Menu

Zoek op
rubriek
Zorg&Sociaalweb
0

Herziening van het abonnementstarief in de Wmo: een goed idee? 4 experts reageren

Begin december kwam de VNG met een voorstel voor een herziening van het abonnementstarief. Zij beargumenteren dat het abonnementstarief in de Wmo “de balans [heeft] verstoord om ondersteuning en zorg in te kunnen zetten voor de inwoners die dat echt nodig hebben.” (1) Ook het coalitieakkoord stelt dat de beschikbaarheid van voorzieningen onder de Wmo onder druk staat door het huidige abonnementstarief. (2) Maar is een herziening een goed idee? En lost het de huidige problemen op? Vier experts reageren.

23 december 2021

De vier sprekers aan bod zijn allen specialisten uit verschillende hoeken van het veld, die allemaal hun eigen licht laten schijnen op de voorgestelde herziening van het abonnementstarief. Als eerste komt Dennis van Tilborg aan het woord. Van Tilborg is advocaat maatschappelijke ondersteuning en zorg bij AKD. Vervolgens deelt Gijsbert Vonk, hoogleraar socialezekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn gedachten. Als derde is Michiel Blom aan de beurt, die adviseur en onderzoeker sociaal domein is bij Significant Public. Advocaat socialezekerheidsrecht Matthijs Vermaat sluit af, werkzaam bij Van der Woude de Graaf Advocaten. Dennis van Tilborg, advocaat maatschappelijke ondersteuning en zorg bij AKD

"De discussie zou veel principiëler gevoerd moeten worden dan uitsluitend de vraag of de eigen bijdrage in de Wmo 2015 weer inkomensafhankelijk zou moeten worden."

Bij de invoering van het abonnementstarief is door de regering aangegeven dat dit mogelijk zou kunnen leiden tot een aanzuigende werking. Om die reden zouden de effecten van het abonnementstarief worden gemonitord. Als er inderdaad sprake zou blijken te zijn van een aanzuigende werking dan zou deze volgens de regering worden teruggedrongen. Omdat in de praktijk door het abonnementstarief de huishoudelijke hulp onder druk is komen te staan, is het begrijpelijk dat de VNG heeft aangedrongen op maatregelen. Dat het terugdringen van de aanzuigende werking zou moeten worden bereikt door te sleutelen aan het abonnementstarief vind ik om verschillende redenen echter minder logisch.

De eerste reden heeft iets te maken met het kind en het badwater. De reden dat het abonnementstarief is ingevoerd was om een ongewenste stapeling van zorgkosten van burgers te beperken. Denk aan mensen die bijvoorbeeld de volledige eigen bijdrage uit de zorgverzekering moeten gebruiken én een eigen bijdrage voor ondersteuning uit de Wmo 2015 moeten betalen. Invoering van het abonnementstarief was volgens de regering de beste manier om die ongewenste stapeling te voorkomen. Alternatieven werden te complex of onuitvoerbaar geacht. Het (weer) inkomensafhankelijk maken van de eigen bijdrage in de Wmo 2015 heeft als risico dat er een ongewenste stapeling van zorgkosten ontstaat bij burgers of dat er een complex en moeilijk uitvoerbare regeling moet worden ontworpen om dat weer te voorkomen.

Daarnaast is het mij niet duidelijk waarom het abonnementstarief moet worden aangepast en er niet het instrument wordt ingezet dat samen met het abonnementstarief in de Wmo 2015 is ingevoerd om in te kunnen grijpen bij een ongewenste aanzuigende werking. In artikel 2.3.5 van de Wmo 2015 is namelijk een bevoegdheid opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur regels te stellen aan de beoordeling van het college bij de beslissing tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening. In de memorie van toelichting bij de wet waarbij het abonnementstarief is ingevoerd is benadrukt dat op die manier in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 kan worden vastgelegd dat voor mensen die voordat zij huishoudelijke ondersteuning aanvragen zelf over een particuliere huishoudelijke hulp beschikken de huishoudelijke hulp als een algemeen gebruikelijke voorziening kan worden aangemerkt (en dus kan worden geweigerd).

