbetrokkenheid
De bijeenkomst van 19 juni jl. maar ook de ontwikkelingen in de samenleving op het gebied van verharding maken dat ik een verkenning start naar de mogelijkheden om ouders meer dwingend te betrekken bij het voorkomen van crimineel gedrag van hun kind. De bijeenkomst over steekincidenten onder jongeren was ook voor enkele burgemeesters aanleiding om te pleiten voor het méér aanspreken van ouders op het strafbare gedrag van hun kind, hetzij via het strafrecht, hetzij via het bestuursrecht. Ouders (of de wettelijke verzorgers) zijn immers primair verantwoordelijk voor de opvoeding en ontwikkeling van hun kind. Als het kind strafbare feiten pleegt, houdt deze ouderlijke verantwoordelijkheid niet op, integendeel. Onmacht van de ouder(s) kan er mede de oorzaak van zijn dat kinderen afglijden in de criminaliteit.(9) Gelet hierop moeten ouders zo nodig met drang of dwang ondersteuning krijgen en actief meewerken om verder afglijden van hun kind te voorkomen. Een voorbeeld kan zijn het Britse Youth Justice System, dat bij wet voorziet in het opleggen aan de ouders van maatregelen. Daarbij gaat het om het opleggen aan de ouders van een boete en/of schadevergoeding, de maatregel van vrijwillige dan wel door de rechter opgelegde opvoedingsondersteuning, of een strafrechtelijk afgedwongen belofte van de ouders dat zij goed voor hun kind zullen zorgen, regels zullen stellen en toezicht zullen houden.(10) Ik wil verkennen wat de ervaringen met deze maatregelen zijn en of deze kunnen bijdragen aan het meer effectief maken van de Nederlandse aanpak.
Aanpak jonge cyberdelinquenten
Tijdens deze kabinetsperiode is geïnvesteerd in de aanpak van jeugdige cyberdelinquenten. Er is prioriteit gegeven aan wetenschappelijk onderzoek naar daderprofielen en effectieve interventies voor deze doelgroep. Het onderzoek geeft aan dat de diversiteit onder cyberdaders groot is. Voor een op maat gesneden (strafrechtelijke) interventie voor online delictgedrag is daarom van belang risicofactoren en de wijze waarop deze het delictgedrag in de online omgeving beïnvloeden beter in kaart te brengen. Het huidige Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ) is hiervoor niet toereikend. Het bestaande instrumentarium wordt daarom naar verwachting dit najaar aangepast of aangevuld.(11) Daarnaast is er een nieuwe interventie ontwikkeld (Hack_Right) en is een bestaande leerstraf aangevuld voor deze doelgroep (Tools4U voor onlinedaders).(12)
Om cybercrime te voorkomen ondersteun ik de preventieve cybercrimecampagne ‘je bent een klik verwijderd van cybercrime’ van de politie. Het eerste deel van deze campagne was een groot succes. Een miljoen jongeren is via een groot gamingplatform, een bekende influencer en de website scholieren.com bereikt. In totaal zijn zelfs meer dan 10 miljoen Nederlanders door de campagne bereikt. In het najaar van 2020 start het tweede deel van deze campagne, waarbij onder andere wordt samengewerkt met scholen. In april en mei 2020 is, omdat veel jongeren vanwege de coronamaatregelen thuis zitten en de gelegenheid voor onlinecriminaliteit daardoor toeneemt, een korte flitscampagne uitgevoerd. Op 29 juni jl. is uw Kamer geïnformeerd over de totale aanpak cybercrime.(13)
Jongeren met een laag IQ
Van jongeren met een laag IQ (waaronder jongeren met een LVB) is bekend dat zij een groter risico lopen om af te glijden in de criminaliteit, doordat deze jongeren dit risico zelf nauwelijks inzien. Een aanpak gebaseerd op vroege signalering is hierbij van groot belang. Daarom ondersteun ik interventies gericht op twaalfminners zoals Basta! en Alles Kidzzz, onder andere om de bekendheid bij de verschillende partners te vergroten en daarmee het gebruik van deze erkende interventies te bevorderen. Op 30 september a.s. organiseer ik daarnaast een conferentie met als thema ‘Vroegsignalering en preventie bij kinderen enjeugdigen (8-23 jaar)’. Het doel van de conferentie is urgentie creëren voor deze jonge doelgroep en het delen van informatie over effectieve maatregelen en interventies.
Jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) zijn oververtegenwoordigd in de strafrechtketen.(14) We zorgen er daarom voor dat in het dagelijkse werk van de strafrechtketen structurele aandacht is voor LVB. Om de professionals in de strafrechtketen hierbij te ondersteunen heeft mijn Ministerie samen met de partners verschillende hulpmiddelen ontwikkeld. Zo werken diverse ketenpartners met de Screener voor Intelligentie en LVB (SCIL) om (een vermoeden van) LVB tijdig te kunnen signaleren. Dit gebeurt indien nodig via telehoren. Daarnaast is samen met ervaringsdeskundigen een virtual reality-simulatie ontwikkeld om professionals bewust te maken van de impact van een LVB.
Adolescentenstrafrecht
Kwetsbare jongvolwassenen hebben soms een ontwikkelingsachterstand. Wanneer er meer effect wordt verwacht van een intensievere behandeling dan kan het adolescentenstrafrecht (ASR) worden toegepast. Het WODC is nu bezig met een effectstudie waarbij zowel naar recidive als naar de ontwikkeling in bepaalde leefgebieden wordt gekeken. In het najaar vindt een expertmeeting plaats over het adolescentenstrafrecht. Ik bericht uw Kamer begin 2021 separaat over de ontwikkelingen en aanpak van het adolescentenstrafrecht op basis van de ervaringen van professionals en onderzoeken die zijn uitgevoerd. Ook kom ik dan met een inhoudelijke reactie op het rapport ‘achterlopende ontwikkeling’.15 Dit onderzoek evalueert de bestaande screening voor het ASR op basis van de laatste wetenschappelijke (neuropsychologische) kennis.
Jeugdhulp in strafrechtelijk kader
Van jeugdhulp in strafrechtelijk kader is bekend dat dit niet altijd tijdig beschikbaar is en dat ook niet altijd de meest passende jeugdhulp wordt ingezet. In de aanpak jeugdcriminaliteit kondigde ik aan hiernaar een onderzoek te laten uitvoeren. Het rapport treft u als bijlage aan bij deze brief.(16) De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ik hebben in de brief Perspectief voor de Jeugd aangegeven dat specialistische jeugdhulp, waaronder deze hulp in het strafrechtelijke kader, op regionaal niveau moet worden ingekocht en dat voor een aantal vormen van jeugdhulp ook bovenregionale afstemming nodig is.(17) Het gaat dan onder andere om intensieve specialistische jeugdhulp. Dit heeft ook betrekking op sommige vormen van jeugdhulp in strafrechtelijk kader. De onderzoekers geven aan dat dit een stap voorwaarts is. Voldoende schaalgrootte om de benodigde kennis en expertise te borgen en betere aansluiting op de justitiële keten te organiseren is hard nodig. Op die manier kunnen eenduidige randvoorwaarden en kwaliteitseisen worden opgesteld. Ik ben hierover in overleg met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, jeugdhulpaanbieders en betrokken justitiële ketenpartners.
