Er bestaat verwarring over wat psychosociale hulphonden zoal doen. Om dit te verduidelijken is deze blog geschreven vanuit het perspectief van hulphond Buddy.
Ik heet Buddy en ik ben een jonge labradorhond. Ik vertel jullie iets over mjjzelf, mijn baasje, mijn school en mijn werk. Ik ben namelijk geen gewone hond maar een psychosociale hulphond in opleiding. Ik woon bij Karin 1) en Ik ga iedere week met haar naar de hondenschool. Daar leer ik om een echte hulphond te worden zodat ik met mijn baasje straks overal mee mag naar de supermarkt, in het vliegtuig en straks naar haar werk waar gewone honden meestal niet mogen komen. Ik mag wel mee want ik werk daar dan ook.
Dat is nodig want mijn baasje is altijd bang, vooral voor mannen. En als ze bang is eet ze niet. Karin is mijn tweede baasje want toen ik een pup was kwam ik bij Anita die hetzefde had als Karin, maar Anita kreeg euthanasie en ging dood. Dat was verdrietig want Anita was nog heel jong. Karin haar zus is ook doodgegaan omdat die ook niet meer at of dronk, dat heet anorexia. Omdat het heel slecht ging met Karin (ze at en dronk ook niet meer) mocht ik bij haar komen wonen. Dat hielp want het zorgen voor mij leert haar dat ze ook voor zichzelf moet zorgen. Ik kan immers ook niet leven met drie brokjes per dag.
Ik vertel jullie dit om duidelijk te maken dat onze baasjes het niet gemakkelijk in hun leven hebben. Daarom ben ik er voor ze. Mensen begrijpen het niet altijd wat het betekent om altijd bang te zijn en denken dat ze zich aanstellen of het vanzelf wel over gaat maar dat is niet zo blijkt uit recent onderzoek. 2) Wij honden begrijpen dat beter. Wij zijn er zonder dat we oordelen. Geen enkele therapie heeft gewerkt bij Karin. Dat komt waarschijnlijk omdat een stukje in haar hersenen met de herinnering aan nare dingen blijft waarschuwen voor gevaar, zo laat nieuw hersenonderzoek zien. 3) In Karin’s hersenen is een betekenis ontstaan die zegt: ‘man=gevaar’. Dat had vroeger een functie, maar die functie heeft zich uitgebreid naar een nieuwe betekenis (alle mannen = gevaar) en dat is lastig op straat.
Karin is heel slim en gaat naar een hogeschool waar ze een opleiding doet. Ze haalt daar goede cijfers. Karin is vaak verdrietig en is altijd bang. Dat noemen de mensen complexe PTSS, een posttraumatische stressstoornis en durft ze niet meer de deur uit. Als ik bij haar ben durft ze dat wel want als er een onbekende man te dicht bij haar komt ga ik er gewoon rustig tussen staan, dat heb ik geleerd. Dan wordt Karin ook weer rustig. Ik ga nooit blaffen of bijten omdat ik goed getraind ben. Karin heeft s’nachts ook nachtmerries van wat er vroeger is gebeurd. Ik voel die nachtmerries aankomen en spring dan op haar bed en lik haar wakker. Dan voelt ze zich minder rot en bang en niet meer zo eenzaam en akelig. Door mij moet ze ook vaak naar buiten en kan niet binnen blijven sippen. Als ze met mij bezig is kan ze ook niet piekeren over wat er vroeger is gebeurd, door mij komt ze weer in het nu.
Om dit allemaal te kunnen ga ik naar de hondenschool van Conny, die gespecialiseerd is in psychosociale hulphonden op te leiden. Daar snappen ze mijn Karin ook. Ik ben daar een VIP-hond. Dat is een Very Important Puppy in opleiding met de ‘L’ van les. Dat doe ik samen met Karin, zodat zij leert om mij op te leiden. Ik heb daarvoor een mooi dekje zodat mensen begrijpen dat ik een hulphond in opleiding ben. Niet iedereen kan een psychosociale hulphond worden. Vechthonden zijn ongeschikt. Omdat ik aan het werk ben is het niet de bedoeling dat mensen mij eten geven of aaien. Mijn opleiding voldoet aan internationale eisen. 4) Op les leer ik vooral om onder alle omstandigheden rustig te blijven, wat er ook gebeurt en geen overlast te veroorzaken. Ik blijf ook rustig als andere honden tegen mij blaffen of gemeen doen en ik ren nooit achter katten aan. Ik leer bijvoorbeeld Karin te begeleiden in grote mensenmassa’s door dicht bij haar te blijven (minimaal 80 cm) en ik mag geen lekkere hapjes snaaien of poepen waar het niet kan. Voor mijn examen moet ik minimaal drie specifieke taken voor Karin kunnen die haar rustig maken. Ik kan er nu al vijf! Als ze bang wordt ga ik op haar voeten liggen of leg mijn voorpoot op haar schoot. Ik kan haar ook uit een nachtmerrie wakker maken door haar gezicht te likken. Ik leer ook om in de supermarkt achter haar te gaan staan zodat ze zich veilig genoeg voelt om rustig uit te zoeken wat ze nodig heeft. Vroeger toen ik er nog niet was moesten vriendinnen mee om om haar heen te staan, maar dat is geen doen want vriendinnen zijn geen lijfwachten. Als het helemaal mis gaat kan ik haar ook naar een andere plek brengen waar ze weer rustig kan worden. Ik blijf dan onder het lopen oogcontact met Karin maken. Dan hou ik haar in de gaten en dat maakt haar rustiger. Vorige week was er onverwachts een straatfeest met een artiest bezig, een luchtkussen en veel andere honden en Karin durfde niet meer naar huis. Kijk eens naar dit filmpje hoe ik haar thuis heb gebracht.
