Op 2 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aan Fedasil de instructie gegeven om de materiële hulp te beperken voor personen die reeds internationale bescherming genieten in een andere lidstaat van de Europese Unie, en om die personen te laten weten dat zij moeten terugkeren naar het land dat hun die bescherming heeft verleend.

Verschillende organisaties en personen die rechtstreeks nadeel ondervinden van die maatregel hebben de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van die beslissing gevorderd.
Bij arrest nr. 266.219 van 27 maart 2026 beveelt de Raad van State de schorsing van de uitvoering van die beslissing. Hij stelt met name het volgende vast:
1. Door de beslissing van de minister lopen de betrokkenen onmiddellijk het gevaar in volledige behoeftigheid terecht te komen en op straat te moeten slapen.
2. De minister had de afdeling Wetgeving van de Raad van State moeten raadplegen alvorens de instructie aan Fedasil te geven, aangezien de instructie verordenend van aard is. De afdeling Bestuursrechtspraak heeft al hetzelfde geoordeeld in de arresten van 27 december 2024 en 10 februari 2026 met betrekking tot een soortgelijke instructie van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie uit 2024.
