Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Hoofdregel

Als uitgangspunt wordt de bijstand per kalendermaand vastgesteld (art. 45 lid 1 Pw).

Dit is vooral van belang bij het korten van inkomsten. Als over een kalendermaand de inkomsten hoger zijn dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bestaat er geen recht op algemene bijstand. Zijn de inkomsten over een kalendermaand lager dan deze bijstandsnorm, dan bestaat er wel recht op algemene bijstand (art. 19 lid 1 onder a Pw). De inkomsten worden dan aangevuld tot de bijstandsnorm. Het maakt niet uit op hoeveel dagen van deze maand deze inkomsten betrekking hebben.

Voorbeeld

Inge (31) heeft een bijstandsuitkering (norm alleenstaande: € 1219,64 per maand, exclusief vakantietoeslag). In de maand april werkt ze van 9 april tot 18 april. Ze verdient hiermee € 500. Deze inkomsten worden in mindering gebracht op haar uitkering van de maand april. Inge krijgt in april € 719,64 uitgekeerd.

Afwijking hoofdregel

Op grond van art. 45 lid 3 Pw wordt de algemene bijstand in de volgende drie situaties (in afwijking van de bovenstaande hoofdregel) vastgesteld over een deel van de kalendermaand:

  1. de cliënt heeft voorafgaand aan de bijstandsverlening gedurende ten minste dertig dagen geen algemene bijstand ontvangen;

  2. de cliënt heeft volgend op de bijstandsverlening gedurende ten minste dertig dagen geen algemene bijstand ontvangen;

  3. de cliënt heeft anderszins geen recht op algemene bijstand.

Daarnaast heeft de gemeente op basis van art. 45 lid 2 Pw de mogelijkheid de bijstand in individuele gevallen vast te stellen over een andere periode dan per kalendermaand.

Deze vier situaties uit art. 45 lid 2 en 3 Pw worden hierna behandeld.

1. Voorafgaand aan bijstandsverlening minimaal dertig dagen geen algemene bijstand ontvangen

Als een cliënt algemene bijstand aanvraagt en hij voorafgaand aan de bijstandsverlening minimaal dertig dagen geen algemene bijstand heeft ontvangen (bijvoorbeeld vanwege werk, studiefinanciering of andere uitkering), wordt de bijstand in afwijking van de hoofdregel niet vastgesteld over de hele kalendermaand, maar over het deel van de maand waarover recht op bijstand bestaat.

Voorbeeld

Tinus heeft tot 15 april een WW-uitkering gehad. Aan Tinus wordt vanaf 15 april een Pw-uitkering toegekend. De bijstandsuitkering wordt op grond van art. 45 lid 3 onder a Pw niet vastgesteld over de hele maand april (hoofdregel), maar over de periode
15 april tot 1 mei. De inkomsten over de periode van 1 april tot 15 april worden niet gekort op de uitkering.

2. Volgend op bijstandsverlening minimaal dertig dagen geen algemene bijstand ontvangen

Als de bijstandsuitkering van een cliënt wordt beëindigd (bijvoorbeeld vanwege werkaanvaarding) en hij minimaal dertig dagen geen algemene bijstand ontvangt, wordt de bijstand bij de beëindiging in afwijking van de hoofdregel niet vastgesteld over de hele kalendermaand, maar over een deel van de maand.

Voorbeeld

Sientje heeft een Pw-uitkering. Per 15 april vindt Sientje een volledige baan bij een autodealer. Per 15 april wordt de bijstand beëindigd. De bijstandsuitkering wordt vastgesteld over de periode van 1 april tot 15 april en dus niet over hele maand. De inkomsten van Sientje over de periode van 15 april tot 1 mei worden buiten beschouwing gelaten.

Als een uitkering van een cliënt (vanwege andere inkomsten, meestal uit werk) wordt beëindigd en de cliënt alsnog binnen dertig dagen weer in de uitkering komt, wordt de bijstand conform de hoofdregel (oftewel vaststelling bijstand over hele kalendermaand) vastgesteld. Dit betekent dat de uitkering vanaf de oorspronkelijke einddatum wordt heropend en de verworven inkomsten over deze periode alsnog worden verrekend. Dit doet zich vaak voor bij (kortdurend) uitzendwerk.

Voorbeeld

Het werk zit er helaas voor Sientje (van het vorige voorbeeld) per 29 april alweer op. Ze heeft met twee weken werk € 500 verdiend. Aangezien ze binnen dertig dagen na de werkaanvaarding terug in de bijstand komt, wordt haar uitkering heropend vanaf 15 april. De hoofdregel is van toepassing, hetgeen betekent dat ze uitkering ontvangt over de hele maand april en de inkomsten (€ 500) over deze maand worden verrekend.

Bepalend bij deze dertigdagentermijn is de datum van de aanvraag. Als een cliënt minder dan dertig dagen heeft gewerkt, maar pas meer dan dertig dagen na de beëindiging opnieuw bijstand aanvraagt, dan is de hoofdregel niet van toepassing. De uitkering wordt dan toegekend vanaf de aanvraagdatum en de verdiende inkomsten worden dan niet verrekend.

3. Anderszins geen recht op algemene bijstand

Als een cliënt algemene bijstand aanvraagt, wordt de bijstand over een deel van de kalendermaand vastgesteld als er ‘anderszins’ een bepaalde periode geen recht op algemene bijstand bestaat (ook als deze periode minder dan dertig dagen is). Te denken valt hierbij aan geen recht op uitkering vanwege detentie, een te lang verblijf in het buitenland of het niet voldoen aan de inlichtingenplicht. Het recht op bijstand wordt dan alleen vastgesteld over die dagen van de kalendermaand waarin recht op bijstand bestaat.

Voorbeeld

Kees (34) heeft al drie jaar een Pw-uitkering. Kees mag vier weken per kalenderjaar met behoud van uitkering buiten Nederland op vakantie. Kees gaat van 12 juli tot 22 augustus naar Brazilië. De uitkering van Kees wordt per 9 augustus (na vier weken) stopgezet. Als Kees zich op 22 augustus bij de sociale dienst meldt en een uitkering aanvraagt, wordt zijn uitkering toegekend vanaf 22 augustus. De bijstand wordt vastgesteld voor dat deel van de kalendermaand waarover recht op bijstand bestaat, dus vanaf 22 augustus.

4. Andere periode dan een kalendermaand

In afwijking van het bovenstaande heeft de gemeente op basis van art. 45 lid 2 Pw de mogelijkheid de bijstand in individuele gevallen vast te stellen over een andere periode dan per kalendermaand. Dit kan bijvoorbeeld spelen bij een freelancer die regelmatig hoge inkomsten heeft en andere maanden geen of lage inkomsten. De gemeente heeft dan de mogelijkheid de hoge inkomsten aan een langere periode dan een kalendermaand toe te rekenen.

Voorbeeld

Frank (38) werkt telkens voor zes weken op een olieplatform en is daarna zes weken thuis. Tijdens de zes weken op het olieplatform verdient hij maar liefst € 6.000. Voor de zes weken thuis zal er voor hem geen recht op Pw-uitkering bestaan, omdat de gemeente de hoge inkomsten over de periode op het olieplatform ook toerekent aan de periode dat Frank zonder inkomsten zit, waardoor Frank geacht wordt ook over deze periode niet in bijstandsbehoevende omstandigheden te verkeren.