Doorlooptijden
In mijn aanpak jeugdcriminaliteit berichtte ik uw Kamer over de te lange doorlooptijden die onder andere veroorzaakt zijn doordat de Kalsbeeknormen niet meer passen bij de huidige werkprocessen. Daarom ben ik in gesprek met de ketenpartners. Er worden stappen gezet om nieuwe normen te ontwerpen, maar zo’n proces kost tijd en wordt bemoeilijkt door de coronacrisis. Door de crisis wordt nu begrijpelijkerwijs urgentie gegeven aan het aanpassen van het werk van de strafrechtketen aan de coronamaatregelen. Zoals bekend heeft het werk zich door dit alles verder opgehoopt. De focus van de gehele strafrechtketen, de jeugdstrafrechtketen inbegrepen, richt zich nu echter niet alleen op het wegwerken van voorraden, maar ook op het ontwikkelen van andere wijzen van werken zoals digitaal werken. Uw Kamer is hierover apart geïnformeerd bij brief van 23 april 2020.(18) Ondertussen scherpen de ketenpartners hun manier van werken aan en wordt constructief samengewerkt om de ontstane voorraden weg te werken.(19)
1) Kamerstukken II 2019/20, 28741, nr. 53.
2) Kamerstukken II 2019/20, 28741, nr. 72.
3) Kamerstukken II 2019/20, 29279, nr. 560.
4) Verdachten; geslacht, leeftijd, migratieachtergrond en generatie, CBS (20 maart 2020).
5) Kamerstukken II 35 300 VI, nr. 126.
6) Kamerstukken II 2019/20, 28684, nr. 598.
7) Kamerstukken II 2020 Z, nr. 11556.
8) Zie bijvoorbeeld: De onzichtbare invloed van bovenlokale criminele netwerken op de wijk, Tijdschrift voor de politie (2017).
9) Zie onder meer de meta-analyse naar de relatie tussen opvoeding en crimineel gedrag van Machteld Hoeve e.a.: The relationship between parenting and delinquency, a meta-analysis, Journal of Abnormal Child Psychology (2009) 37: 749-775; en Jordan Beardslee ea: Parental disengagement in childhood and adolescent male gun carrying, Pedriatics (2019), volume 143, nummer 4.
10) 1. Order to pay costs compensations of fines: Section 55 Children and Young Persons Act 1993; Section 137 Powers of Criminal Courts (Sentencing) Act 2000. 2. Parenting contract: Section 24 subsection 2 Anti-social Behaviour Bill. 3. Parenting Order: Section 8 Youth Crime and Disorder van de Crime and Disorder Act 1998; Section 18 Anti-social Behaviour Act 2003. 4. Binding over parents: Section 150, subsection 1 Powers of Criminal Courts (Sentencing) Act 2000.
11) Het LIJ is ontwikkeld voor jongeren van 12-18 jaar die met politie en justitie in aanraking komen. Het LIJ berekent het recidive risico en geeft een profiel van aanwezige beschermende en risicofactoren en eventuele zorgsignalen. Op basis daarvan kan worden bepaald welke strafrechtelijke aanpak en eventuele zorg de jongere nodig heeft.
12) Hack_Right is een alternatief of aanvullend straftraject voor jongeren (12-23 jaar) die voor een eerste cyberdelict worden veroordeeld. Het doel van Hack_Right is om recidive te voorkomen en het talent van jongeren verder te ontwikkelen binnen de kaders van de wet. Dit project is onderdeel van het projectenlab Koers en kansen voor de sanctie uitvoering.
13) Kamerstukken II 2020 Z, nr. 12424.
14) Mensen met een licht verstandelijke beperking in het justitiële domein, NJB (2016).
15) Kamerstukken II 2019/20, 28741, nr. 76.
16) Jeugdhulp in strafrechtelijk kader (knelpunten in de advisering en tenuitvoerlegging en eerste oplossingsrichtingen) AEF (1 mei 2020).
17) Kamerstukken II 2019/20, 31839, nr. 723.
18) Kamerstukken II 2019/20, 35 300 VI, nr. 126.
19) Kamerstukken II 2020 Z, nr. 12177.
Bekijk hier de volledige Kamerbrief over voortgang aanpak jeugdcriminaliteit
Bijlagen:
- Voortgang aanpak jeugdcriminaliteit
- Jeugdhulp in Strafrechtelijk kader
