De gemeente kan ook besluiten een lagere norm toe te kennen aan schoolverlaters. Op grond van art. 28 Pw heeft de gemeente de mogelijkheid om schoolverlaters de eerste zes maanden na einde studie (waarbij WSF of WTOS is ontvangen) een lagere uitkering toe te kennen door het toepassen van een schoolverlaterskorting. De gemeente kan voorkomen dat de schoolverlater een Pw-uitkering ontvangt die aanzienlijk hoger is dan het voormalig inkomen van de schoolverlater uit de studiefinanciering. Een dergelijke toename van inkomen zou in de praktijk uitstroombelemmerend kunnen werken. De gemeente moet dit vastleggen in beleidsregels.
De verlaging bij een schoolverlater kan enkel worden toegepast in de eerste zes maanden na beëindiging van de studiefinanciering (WSF of WTOS). Gemeenten kunnen besluiten de bijstandsnorm van schoolverlaters de eerste zes maanden bijvoorbeeld met 10% te verlagen of een uitkering ter hoogte van de WSF toe te kennen.
Voorbeeld
Kees (28) komt per 1 juni van de Universiteit Twente. Op 1 juni vraagt hij een uitkering aan. Tot 1 juni ontving Kees WSF. Op de uitkering van Kees wordt conform beleid van de gemeente K. van 1 juni tot 1 december een verlaging toegepast van 10%, omdat hij over deze periode als schoolverlater wordt beschouwd.
Voorbeeld
Roel (28) komt per 1 juli van de universiteit. Op 1 juli vraagt hij een uitkering aan. Tot 1 maart ontving Roel WSF (per 1 maart maximale termijn WSF bereikt). Op de uitkering van Roel wordt conform het beleid van de gemeente M. een schoolverlaterskorting toegepast. Deze kan echter niet langer doorlopen dan tot zes maanden na einde studiefinanciering. De schoolverlaterskorting loopt in dit geval dus van 1 juli tot 1 september, omdat hij over deze periode nog als schoolverlater wordt beschouwd.
Toepassing van de schoolverlatersverlaging mag er niet toe leiden dat de bijstandsnorm lager wordt vastgesteld dan het budgetbedrag WSF waar de cliënt als student recht op had (CRvB 21 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1253).
Voorbeeld
Harry (27) komt op 1 juni van de Hogeschool van Amsterdam. Zijn studiefinanciering (uitwonende beurs) liep ook tot 1 juni. Harry vraagt direct een uitkering aan en de gemeente waar hij woont kent aan hem vanaf 1 juni een uitkering toe. De gemeente waar Harry woont heeft het beleid dat schoolverlaters de eerste zes maanden na einde studie 30% minder uitkering krijgen. In het geval van Harry zou dat een uitkering betekenen van € 898,68 (€ 1.283,83 minus 30%). Omdat echter het budgetbedrag WSF voor een uitwonende hbo-student € 957,87 per maand is, mag de schoolverlatersuitkering voor Harry niet lager zijn dan dit bedrag en zal de gemeente aan Harry een uitkering toekennen van € 957,87 per maand.