Algemene bijstand is bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan (art. 5 Pw). Hiermee wordt de genormeerde bijstand bedoeld die wordt verleend bij onvoldoende vermogen en inkomsten oftewel de bijstandsuitkering voor levensonderhoud. Met dit bedrag wordt de cliënt geacht in de algemeen noodzakelijke kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien. Hiervan moet de cliënt onder andere de periodiek terugkerende kosten voor bijvoorbeeld eten, drinken, woon- en energielasten, kleding, zorgpremie, enz. betalen.
De hoogte van de bijstandsnorm wordt bepaald door de leeftijd, de leefvorm (alleenstaande/alleenstaande ouder of gehuwd) en het aantal inwonenden waarmee de vaste lasten kunnen worden gedeeld. Daarnaast is er een aparte uitkering voor personen die in een inrichting verblijven. Personen jonger dan achttien jaar hebben als uitgangspunt geen recht op algemene bijstand.
In dit hoofdstuk worden onder andere de volgende onderwerpen behandeld:
recht op algemene bijstand;
vaststelling periode algemene bijstand;
personen jonger dan 18 jaar;
personen van 18 jaar tot 21 jaar;
personen van 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd;
pensioengerechtigden;
personen in een inrichting;
daklozen.