Ambitie van het Nationaal Actieplan Dakloosheid (NAD) is om dakloosheid in 2030 op te lossen. Dat moet onder andere gebeuren door forse inzet van gemeenten op preventie en de focus op Wonen Eerst. Hoe is het gesteld met de voortgang van gemeenten op dit punt? Dat maken we inzichtelijk met het NAD-dashboard.

In december 2025 is de 4e meting gepubliceerd, ingevuld door alle 45 regio’s. Hieronder de belangrijkste overkoepelende conclusies ten opzichte van december 2024.
Hoewel regio’s intensief werken aan preventie, tijdelijke opvang, regionale samenwerking en het versnellen van de doorstroom, blijft het aantal dak- en thuisloze mensen stijgen. Opvanglocaties zitten vol, wachtlijsten groeien en nieuwe instroom neemt toe. De moeite die regio’s stoppen in preventie, doorstroom en vlotte uitstroom, is lang niet altijd terug te zien in de cijfers. Dit heeft niet alleen te maken met het nijpende woningtekort maar ook met een stroeve uitvoering, waarin de juiste samenwerking nog niet altijd wordt gevonden. De druk op de opvang stijgt hierdoor enorm.
Wonen Eerst is in 2025 opgenomen in 95% van de regionale plannen (tegen 82% in 2024) maar de praktische uitvoering blijft achter. In sommige regio’s ontbreekt bestuurlijk draagvlak of is de aandacht gericht op het overeind houden van (grootschalige) opvangvoorzieningen. Positief is dat de samenwerking tussen gemeenten en corporaties wel verbetert wat cruciaal is voor succes.
Gemeenten binnen regio’s werken in 2025 nauwer samen. Niet alleen centrumgemeenten maar ook de regiogemeenten nemen meer verantwoordelijkheid. Dat zien we terug in de regionale uitvoeringsplannen. Er wordt steeds vaker ingezet op kleinschalige opvang in de gemeente van herkomst waardoor dak- en thuisloze mensen dichter bij hun netwerk kunnen verblijven. In 2025 laat 92% van de regio’s weten aan het streven naar opvang in de gemeente van herkomst expliciet op te nemen in het regionaal actieplan. Dat is een stijging ten opzichte van 2025 (79%).
Veel regio’s geven aandat er steeds vaker bezwaar wordt gemaakt door omwonenden bij de realisatie van voorzieningen voor complexe doelgroepen, waaronder dakloze mensen. Hierdoor worden plannen vertraagd of zelfs stilgelegd. Ook worden initiatieven beperkt door wetgeving vanuit het fysieke domein, de complexiteit van aanbestedingen en een prioriteit bij andere belangen (zoals een natuurlijke omgeving). De beschikbare woningvoorraad is bovendien beperkt en wordt door meerdere groepen aangesproken. Hierdoor stagneert de doorstroom naar stabiele huisvesting en neemt het aantal dak- en thuisloze mensen verder toe. Regio’s laten weten dat de regeldruk de voortgang belemmert en dat meer landelijke sturing kan helpen om bestuurlijke slagkracht te vergroten.
In 2025 geven de meeste regio’s aan dat zij actief werken aan het voorkomen van dakloosheid na uitstroom uit verblijfsinstellingen, vooral via duidelijkere afspraken over doorstroom en begeleiding. Deze afspraken zijn het best uitgewerkt voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen, voor andere instellingen is dit lastiger door complexe financiering en samenwerking. Steeds meer regio’s zetten regionale structuren in om uitstroom beter te organiseren maar knelpunten blijven bestaan, met name door woningtekort en onvoldoende afstemming tussen regio’s, GGD en corporaties. Vooral jongeren uit de jeugdzorg blijven risico lopen om na uitstroom dakloos te worden.
Alle regio’s werken met outreachende teams voor vroegsignalering en bemoeizorg. Sommigen investeren hierbij in extra capaciteit of nieuwe methodieken, terwijl anderen juist tegen grenzen van financiering aanlopen. Daarnaast beschikken alle regio’s over een netwerk van inloop- en steunpunten dat als laagdrempelig vangnet fungeert. Ook passen vrijwel alle regio’s de kostendelersnorm op maat toe om inkomensproblemen en dakloosheid te voorkomen. Tot slot blijft het doen van huisbezoeken bij huishoudens met huurachterstanden een belangrijk preventiemiddel, vaak samen met corporaties. Deze ontwikkelingen laten zien dat regio’s breed inzetten op preventie.
Veel regio’s ervaren de ambitie van nul dakloosheid in 2030 als onrealistisch. Daarom is er behoefte aan realistische tussendoelen en concrete voorbeelden van wat werkt (best practices). Het Platform Sociaal Domein en Eerst een Thuis ontwikkelen hiervoor een ondersteunend aanbod.
Bekijk de individuele voortgang van de regio’s op het Dashboard Beschermd Thuis en Aanpak dakloosheid