Dat heb ik allemaal geleerd en daarvoor doe ik straks examen. Als ik mijn examen heb gehaald dan gaat de ‘l’ van mijn dekje af en ben ik heel trots want dan ben ik een gecertificeerde hulphond die altijd bij Karin mag zijn, ook bijvoorbeeld op de hogeschool in het klaslokaal en op de stage van Karin. Zo kan ze weer een gewone studente zijn en een gewoon meisje. Als ik oud word blijft Karin ook voor mij zorgen, wij blijven voor elkaar zorgen.
Ik kan als hond spanning bij mensen beter aanvoelen dan mensen zelf en reageer door in contact te gaan. Dan kan geen enkel ander dier beter dan ik. Als Karin mij aait dan maken haar hersen het hormoon oxytocine aan, 5) daar wordt ze blij van en het geeft haar een doel in haar leven. Ze krijgt daardoor meer zelfvertrouwen en durft moeilijke dingen aan. Ik zorg bij Karin voor verbondenheid, competentie en autonomie, psychologische basisbehoeften. 6) Hoe dit kan wordt verklaard door Richard Wrangham in zijn boek ‘the goodness paradox’. Hij zegt dat er een evolutionair voordeel is om aardig tegen elkaar zijn. Samenwerken werkt beter dan vechten. Toen wolven en mensen elkaar meer dan 15.000 jaar geleden 7) vaak tegenkwamen kreeg de aardigste wolf de restjes van de mens en bleef bij ze. Om vriendelijker eruit te zien (en meer restjes te kunnen snaaien) veranderen wij ook van uiterlijk door veranderingen in ons erfelijk materiaal (neurale lijstcellen) en een kleiner emotiecentrum (amydalae) dat ons minder angstig en agressief maakt. We kregen meer een babygezicht met een plattere snuit en kleinere tanden in vergelijking tot wolven, flaporen, een krulstaart met een wit puntje, witte sokken en een witte bef als teken van vriendelijkheid of domesticatie. Dat is nu ook op celniveau biochemisch onderzocht.
Er is veel bewijs dat wat ik doe werkt voor Karin, maar ook bijvoorbeeld voor soldaten die erge dingen mee hebben gemaakt in een oorlog. Ze durven weer de straat op en een praatje te maken met andere mensen die ook hun hond uitlaten. Uit onderzoeken blijkt ook dat het ook werkt voor andere mensen waar gewone therapie niet heeft gewerkt. 8) Dat is ook belangrijk voor gemeenten die aanvragen voor vergoeding moeten beoordelen. Daar is nu een richtlijn voor op de site van de hogeschool Leiden. 9) Ik moet dan ook ieder jaar weer examen doen, net als bijvoorbeeld piloten of politieagenten. Want ik heb verantwoordelijk werk want zonder mij durft Karin de deur niet uit.
1) De naam van Karin is in dit stuk gefingeerd uit privacy overwegingen. Met dank aan Conny en Jonneke voor commentaar.
2) Schopman, S. M. E., ten Have, M., van Balkom, A. J., de Graaf, R., & Batelaan, N. M. (2021). "Course trajectories of anxiety disorders: Results from a 6-year follow-up in a general population study." Australian and New Zealand Journal of Psychiatry.
3) James E. Kragel, Stephan Schuele, Stephen VanHaerents, Joshua M. Rosenow, Joel L. Voss. "Rapid coordination of effective learning by the human hippocampus." Science Advances, 2021; 7 (25)
4) https://assistancedogsinternational.org/
5) Odendaal, J.S.J., Meintjes, R.A. (May 2003), "Neurophysiological Correlates of Affiliative Behaviour between Humans and Dogs". The Veterinary Journal. 165 (3): 296–301.
6) https://www.steunpuntwerk.be/system/files/overwerk_2016_2_10.pdf
7) Brian Hare and Vanessa Woods, "Survival of the Friendliest: Natural selection for hypersocial traits enabled Earth's apex species to best Neandertals and other competitors", Scientific American, vol. 323, no. 2 (August 2020), pp. 58–63
8) https://www.sociaalweb.nl/blogs/de-effectiviteit-van-psychosociale-hulphonden-bij-ptss
9) https://www.hsleiden.nl/residentiele-jeugdzorg