Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Welke norm van toepassing is als bij gehuwden (waaronder gezamenlijke huishouding) een van beide partners geen recht op bijstand heeft (zogenoemde ‘niet-rechthebbende partner’), hangt af van de leeftijd van de rechthebbende en van het al dan niet inwonen van kostendelende medebewoners.

Van een niet-rechthebbende partner is bijvoorbeeld sprake als een van beide partners:

  • niet rechtmatig in Nederland verblijft; of

  • niet in Nederland woonachtig is; of

  • jonger is dan 27 jaar en studeert met WSF 2000; of

  • jonger is dan 18 jaar; of

  • langer dan vier weken buiten Nederland verblijft; of

  • in detentie zit.

Als de rechthebbende 21 jaar of ouder is en geen kostendelende medebewoners heeft, dan bedraagt de norm – als er sprake is van een niet-rechthebbende partner – 50% van de gehuwdennorm die geldt voor gehuwden van 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd, dus 50% van € 1.834,04. Dit is geregeld in art. 24 Pw. Als de rechthebbende 21 jaar of ouder is en hij heeft wel kostendelende medebewoners, dan is de kostendelersnorm van art. 22a Pw van toepassing. De norm zal dan afhangen van het aantal kostendelende medebewoners. Bij de berekening van de kostendelersnorm tellen zowel de rechthebbende zelf als de niet-rechthebbende partner mee, tenzij de niet-rechthebbende op grond van art. 19a Pw niet als kostendelende medebewoner wordt gezien, bijvoorbeeld omdat deze studeert.

Als de rechthebbende jonger dan 21 jaar is, dan bedraagt zijn norm 50% van de gehuwdennorm die voor hem zou gelden als hij gehuwd zou zijn met een rechthebbende echtgenoot van 18 tot 21 jaar. Ook dit is geregeld in art. 24. Het maakt daarbij niet uit of er wel of geen kostendelende medebewoners zijn.

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

norm rechthebbende bij gehuwden waarbij één partner niet-rechthebbend is

met kostendelende medebewoners

zonder kostendelende medebewoners

rechthebbende 21+

kostendelersnorm

50% van € 1.834,04

rechthebbende 18-21 jaar

– zonder kinderen

50% van € 633,88

50% van € 633,88

– met kinderen

50% van € 1.000,69

50% van € 1.000,69

Voorbeeld

Hans (35) voert een gezamenlijke huishouding met Agnieska (32). Ze hebben geen kinderen, maar wel een Pw-uitkering (norm gehuwden). Agnieska verblijft niet-rechtmatig in Nederland. Hans krijgt als gevolg daarvan een uitkering ter hoogte van 50% van de gehuwdennorm (€ 917,02 per maand).

Voorbeeld

Harry (35) is gehuwd met Hannie (32). Ze hebben geen kinderen, maar wel een Pw-uitkering (norm gehuwden). Hannie gaat vanaf 1 oktober voor twaalf weken naar haar nicht in Egypte. Ze zijn geen van beiden dit jaar al naar het buitenland geweest. Na vier weken wordt de norm van Harry aangepast naar 50% van de gehuwdennorm (€ 917,02 per maand).

Voorbeeld

Joke (42) is getrouwd met Gernand (43). Ze ontvangen een Pw-uitkering, norm gehuwden (€ 1.834,04 per maand). Bij een mislukte drugsdeal wordt Gernand opgepakt door de politie. Gernand gaat vanaf 1 april in detentie. Gernand is vanaf dat moment een niet-rechthebbende partner. Joke krijgt daarom op grond van art. 24 Pw vanaf 1 april een uitkering ter hoogte van 50% van de gehuwdennorm (€ 917,02 per maand).

Bij gehuwden is art. 24 Pw ook van toepassing als de niet-rechthebbende partner niet het hoofdverblijf in dezelfde woning heeft (en ze niet duurzaam gescheiden levend zijn), bijvoorbeeld als de partner in het buitenland woont. Bij gezamenlijke huishouding ligt dat anders. Dan geldt als voorwaarde dat beide partners hun hoofdverblijf in dezelfde woning moeten hebben. Als dat niet het geval is dan is ook art. 24 Pw niet van toepassing.

Voorbeeld

Piet (34) is gehuwd met Carla (32). Piet woont in Den Haag en heeft een uitkering van de gemeente Den Haag. Carla woont in Noorwegen. Er is geen sprake van duurzaam gescheiden leven Carla is een niet-rechthebbende partner en Piet krijgt daarom van de gemeente Den Haag een Pw-uitkering ter hoogte van 50% van de gehuwdennorm.

Voorbeeld

Bouke (35) heeft al vier jaar een (liefdes)relatie met Klara (36). Ze zijn niet gehuwd en wonen ook niet bij elkaar. Bouke woont in Utrecht en Klara in Tsjechië. Hoewel Bouke een ‘partner’ heeft die geen recht op bijstand heeft, wordt Klara niet gezien als niet-rechthebbende partner. Art. 24 Pw is hier – omdat ze niet gehuwd zijn – dan ook niet van toepassing. Aangezien Bouke alleen woont krijgt hij van de gemeente Utrecht de volledige norm alleenstaande.