De laatste reden betreft het niet voeren van de principiële discussie of het nog langer houdbaar is om het uitgangspunt van de Wmo 2015 te handhaven dat inkomen geen (enkele) rol mag spelen bij de vraag of er aanspraak op bepaalde vormen van ondersteuning bestaat. Die discussie zou veel principiëler gevoerd moeten worden dan uitsluitend de vraag of de eigen bijdrage in de Wmo 2015 weer inkomensafhankelijk zou moeten worden.

Gijsbert Vonk, hoogleraar socialezekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen

"Met de positionering van de Wmo 2015 als gemeentelijke voorziening in het sociale domein is de regeling geplaatst op het glibberige pad naar inkomensafhankelijkheid."

Een van de verdiensten van het Nederlandse socialezekerheidsstelsel is dat het, ondanks alle ingrepen van de afgelopen veertig jaar, haar universalistische karakter niet geheel heeft verloren. Een universele verzorgingsstaat geeft aan een brede groep van personen (alle ingezetenen) op gelijke grondslag basisvoorzieningen ongeacht de hoogte van het inkomen. Denk aan de AOW.

Universele regelingen maken geen onderscheid tussen werknemers of zelfstandigen. Ook niet-actieven eten mee uit de ruif. Doordat ze niet uitgaan van een middelentoets zijn alle burgers stakeholders. Ook de Wlz is nog steeds als universele regeling te kwalificeren. Dat de rijkeren een hogere eigen bijdrage verschuldigd zijn doet hier niet aan af. Ze blijven deelgenoot.

Tegenover de universele verzorgingsstaat staat de waarborgstaat. Dit laatste type verzorgingsstaat is selectief. De regelingen zijn er alleen voor de armen. De middelentoets drijft een wig tussen de armen en de middenklasse. Die laatste wil niet langer bijdragen aan regelingen waarvan ze zelf geen begunstigde is, zo blijkt steevast uit onderzoek. Eigen belang blijkt het voornaamste solidariteitsmotief. Om die reden zijn voorzieningen voor armen vaak arme voorzieningen. De bijstand als voorland.

Met de positionering van de Wmo 2015 als gemeentelijke voorziening in het sociale domein is de regeling geplaatst op het glibberige pad naar inkomensafhankelijkheid. De gemeenten zijn namelijk voortdurend bezig wegen te vinden om de middenklasse uit te sluiten om zo een financieel voordeel te behalen. Maar opmerkelijk genoeg heeft de politiek hier steeds een stokje voor gestoken. De maatschappelijke ondersteuning moet voor een ieder toegankelijk zijn ongeacht de hoogte van het inkomen of vermogen. Zie Kamerstukken II 33841, nr 3, p. 44. Ook de rechter bewaakt dat er geen categorische uitsluitingen plaatsvinden op grond inkomen. De gemeenten mogen geen inkomenspolitiek bedrijven, heet het dan. Zie bijvoorbeeld CRvB 20 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:772.

Als ik dan in de brief aan de Tweede Kamer van 30 november 2021 de VNG achteloos zie schrijven dat: “Een alternatieve maatregel kan zijn om de financiële draagkracht onderdeel te maken van de toegangscriteria”, kan ik alleen maar zuchten. De maatschappelijke ondersteuning is bij deze club niet in veilige handen, vrees ik dan.

Michiel Blom, adviseur en onderzoeker sociaal domein bij Significant Public

“Met een inkomensafhankelijke eigen bijdrage sluit de Wmo weer beter aan bij de uitgangspunten van de wet”

In 2019 is de inkomensafhankelijke bijdrage voor ondersteuning vanuit de Wmo vervangen door een vaste eigen bijdrage van 19 euro per maand. Dit ‘abonnementstarief’ is onafhankelijk van het inkomen en van hoeveel voorzieningen iemand vanuit de Wmo krijgt. Sinds de invoering in 2019 is het aantal cliënten met huishoudelijke hulp fors toegenomen. Uit de derde rapportage van de monitor abonnementstarief blijkt dat de financiële impact van het abonnementstarief voor gemeenten in 2020 in totaal circa € 330 miljoen bedroeg, waarvan € 230 miljoen als gevolg van extra uitgaven en € 100 miljoen als gevolg van minder inkomsten uit eigen bijdragen.

