Menu

Filter op
content
Zorg&Sociaalweb
0

Het allerbelangrijkste is dat seksueel trauma serieus wordt genomen

De uitvoering van de huidige Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen is vooral gebaseerd op het stellen van een DSM-diagnose als verklaring voor een delict door ‘’erkende’’ experts (bijna altijd van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie. Deze diagnoses waren nooit bedoeld voor het strafrecht en zijn weinig betrouwbaar en valide voor de jeugd. Ook is er niet altijd een oorzakelijk verband tussen een stoornis en een delict. Doordat advocaten er zelf geen verstand van hebben, het inhuren van andere deskundigen kostbaar is en de rechters het ook niet weten, gaan de NIFP-deskundigen met meer zekerheid dan wetenschappelijk verantwoord is, feitelijk op de stoel van de rechter zitten. Vanwege de hoge kosten en het risico van een veel langere straf (behandeling) gaan de meeste jongeren ook niet in hoger beroep. Hoe kunnen we jongeren beter recht doen?

1 februari 2024

De casus

Een 17-jarig meisje A. zonder antecedenten wordt op heterdaad betrapt bij een naar geweldsmisdrijf, waarna zij zich zelf in brand probeert te steken. A. wordt in een politiecel geplaatst. Daar probeert ze zich enkele malen van het leven te beroven, bekent ze. Van deze casus heeft Inge ter Schure een podcast gemaakt (1).

Dit delict is atypisch omdat A. een meisje is uit een prosociale familie, warme banden heeft met vrienden en vriendinnen en haar Havo-diploma heeft gehaald. Een paar jaar eerder is zij verkracht en nog een keer aangerand in de trein.

Alleen al deze gegevens zouden uit criminologisch oogpunt alarmbellen moeten laten afgaan, want A. is ‘First Offender’ en past niet binnen de gebruikelijke criminologische modellen. Vanwege deze specifieke omstandigheden zou een onvoorwaardelijke Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (PIJ) voor de hand liggen, zo stelt het ‘Kader Adolescentestrafrecht’ (2).

Alleen al deze gegevens zouden uit criminologisch oogpunt alarmbellen moeten laten afgaan, want A. is ‘First Offender’ en past niet binnen de gebruikelijke criminologische modellen. Vanwege deze specifieke omstandigheden zou een onvoorwaardelijke Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (PIJ) voor de hand liggen, zo stelt het ‘Kader Adolescentestrafrecht’ (2).

Pro Justitia rapportage

Inmiddels is een Pro Justitia-rapportage uitgebracht door het NIFP. Daar wordt de betrokkene gediagnosticeerd als schizofreen, zeer gevaarlijk, ontoerekeningsvatbaar met een lange onvoorwaardelijke PIJ en waarschijnlijk later TBS als conclusie.

Dat is bijzonder, want er zijn nog niet eerder tekenen van een psychose gediagnosticeerd en op de dag van het delict heeft ze normaal gefunctioneerd op haar werk in een drukke eetgelegenheid, zonder dat iemand iets is opgevallen. En in de Justitiële Jeugdinrichting (JJI) zien de behandelaren geen psychoses, laat staan schizofrenie. De gebruikelijke afweging tussen voorwaardelijke en onvoorwaardelijke PIJ en risicotaxatierapporten ontbreken echter in de rapportage maar er wordt wel van een ‘groot’ risico op herhaling en vluchten gerapporteerd.

In de Rechtbank

Dan volgt de behandeling in de Rechtbank. Verdachte moet een groot deel van de zitting huilen en heeft veel spijt. De verdediging geeft aan dat er sprake is van PTSS. De Raad voor de Kinderbescherming, die het rapport van de verdediging naar eigen zeggen niet heeft gelezen, sluit zich volledig aan bij de conclusie van het NIFP.

De rechtbank gaat mee met de conclusie van de Pro Justitia-rapportage en veroordeelt betrokkene tot een onvoorwaardelijke PIJ. Betrokkene gaat in hoger beroep. Dat gebeurt bijna nooit, omdat de PIJ-behandeling pas start als het vonnis onherroepelijk is en er zomaar een paar jaar extra bij kan komen als ze het hoger beroep verliest.