Het inkomen van een inwonende niet-rechthebbende partner wordt slechts in aanmerking genomen voor zover het totale inkomen van de gehuwden tezamen meer bedraagt dan de norm gehuwden die zou gelden als beiden recht zouden hebben op een uitkering (art. 32 lid 3 Pw).

Voorbeeld

Jürgen (27) en Nienke (25) zijn gehuwd. Ze hebben twee zonen Gijs (5) en Pim (3). Er wonen geen kostendelende medebewoners bij hen in huis. Ze krijgen de norm gehuwden van € 1.834,04.

Als Jürgen een niet-rechthebbende partner zou zijn (bijvoorbeeld niet rechtmatig in Nederland), dan zou Nienke op basis van art. 24 Pw de norm 50% van € 1.834,04 = € 917,02 krijgen. Als Jürgen dan inkomen zou hebben dan wordt hetgeen Nienke en Jürgen samen meer hebben dan de norm gehuwden (in dit geval € 1.834,04), in mindering gebracht op de uitkering van Nienke. Stel dat Jürgen € 1200 aan inkomsten heeft, dan is hun gezamenlijk inkomen van € 2.117,02 dus € 282,98 meer dan de gehuwdennorm. Er wordt dan € 282,98 in mindering gebracht op de uitkering van Nienke.

Art. 24 Pw geldt ook bij gehuwden waarvan een van beide partners in het buitenland woont en er geen sprake is van duurzaam gescheiden leven. In die situatie (niet-rechthebbende partner niet inwonend) wordt rekening gehouden met het inkomen van de niet-rechthebbende partner voor zover dat zijn (aldaar geldende) bijstandsnorm te boven gaat.

Voorbeeld

Cora (36) is getrouwd met Angelo (38). Ze hebben samen twee kinderen, Xabi (8) en Andres (6). Angelo woont in Spanje. Ze wonen niet bij elkaar, maar zijn niet van plan te gaan scheiden. Omdat Andres een niet-rechthebbende partner is, heeft Cora recht op een uitkering van 50% van de gehuwdennorm. Stel dat Angelo in Spanje een inkomen heeft van € 1400 per maand en zijn bijstandsnorm daar zou € 1000 per maand zijn, dan wordt het meerdere (€ 400 per maand) in mindering gebracht op de uitkering van Cora.

Als de inwonende niet-rechthebbende partner niet-rechtmatig in Nederland is, heeft dat voor de rechthebbende tot gevolg dat deze geen recht heeft op de ALO-kop en ook niet op huur- en zorgtoeslag van de Belastingdienst. In een dergelijke situatie kan de gemeente zoals hiervoor al aangegeven het gemis aan ALO-kop compenseren door de (algemene) bijstand af te stemmen op een hoger bedrag (op grond van art. 18 lid 1). Het gemis aan huur- en zorgtoeslag moet volgens CRvB-jurisprudentie niet worden gecompenseerd door toekenning van bijstand (zie CRvB 6 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1600 en 1618).

Voorbeeld

Ellis (36) woont samen (gezamenlijke huishouding) met Jessica (42). Bij hen in wonen de twee kinderen van Ellis en Jessica. Jessica verblijft niet-rechtmatig in Nederland. Omdat Jessica een niet-rechthebbende partner is, heeft Ellis recht op een uitkering van 50% van de gehuwdennorm. Ellis komt niet in aanmerking voor de ALO-kop (want ze heeft een partner en wordt door de Belastingdienst daarom niet gezien als alleenstaande ouder). Evenmin komt ze in aanmerking voor huur- en zorgtoeslag (vanwege inwoning van een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende partner). Als Jessica niet kan bijdragen, compenseert de gemeente de gederfde ALO-kop door (met toepassing van art. 18 lid 1 Pw) de uitkering van Ellis te verhogen met een bedrag ter hoogte van de ALO-kop. Compensatie van het niet ontvangen van huur- en zorgtoeslag krijgt Ellis niet.

Compensatie van het gemis aan ALO-kop is bijvoorbeeld ook mogelijk in de situatie dat de partner in het buitenland woont (zie paragraaf 5.6). Meerdere gemeenten compenseren bij verblijf van de partner in het buitenland, waardoor de rechthebbende slechts 50% van de gehuwdennorm ontvangt, naast de ALO-kop – onder bepaalde voorwaarden – ook het bedrag aan uitkering dat wordt gemist als gevolg van de toepassing van art. 24 Pw. Deze gemeenten verhogen dan bijvoorbeeld de uitkering van € 917,02 (50%-norm) tot € 1.573,83 (70% + gemiste ALO-kop).

Voorbeeld

Frank (39) is gehuwd met Melina (32). Frank woont met zijn twee zonen in de gemeente Utterloo. Melina woont in Nigeria. Ze zijn niet van plan hun relatie te beëindigen, maar kunnen door de politieke toestand in Nigeria niet bij elkaar wonen. Omdat Frank een niet-rechthebbende partner heeft krijgt hij een uitkering ter hoogte van 50% van de gehuwdennorm. Omdat hij een toeslagpartner heeft krijgt hij van de Belastingdienst niet de ALO-kop. De gemeente Utterloo heeft als beleid dat in dit soort situaties zowel het gemis van de ALO-kop als van de 20% kan worden gecompenseerd. Zijn uitkering van 50% van de gehuwdennorm wordt verhoogd met € 290,00 (voor gemis ALO-kop) en € 366,81 (voor gemis 20%).