Menu

Filter op
content
PONT Zorg&Sociaal

0

Aedes: ‘Wonen en zorg is een lokale opgave’

Aedes ondersteunt de gedachte dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis moeten kunnen blijven wonen. Wel bepleit Aedes een zorgvuldige invoering van deze extramuralisering, waarbij lokaal maatwerk hoog in het vaandel staat.Met de door de overheid ingezette extramuralisering stopt de mogelijkheid om via de AWBZ in een verzorgingshuis te wonen. Mensen die vroeger vanuit een woning doorstroomden naar het verzorgingshuis zullen dat nu in de meeste gevallen niet meer kunnen. Zij moeten op zoek naar een andere woonvorm of huur betalen om in hun huidige woning blijven wonen.

Aedes 9 September 2014

Transitie
In hun brief van 4 juni 2014 zetten minister Blok (Wonen) en staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) nadrukkelijk in op het langer thuis wonen. Daardoor zal leegstand in verzorgingshuizen verder oplopen. Eigenaren van verzorgingshuizen (in de helft van de gevallen woningcorporaties) zullen hiervoor oplossingen moeten bedenken, zoals het concentreren op zwaardere zorg, van de kamers in het verzorgingshuis huurwoningen maken of inzetten op een andere functie van het vastgoed. Dit proces van transitie moet volgens Aedes zorgvuldig worden ingezet.

Woningaanpassingen
Voor langer thuis wonende ouderen zijn in veel gevallen geen specifieke aanpassingen aan de woning nodig. In bepaalde gevallen zijn er wel aanpassingen aan de woning en woonomgeving vereist. Corporaties spelen hier zo goed mogelijk op in. In de Monitor Investeren voor de Toekomst komt naar voren dat het aantal huishoudens dat zoekt naar een aangepaste woning tot 2021 jaarlijks met 9.000 tot 11.000 huishoudens zal toenemen. Woningcorporaties zoeken samen met andere partijen oplossingen voor dit probleem. Denk aan de toewijzing van woningen, het stimuleren van de doorstroming, het aanpassen van woningen en het bouwen van nieuwe woningen.

Gedeelde lokale opgave
Wonen en zorg is een gedeelde opgave, waarbij corporaties met name verantwoordelijk zijn voor de huisvesting. Intensieve samenwerking tussen lokale partijen als gemeenten, zorg- en welzijnsinstellingen en woningcorporaties is dus noodzakelijk. Zo maken woningcorporaties in WMO-convenanten afspraken met gemeenten over het aanwenden van WMO-gelden voor de aanpassing van woningen. Corporaties maken ook afspraken met zorginstellingen over het veranderen van de functie van verzorgingshuizen. Daarnaast hebben veel ouderen behoefte aan alternatieve woonvormen als verzorgd wonen, thuishuizen en mantelzorgwoningen. Woningcorporaties ontwikkelen op dit moment in overleg met andere lokale partijen zulke woonvormen. De vele veranderingen in wet- en regelgeving op het gebied van wonen en zorg, maken deze gedeelde opgave extra lastig.

Belemmeringen alternatieve invulling verzorgingshuizen
Bij het veranderen van functie van de verzorgingshuizen vragen een aantal belemmeringen om goede oplossingen. Allereerst hebben veel verzorgingshuizen nog een restwaarde die bij een verandering van functie moet worden afgeboekt. Daarnaast kost de ombouw van verzorgingshuizen naar bijvoorbeeld complexen met zelfstandige seniorenwoningen veel geld, terwijl de opbrengst per woning lager is dan in de oude situatie. Dit maakt het voor woningcorporaties die de verzorgingshuizen in eigendom hebben, lastig om nog te investeren. Daarnaast is er ook in zo’n complex behoefte aan ontmoetingsruimten. De kosten die met zo’n ontmoetingsruimte gemoeid zijn, kunnen moeilijk worden doorberekend aan de huurder. Ook levert een verandering van de functie van zo’n gebouw vaak problemen op met het bestemmingsplan.

Bij sluiting van verzorgingshuizen dreigt bovendien de buurtfunctie die zo’n gebouw vervult te verdwijnen. Ook kunnen corporaties aanleunwoningen die gekoppeld zijn aan zo’n verzorgingshuis dan niet meer als aanleunwoning verhuren. Aedes spreekt hierover haar zorg uit, omdat hiermee ‘het kind met het badwater wordt weggegooid’.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.