Een onvoorwaardelijke PIJ

A. heeft alle hoop verloren en stort hierna volledig in. Ze snijdt zichzelf en probeert zichzelf meerdere malen van het leven te beroven. Ze wordt hiervoor bijna continu gesepareerd, iets wat aantoonbaar bijdraagt aan stress en PTSS.

Haar herbelevingen nemen in aantal en intensiteit toe. In deze woelige periode worden wel de antipsychotica afgebouwd maar er komen geen psychoses tevoorschijn. De behandelend psychiater denkt net als de behandelaar van de JJI dat A. niet schizofreen is. Inmiddels gaat het in de loop van de tijd met betrokkene veel beter en krijgt ze zelfs onbegeleid terreinverlof. Dan komt de tweede Pro Justitia-rapportage.

Tweede Pro Justitia rapportage voor hoger beroep

In die tijd volgt de tweede expertise van het NIFP. Dat is ingewikkeld, omdat het NIFP een expertise over het eerdere NIFP-oordeel moet geven. Er lijkt al meteen in het eerste contact met de psychiater sprake van vooringenomenheid. Als in het eerste gesprek haar verkrachting ter sprake komt, zegt de NIFP-psychiater namelijk: “Hij heeft je zeker hard geneukt.”

Ook in de nieuwe rapportage worden vermoedens uiteindelijk als bewezen feiten gepresenteerd, zonder feitelijke onderbouwing en vaak ‘van horen zeggen’. Het recidivegevaar wordt als ‘zeer hoog’ ingeschat maar de onderbouwing door risicotaxatierapporten kunnen niet worden overlegd.

De rapportage staat haaks op het verslag van de eigen psychiater. De Pro Justitia-rapportage concludeert dat betrokkene, geheel anders dan de eerst rapportage waarin schizofrenie werd vastgesteld, nu een gevaarlijke ‘borderline persoonlijkheidsstoornis’ heeft. Het rapport komt overeen met de eerste rapportage dat langdurige opsluiting met een hoog beveiligingsniveau noodzakelijk is.

Gelukkig komen er wel positieve rapportages en risicotaxaties van de reclassering en de Raad voor de Kinderbescherming. Maar in het hoger beroep blijven beide NIFP-teams vasthouden aan hun eigen (tegenstrijdige) oordeel (schizofrenie versus borderline).

De spijt en het positieve herstel van de verdachte, die door de instelling, de reclassering en de Raad worden gerapporteerd, worden door de deskundigen van het NIFP geframed als ‘typisch borderline met een zeer groot risico op terugval’.

De uitspraak van het Hof

Het hof vernietigt het oordeel van de Rechtbank maar handhaaft ‘poging tot doodslag’. Zonder toelichting neemt het hof ook de hoofddiagnose van het tweede NIFP-rapport over en beveelt de instelling A. te behandelen voor ‘borderline’. Ook neemt het Hof zonder argumentatie de eerdere rapportage van de eerste NIFP-rapportage over, terwijl die haaks staat op de tweede NIFP rapportage.

Maar dan maakt het Hof een onverwachte draai: ze veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke PIJ. Dat betekent voor A. dat ze meteen aan haar resocialisatie kan werken en snel naar huis mag.

Conclusie en aanbevelingen

In deze zaak loopt het voor veroordeelde A. relatief goed af. Ze heeft van het Hof de kans gekregen haar leven weer op te pakken (zie podcast). Uit deze casusbeschrijving zijn ook enkele aanbevelingen te formuleren.

Afhankelijkheid van dezelfde club deskundigen herbergt een groot risico in van kokerzien (bias). De Raad voor de Kinderbescherming en Reclassering zouden ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid onderzoek moeten doen en niet alleen moeten leunen op de Pro Justitia-rapportage. Rechters moeten meer tijd en menskracht krijgen voor waarheidsvinding.

Maar het allerbelangrijkste is dat trauma, in dit geval seksueel trauma, serieus wordt genomen, ook in het strafrecht. Het moet niet geframed zoals de psychiater in het hoger beroep deed: ‘om je procespositie te verbeteren’.

Misschien kan het beter.

  1. https://www.nporadio1.nl/podcasts/docs/76122/93-annas-tweede-kans

  2. https://wegwijzerjeugdenveiligheid.nl/fileadmin/user_upload/Bestanden/Onderwerpen/Adolescentenstrafrecht/Kader_ASR_v_2_1___BIJLAGEN.pdf

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.