Alleenstaande ouders krijgen vanaf 1 januari 2015 een norm die gelijk is aan die voor een alleenstaande. Dat is ruim € 250 minder ten opzichte van de norm zoals die voor alleenstaande ouders gold tot 1 januari 2015.
Ter compensatie is het kindgebondenbudget (maandelijkse toeslag van de Belastingdienst als bijdrage in de kosten van kinderen tot achttien jaar) verhoogd met de zogenoemde alleenstaande-ouderkop (ALO-kop). Deze ALO-kop bedraagt voor 2024 € 3.480 (€ 290 per maand).
Door een verschil in het begrip alleenstaande ouder tussen de bijstandsregels en de belastingregels heeft niet iedereen die voor de bijstand als alleenstaande ouder wordt beschouwd recht op de ALO-kop. Sommige personen die voor de bijstand als alleenstaande ouder worden beschouwd (omdat ze feitelijk als alleenstaande ouder leven), zijn dit voor de Belastingdienst bij het kindgebonden budget niet vanwege het hebben van een toeslagpartner. Als toeslagpartner voor het kindgebonden budget wordt beschouwd de echtgenoot of geregistreerd partner (ook als deze niet op hetzelfde adres ingeschreven staat). Als er geen echtgenoot of geregistreerd partner is, kan ook iemand anders op hetzelfde adres toeslagpartner zijn (bijvoorbeeld een kind, kleinkind, ouder, grootouder, broer of zus). Als gevolg hiervan kunnen personen die voor de bijstand alleenstaande ouder zijn, geen recht op de ALO-kop hebben, bijvoorbeeld als er sprake is van een inwonende moeder, een inwonende niet-rechthebbende partner of een partner in detentie.
Het niet-ontvangen van de ALO-kop (terwijl de cliënt feitelijk wel leeft als een alleenstaande ouder) kan in de praktijk leiden tot grote financiële problemen. Veel gemeenten hebben daarom als beleid dat onder bepaalde voorwaarden aan de alleenstaande ouder extra algemene bijstand wordt toegekend (ter hoogte van de ALO-kop) als compensatie voor het gemis van de ALO-kop als de toeslagpartner niet feitelijk kan bijdragen. De bijstand wordt dan met art. 18 lid 1 Pw afgestemd op een zodanig bedrag dat daarmee het gemis aan ALO-kop wordt gecompenseerd.
Voorbeeld
Bertha (35) heeft -twee zonen, Jesper en Wessel. Bertha heeft een Pw-uitkering van € 1219,64 per maand. Bertha is nog gehuwd met haar jeugdliefde Juan. Juan woont echter in een andere gemeente. Bertha en Juan zijn uit elkaar en hebben niet de intentie weer bij elkaar te komen (ze zijn duurzaam gescheiden levend). Ze hebben nog geen verzoek bij de rechtbank ingediend voor echtscheiding of scheiding van tafel en bed en daarom wordt Juan door de Belastingdienst nog als haar toeslagpartner gezien. Bertha ontvangt als gevolg daarvan van de Belastingdienst geen ALO-kop. De gemeente waar Bertha woont heeft als beleid om in dit soort gevallen de ALO-kop te compenseren met algemene bijstand. De bijstand van Bertha wordt daarom vastgesteld op € 1.509,64 per maand (haar norm van € 1219,64 + € 290,00 compensatie ALO-kop).