Een stevige financiële impact was destijds voorzien door het kabinet, zij het minder dan nu is uitgekomen. Wat in de monitorrapportages echter ook duidelijk naar voren komt, is dat het abonnementstarief ertoe toe leidt dat gemeentelijke consulenten niet meer goed het gesprek kunnen aangaan met inwoners die een Wmo-aanvraag doen. Bij het keukentafelgesprek kijkt de consulent samen met de aanvrager naar wat hij of zij zelf nog wél kan, en wat vanuit het netwerk of vanuit het voorliggend veld georganiseerd kan worden. Doordat de eigen bijdrage nu laag is en onafhankelijk van het inkomen, bestaat er vooral bij hulp bij het huishouden geen (financiële) prikkel meer voor de aanvrager om echt goed te kijken naar een alternatief. De drijfveer om daar waar mogelijk een beroep te doen op het eigen netwerk en eigen financiële middelen is kleiner geworden, zo merken consulenten in de praktijk. Het abonnementstarief staat daarmee op gespannen voet met de centrale gedachte achter de Wmo om burgers zoveel mogelijk zelfredzaam te laten zijn.

Uit het coalitieakkoord blijkt dat het nieuwe kabinet voor in ieder geval huishoudelijke hulp weer een “eerlijke” eigen bijdrage in wil voeren. We weten nog niet hoe die eruit gaat zien. Voor het kabinet biedt het in ieder geval een goede kans om het systeem van eigen bijdragen in de Wmo weer beter aan te laten sluiten bij de uitgangspunten van de wet. De VNG heeft alvast een voorstel gedaan voor een herziening van het abonnementstarief die meer recht doet aan de uitgangspunten van de Wmo. De VNG pleit er daarbij voor om voorzieningen met een ‘zorgkarakter’ onder het abonnementstarief te houden. Daar is zeker wat voor te zeggen: voor die voorzieningen is er immers, anders dan bij huishoudelijke hulp en nog enkele voorzieningen, vaak geen (particulier) alternatief beschikbaar.

Matthijs Vermaat, advocaat socialezekerheidsrecht bij Van der Woude de Graaf Advocaten

"Waarom elke week 15 euro per uur betalen als de gemeente iemand voor 19 euro per maand langs stuurt om te komen poetsen?"

In de Wmo 2015 is geregeld dat de gemeente de spin in het web is en er voor moet zorgen dat mensen kunnen participeren, zelfredzaam zijn en zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Die plicht geldt ten aanzien van elke inwoner (ingezetene) van de gemeente. In de wet staat weliswaar ‘cliënt’, maar dat vind ik toch een rare term. Dat de gemeente het moet regelen betekent niet zij het ook moet betalen. Om die reden is –kort door de bocht samengevat- ook in de wet vastgelegd dat als iemand een Wmo-voorziening krijgt, hij een eigen bijdrage moet betalen. Of dat de gemeente regres kan plegen. De hoogte van de eigen bijdrage was aanvankelijk gebaseerd op het inkomen. Hoe hoger hoe meer eigen bijdrage. Dat deed recht aan het principe dat niemand op grond van zijn inkomen de deur wordt gewezen, maar de samenleving als geheel niet voor de kosten die mensen zelf zouden kunnen dragen, maar wat ze niet zelf kunnen regelen, zou opdraaien. Bekend voorbeeld is de dementerende oudere die zijn leven niet meer op orde kan houden. Op enig moment is besloten dat de eigen bijdrage moest worden gemaximeerd. Dat heeft mij verbaasd. Vooral omdat je direct de aanzuigende werking, en de daarmee oplopende kosten voor gemeenten aan zag komen. Met name bij de huishoudelijke hulp. Waarom elke week 15 euro per uur betalen als de gemeente iemand voor 19 euro per maand langs stuurt om te komen poetsen? Dat het abonnementstarief wordt afgeschaft, in ieder geval voor die ondersteuning, is een goede zaak en kan de druk op de kosten voor de gemeenten verlagen.

(1) https://www.sociaalweb.nl/nieuws/voorstel-gemeenten-tot-herziening-abonnementstarief-wmo

(2) https://www.sociaalweb.nl/nieuws/coalitieakkoord-omzien-naar-elkaar-vooruitkijken-naar-de-toekomst

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.